Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Verslaving en loondoorbetaling bij ziekte
Verslaving en loondoorbetaling bij ziekte

Werkneemster (28 jaar) is sinds 1 november 2007 in dienst van GTI als debiteurenbeheerder op een arbeidsovereenkomst van een jaar die eindigt op 1 november 2008.

 

Op 18 februari 2008 heeft werknemer zich ziek gemeld en werd met verhoogde bloeddruk in het ziekenhuis opgenomen. Daarna was zij enkele weken ter detoxificatie in Centrum Maliebaan te Utrecht. Aansluitend is zij op 9 april 2008 opgenomen in een behandelinstelling te Zeist, waar zij tot eind januari 2009 intramuraal zal worden behandeld. Werkneemster is sinds omstreeks haar 20e jaar cocaïneverslaafd en kampt met psychische problematiek.

 

De bedrijfsarts van GTI heeft op 2 april 2008 geoordeeld dat werkneemster wegens haar opname en intensieve behandeling niet in staat is het eigen of aangepast werk te verrichten en dat haar herstel naar verwachting nog zeker enkele maanden zal duren. GTI heeft zich bij dit oordeel neergelegd.

 

GTI heeft vanaf 1 april 2008 geen loon meer betaald, daartoe aanvoerend dat zij haar verslaving zelf in de hand heeft gewerkt en haar ziekte daarom door een aan opzet gelijk te stellen mate van eigen schuld is veroorzaakt. Werkneemster heeft GTI zonder succes tot loondoorbetaling gemaand en vordert nu in kort geding de veroordeling van GTI om aan haar te voldoen het overeengekomen loon vanaf 1 april 2008 en totdat de arbeidsovereenkomst zal zijn geëindigd.

 

Werkneemster stelt dat zij sinds 18 februari 2008 in verband met ziekte onverminderd verhinderd is geweest de bedongen werkzaamheden te verrichten. Zij bestrijdt dat haar, ongeveer 8 jaar durende, verslaving door opzet is veroorzaakt.

 

GTI betwist de vordering. Werkneemster heeft er bewust voor gekozen om langdurig cocaïne te gebruiken. Dat zij daaraan verslaafd is geraakt, kan daarom niet, via de loondoorbetaling bij ziekte, voor rekening van GTI worden gebracht.Ter zitting heeft GTI, er nog op gewezen dat zij bij haar sollicitatie heeft verzwegen langdurig verslaafd te zijn. GTI voelt zich door haar misleid.

 

De beoordeling van het geschil:  

Partijen twisten over de vraag of de ziekte door haar opzet is veroorzaakt. De kantonrechter verwerpt het verweer van GTI en overweegt daartoe het volgende:

 

De zinsnede in artikel 7:629 lid 3 sub a BW ‘door (-) opzet (-) veroorzaakt’ brengt mee dat de werknemer zijn aanspraak op loondoorbetaling eerst dan verliest, indien hij het oogmerk heeft gehad om met zijn gedragingen of nalaten arbeidsongeschiktheid teweeg te brengen.

Naast haar drugsafhankelijkheid is sprake is van psychische problematiek. Deze is kennelijk van zodanige ernst dat haar behandelaars een langdurige intramurale behandeling aangewezen hebben geacht. Dat het opzet van werkneemster op het veroorzaken van ziekte gericht is geweest, ligt reeds vanwege deze psychische problematiek niet in de rede.

 

Op dit punt deelt de kantonrechter derhalve niet het oordeel van haar ambtgenoot te Gouda, die bij vonnis van 23 augustus 2007 (JAR 2007,237), op welke uitspraak GTI zich heeft beroepen, heeft overwogen dat psychische problemen, hoe ernstig ook, er niet aan kunnen afdoen dat bij vol bewustzijn wordt gekozen voor een zodanig middelengebruik dat daaruit een verslaving ontstaat.

 

Als er andere beweegredenen zijn om drugs te (gaan en blijven) gebruiken, brengt dat in de regel mee dat het oogmerk niet - althans niet uitsluitend - gericht was op het veroorzaken van arbeidsongeschiktheid.

 

Als de opmerking over de verzwijging door werkneemster van haar cocaïneverslaving aldus moet worden verstaan dat GTI er een beroep op wil doen dat zij, in de sollicitatieprocedure die tot haar indiensttreding heeft geleid, valse informatie over haar gezondheidstoestand heeft verstrekt, kan dit niet tot de gevolgtrekking leiden dat de aanspraak op loondoorbetaling is vervallen.

 

Artikel 7:629 lid 3 aanhef en onder a BW beperkt de daar bedoelde uitsluitingsgrond immers tot valse informatie die in het kader van een aanstellingskeuring is verstrekt. Dat werkneemster een dergelijke keuring heeft ondergaan, is niet gesteld.

 

Het voorgaande leidt tot de slotsom dat de vordering tot loondoorbetaling toewijsbaar is voor de periode dat werkneemster wegens ziekte niet tot werken in staat was of zal zijn, en zolang zich geen geldige andere reden voordoet om de loondoorbetaling te staken of op te schorten.

 

De kantonrechter gaat er voorshands vanuit dat de arbeidsovereenkomst van partijen op en na 1 november 2008 niet wordt voortgezet en het recht op loon daarom dan eindigt. De kantonrechter geeft de volgende onmiddellijke voorziening en veroordeelt GTI om:

  

aan werkneemster loon door te betalen van 1 april tot 1 juli 2008 en voorzover er sprake is van  arbeidsongeschikt van 1 juli 2008 tot 1 november 2008 daarnaast komen de proceskosten de proceskosten voor rekening van GTI.

 

Kantonrechter Utrecht zaaknummer: 577335 UV EXPL 08-192 lh

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap