Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Onvoldoende verweer werknemer geen recht op vangnet ziektewet
Onvoldoende verweer werknemer geen recht op vangnet ziektewet

Een schoonmaakster meldde zich op 13 augustus 2003 ziek bij haar werkgever X. Op 15 augustus 2003 werd zij door werkgever X op staande voet ontslagen met als reden dat zij in weerwil van de ziekmelding bij een andere onderneming werkzaam-heden verrichtte. Werkneemster riep de nietigheid in van het ontslag.  

In kort geding wees de kantonrechter te Roermond de loonvordering van werkneemster af. De kanton- rechter oordeelde dat werkneemster, die stelde situatief arbeidsongeschikt te zijn, niet aannemelijk heeft gemaakt dat er sprake zou zijn van omstandigheden, die haar verhinderden voor werkgever X werkzaam te zijn, terwijl zij tegelijkertijd wel in staat was soortgelijk werk voor een ander te verrichten.  

Het UWV heeft de aangevraagde ziekengelduitkering (vangnet ZW) geheel geweigerd doordat werkneemster door eigen handelen haar ontslag heeft veroor zaakt, zodat er sprake was van een benadelingshandeling in de zin van artikel 45 ZW.  

UWV heeft het bezwaar van werkneemster tegen de weigering om ziekengeld uit te betalen ongegrond verklaard. Daarbij is overwogen dat werkneemster, door na te laten in een bodemprocedure van de werkgever herstel van de dienstbetrekking dan wel loondoorbetaling te vorderen, ten onrechte heeft ingestemd met of berust heeft in beëindiging van haar dienst- betrekking en daarmee een benadelingshandeling in de zin van artikel 45 van de ZW heeft gepleegd.  

De rechtbank verklaarde het beroep van werkneemster tegen het bestreden besluit ongegrond. De rechtbank was met het UWV van oordeel dat werkneemster door af te zien van een bodemprocedure een benadelingshandeling had gepleegd.  De rechtbank oordeelde dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat werkneemster geen reële kans van slagen zou hebben bij het voeren van een dergelijke procedure.

De rechtbank heeft bijzondere betekenis gehecht aan de herhaaldelijke en nadrukkelijke stelling van werkneemster dat er sprake was van situatieve arbeidsongeschiktheid. Dat zij met veel enthousiasme haar werkzaamheden ten behoeve van werkgever had verricht en dat zij gedurende 3 1/2 jaar had bewezen een zeer betrouwbare en positieve kracht van werkgever te zijn en veel waardering kreeg van klanten waar zij werkzaam was.  

In hoger beroep onderschreef de Centrale Raad van Beroep het oordeel van de rechtbank. De enkele omstandigheid dat de kantonrechter geen voorlopige voorzien-ing heeft willen treffen, betekent niet dat van werkneemster niet te vergen zou zijn geweest haar aanspraken op loon in een bodemprocedure tot gelding te brengen.  

De Centrale Raad is net als de rechtbank van oordeel dat werkneemster een benade-lingshandeling heeft gepleegd in de zin van artikel 45 van de ZW. Dit rechtvaardigt de gehele weigering van ziekengeld door het UWV.   

LJN: BB9546, Uitspraak:  5 december 2007 Centrale Raad van Beroep

 

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap