Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Arbeidsrecht arrow Deskundigen oordeel: Arbo-arts versus UWV-arts
Deskundigen oordeel: Arbo-arts versus UWV-arts

Het komt met regelmaat voor dat het deskundigen oordeel van het UWV afwijkt van het oordeel van de arbo-arts. Dan staan als het ware twee medische oor-delen tegenover elkaar over het al dan niet arbeidsongeschikt zijn van de werknemer. In een door de werknemer aangespannen loonvorderingsprocedure  is het aan de rechter om uit te maken welk oordeel het meeste gewicht heeft. Recent hebben kantonrechters in een drietal zaken belangrijke beslissingen genomen, waaruit in zijn algemeenheid het een en ander kan worden afgeleid.
 

Kantonrechter Harderwijk 19 april 2006, JAR 2006/127.

In deze zaak oordeelt de rechter dat het oordeel van het UWV dat de werknemer (die meer dan twee jaar arbeidsongeschikt is en waarvan de werkgever ontbinding van de arbeidsvoorwaarden verzoekt) passend alternatief werk kan verrichten niet onderbouwd is, terwijl het oordeel van de arbo-arts (dat er voor de werknemer binnen de organisatie geen passend werk is) gedegen is onderbouwd en gemotiveerd. Om die reden volgt de kantonrechter het oordeel van de arbo-arts en wijst de loonvordering van de werknemer af.

Kantonrechter Haarlem 20 december 2006, JAR 2007, 41.

Hier gaat het om een werknemer die zich tijdens zijn vakantie in het buitenland ziek heeft gemeld en bij terugkomst een rapport overlegt van een lokale arts (Caisse Nationale de Sécurité Sociale). Na zijn terugkomst oordeelt de arbo-arts van de werkgever dat hij over onvoldoende informatie beschikt om te kunnen beoordelen of de werknemer twaalf dagen ziek is geweest. De werkgever boekt daarop twaalf vakantiedagen af. Zes maanden later vraagt de werknemer daarover een second opinion en het UWV oordeelt dat de werknemer zes maanden daarvoor wèl arbeidsongeschikt was. De rechter legt dit oordeel van het UWV naast zich neer, nadat hij heeft vastgesteld dat het UWV geen contact heeft gezocht met de arbo-arts of werkgever. Het UWV heeft zich zes maanden na dato alleen heeft gebaseerd op uitlatingen van werknemer. De behandeling door het UWV van de kwestie volgt volgens de rechter ook uit het feit dat het UWV er vanuit gaat de werknemer als metaalbewerker werkt, terwijl het bedrijf met kunststoffen werkt.  

Voorzieningenrechter te Dordrecht 13 december 2006 (JAR 2007, 29)

Hier oordeelt de rechter dat het oordeel van het UWV dat de werknemer arbeidsongeschikt is niet is gemotiveerd, terwijl het oordeel van de arbo-arts dat de werknemer arbeidsgeschikt is, wel is gemotiveerd. De rechter volgt ook hier het oordeel van de arbo-arts. In deze laatste zaak wordt overigens hoger beroep ingesteld waarbij het hof met wat kunst- en vliegwerk de beslissing van de rechtbank vernietigt, zodat het loon alsnog moet worden doorbetaald, maar waarbij het hof ook de arbeidsovereenkomst ontbindt.

Voor dit artikel zijn de drie uitspraken van de rechter in eerste aanleg (dus zonder dat hoger beroep) van belang. Duidelijk blijkt dat rechters vrij kritisch staan tegenover de beslissingen van het UWV – deskundigen oordeel – en niet nalaten die oordelen naast zich neer te leggen, indien het UWV zijn huiswerk slecht heeft gedaan door bijvoorbeeld een beslissing slecht te motiveren of door geen contact op te nemen met de desbetreffende arbo-arts en/of werkgever. Dat dit moet, volgt uit art 7:629 a lid 3 BW. 


Voor werkgevers is het dus van belang erop te letten dat hun arbo-artsen een oordeel over arbeids-  (-on)geschiktheid goed motiveren en onderbouwen. Daarmee kan een eventueel andersluidend oordeel van het UWV worden bestreden.

 
 
Mr. R.M. Dammers is advocaat bij Vogel en Ruitenberg advocaten in Amsterdam.
 
 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap