Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Verlenging 5 jaarstermijn geen automatisme
Verlenging 5 jaarstermijn geen automatisme

Een werkneemster lijdend aan de ziekte van Crohn ontving tot 25 april 2001 WAO uitkering (80/100%). De uitkering werd toen ingetrokken wegens minder dan 15% arbeidsongeschiktheid.

Werkneemster kreeg tot vijf jaar na beëindiging van haar WAO-uitkering de status arbeidsgehandicapte in de zin van de Wet REA en viel hiermee onder de no-riskpolis.

 

Op 1 oktober 2001 trad werkneemster bij DPM BV in dienst. DPM heeft het UWV in 2006 verzocht de vijf jaarstermijn waarbinnen een arbeidsgehandicapte ingeval van ziekte recht heeft op ziekengeld, te verlengen. Het UWV weigert dit en stelt zich op het standpunt dat er geen sprake is van een onverminderd slecht vooruitzicht met betrekking tot het ziekteverzuim en invali- deringsrisico en meent dat een toename van de structurele beperkingen niet is te verwachten. Het UWV baseert zich op de rapporten van de bezwaarverzekeringsarts.

 

DPM voert aan dat de ziekte van Crohn een sterk wisselend ziektebeeld kent, zodat op grond van het feit dat werkneemster reeds geruime tijd geen ernstige gezond-heidsklachten heeft ondervonden niet kan worden afgeleid dat het risico daarop is verminderd. Integendeel, aldus DPM, en zij verwijst hiervoor naar statistische gegevens van het Universitair Medisch Centrum te Utrecht.

 

De rechtbank te Zwolle behandelde dit beroep op 15 mei 2006 en stelt dat in de Nota van toelichting bij het Arbeidsgehandicaptebesluit ten aanzien van de verlengings-mogelijkheid ondermeer wordt vermeld:

 

In het algemeen zal de arts rond verlenging geen individuele voorspellingen kunnen doen, maar zal hij zijn oordeel moeten baseren op interpretatie van statistische gegevens. Het is de bedoeling dit criterium uitsluitend op die aandoeningen te betrekken, waarvan een ernstige progressie binnen de termijn van enkele jaren vaststaat. Het criterium is het biologische verloop van de aandoening en niet het veel moeilijker in te schatten verloop van de beperkingen in functioneren.

 

Dat kan bijvoorbeeld het geval zijn bij bepaalde genetische aandoeningen, stofwisselingsziekten, spierziekten, infectieziekten en sommige progressieve neurologische aandoeningen en vormen van kanker”

 

Het betreft hier dus relatief zeldzame en duidelijke uitzonderingssituaties die betrekking hebben op ziekten met een sterk invaliderend verloop binnen enkele jaren of aanmerkelijke verkorting van de levensverwachting vóór het 65e levensjaar.

 

Het is niet de bedoeling om veel voorkomende, vaak op termijn progressieve aandoeningen als hart- en vaatziekten, diabetes, artrose, reuma, psychiatrische aandoeningen en dergelijke onder dit criterium te vatten. Wel kunnen ook individuele gevallen toch aan het strikte criterium voldoen. De arts kan dus vrijwel nooit alléén maar op grond van de diagnose een arbeidshandicap aannemen of uitsluiten.

 

Vanwege de gevoeligheid van de materie is van belang dat betrokkene zelf op deze gronden expliciet kenbaar maakt, als arbeidsgehandicapt beschouwd te willen worden. Het initiatief zal dus nadrukkelijk van betrokkene en niet van derden zoals werkgevers, bedrijfsartsen, GGD moeten uitgaan.

 

De rechtbank stelt verder dat de ziekte van Crohn een chronische darmaandoening is, waarbij ontstekingen en perioden van remissie elkaar afwisselen. Onder de patiënten zijn verschillen in ernst en aard van de klachten, in behandelbaarheid en in frequen- tie. Daarom kan niet enkel op basis van de diagnose worden aangenomen dat sprake is van een aanzienlijk verhoogd risico op ernstige gezondheidsklachten.

 

De rechtbank oordeelt dat UWV, met name gelet het ingediende rapport van de bezwaarverzekeringsarts op goede gronden heeft bepaald dat er in dit specifieke geval geen sprake meer is van een dergelijk risico.

 

De bezwaarverzekeringsarts geeft gemotiveerd aan dat ook uitgaande van de statis-tische gegevens uit het beroepschrift in dit geval het invalideringsrisico, indachtig de ter beschikking staande medicamenteuze en operatieve technieken, niet zodanig slecht is dat dit verlenging van de art. 29b ZW-risicoperiode zou rechtvaardigen.

 

De bezwaarverzekeringsarts hecht daarbij niet alleen doorslaggevende waarde toe aan het feit dat werkneemster reeds jaren klachtenvrij is, maar ook aan het feit dat er geen ontstekingen zijn in de darm, noch daarbuiten en dat er zelfs bij roken reeds lange tijd geen exacerbatie is opgetreden.

 

De rechtbank heeft geen aanknopingspunten gevonden om aan deze conclusie te twijfelen en verklaart het beroep ongegrond.

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap