Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Vangnet ziektewet alleen bij einde contract
Vangnet ziektewet alleen bij einde contract

Werknemer trad met ingang van 2 augustus 2004 tot uiterlijk 1 februari 2005 als groepsleidster bij een stichting ter vervanging van een groepsleidster, die achtereenvolgens wegens ziekte, zwangerschaps- en bevallingsverlof afwezig was.

De arbeidsduur bedroeg volgens de arbeidsovereenkomst gemiddeld 25,5 uur per week.  Op 10 februari 2005 werd overeengekomen dat de arbeidsovereenkomst in die zin werd gewijzigd dat zij ter vervanging van een andere zieke collega met ingang van 1 februari 2005 en uiterlijk tot 1 september 2005 gemiddeld 28 uur per week zou werken.  

Werknemer is op 30 maart 2005 uitgevallen voor haar werk als groepsleidster. Op 12 mei 2005 heeft werkgever werknemer meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst een tijdelijke wijziging onderging in die zin dat de arbeidsduur in verband met het gedeeltelijk herstel van de collega met ingang van 1 mei 2005 gemiddeld 14 uur per week bedroeg.

Tevens is toen meegedeeld dat de arbeidsovereenkomst bij volledig herstel van deze collega, doch uiterlijk met ingang van 1 september 2005, zou eindigen. Werknemer heeft zich bij het Uwv gemeld met het verzoek haar met ingang van 1 mei 2005 een ziekengelduitkering toe te kennen. Zij heeft daarbij aangegeven dat haar dienstverband met ingang van deze datum gedeeltelijk, namelijk voor 14 uur, was beëindigd.  Het UWV heeft werknemer meegedeeld dat zij met ingang van 1 mei 2005 geen recht had op ziekengeld. Het bezwaar van werknemer tegen dit besluit werd door het  UWV ongegrond verklaard.  

De rechtbank waar deze zaak op de rol  kwam heeft het beroep van werknemer tegen het UWV besluit ongegrond verklaard. De rechtbank onderschreef het oordeel van het UWV dat werknemer geen aanspraak op ziekengeld kan ontlenen aan het bepaalde in artikel 29, tweede lid, onder c, van de Ziektewet (ZW) omdat onder “eindigen” van de dienstbetrekking als bedoeld in die bepaling alleen het volledig beëindigen van de dienstbetrekking dient te worden begrepen. In dit geval wordt het contractueel overeengekomen aantal arbeidsuren  verminderd en is naar het oordeel van de rechtbank van eindigen van de dienstbetrekking geen sprake. Daarbij heeft de rechtbank in aanmerking genomen dat de door werknemer uitgevoerde werkzaamheden steeds dezelfde zijn gebleven.  

 

 

In hoger beroep verenigt de Centrale Raad van Beroep zich met het oordeel van de rechtbank en onderschrijft de daaraan ten grondslag gelegde overwegingen. Uit de tekst van de op 10 februari 2005 gesloten arbeidsovereenkomst blijkt dat dit contract slechts een uitbreiding van de voorheen geldende arbeidsduur bevatte voor een bepaalde periode, terwijl voor het overige geen wijziging werd aangebracht in de arbeidsverhouding. De op dat moment afgesproken arbeidsduur van 28 uur werd door de werkgever bij brief van 12 mei 2005 met ingang van 1 mei 2005 teruggebracht naar 14 uur per week. Nu de arbeidsovereenkomst voor dit aantal uren per 1 mei 2005 werd gecontinueerd, kan niet worden gezegd dat de dienstbetrekking per 1 mei 2005 tot een einde is gekomen. De door werknemer aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.  

 

LJN: BC8428, Centrale Raad van Beroep , 06/4564 ZW

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap