Home arrow Wet en regelgeving arrow WAO arrow Voorbeeld 2 loonsanctie wegens mislukte re-integratie-inspanningen
Voorbeeld 2 loonsanctie wegens mislukte re-integratie-inspanningen

2. Casus werkhervatting. ‘Mogelijkheden bij andere werkgever onvoldoende benut’

 

Verzuimprobleem
Vanaf april 2002 heeft Jan, een 40-jarig meewerkend chef-automonteur, pijn onderin de rug, uitstralend naar de linker bil en het linker been. Na inspanning, met name bukken en tillen, verergert de pijn tot stekend met uitstraling. Jan krijgt hiervoor pijnstillers van de huisarts. Op 3 mei 2003 meldt Jan zich ziek.

 

In het werk zijn er belemmeringen bij voorovergebogen en half voorovergebogen werk, boven het hoofd werken onder de hefbrug en ten aanzien van duwen, trekken en tillen. De Arbodienst is al vrij snel van mening dat Jan blijvend ongeschikt is voor het werk als (meewerkend chef-)automonteur. Een orthopeed heeft namelijk een wervelverschuiving vastgesteld, waarvoor geen operatie in aanmerking komt. De Arbodienst acht Jan wel geschikt voor rugsparend ander werk.

 

Probleemanalyse en reïntegratie-inspanningen


In het bedrijf waar de werknemer werkzaam was, vindt alleen maar onderhoud en reparatie aan personenauto¿s plaats. In de werkplaats werken in totaal vijf monteurs. Daarnaast werkt er een telefoniste/receptioniste, die ook een aantal administratieve taken uitvoert. Jan kan door zijn beperkingen het werk van chef-automonteur niet meer doen. Dat werk brengt namelijk altijd rugbelasting met zich mee. Wijziging van het takenpakket is in dit geval dan ook geen reële optie.

 

Administratieve taken komen ook niet in aanmerking, omdat daar geen vacature voor is. Het is dus niet mogelijk om Jan binnen de eigen organisatie in rugsparend werk te herplaatsen.

 

De werkgever en de Arbodienst hebben daarom bekeken of de arbeid aan te passen zou zijn, door de chef-automonteur bijvoorbeeld meer cliëntcontacttaken te geven. Dat bleek organisatorisch niet haalbaar te zijn. Er is daarom, in overleg met Jan, afgesproken om te bekijken of hij geplaatst zou kunnen worden in passend werk bij een andere werkgever in de autobranche. Om de mogelijkheden te verkennen heeft de werkgever zijn netwerk ingeschakeld. Hij heeft contact opgenomen met bedrijven waar auto-onderdelen worden gereviseerd. In deze organisaties bestaan functies die passen bij de belastbaarheid van Jan en die bovendien goed aansluiten bij zijn bekwaamheden en belangstelling. Het werk wordt overwegend zittend uitgevoerd en er hoeft niet zwaar getild te worden.

Helaas is deze poging tot externe plaatsing niet gelukt.

 

Vervolgens heeft de werkgever nagelaten om verdere activiteiten te ondernemen.

 

Als reden hiervoor voert hij aan dat hij verder geen mogelijkheden zag: Jan heeft al geruime tijd in de autobranche gewerkt en zou zich volgens de werkgever daarbuiten niet "happy" voelen. De werkgever heeft daarom geen verdere stappen gezet. Op het moment van de aanvraag WAO is Jan nog steeds niet aan het werk.

 

Visie UWV
Het is doorgaans niet gemakkelijk is om, na een goede analyse, de conclusie te (durven) trekken dat een werknemer waarschijnlijk nooit meer zal kunnen hervatten in het eigen werk en dat hervatting in een andere functie binnen dit bedrijf ook niet meer tot de mogelijkheden behoort. Toch is het voor het reïntegratieproces van belang dat tijdig wordt gesignaleerd dat er in het eigen bedrijf geen passend werk meer is en dat moet worden gezocht naar passend werk bij een andere werkgever.

 

In het geval van Jan hebben zowel de werkgever als de bedrijfsarts dit tijdig gesignaleerd. Daarmee is niet gewacht tot het moment van aanvraag WAO. Op het moment dat helder was dat een hervatting binnen het eigen bedrijf niet meer mogelijk was, heeft men dit ook met Jan besproken.

 

Ook de poging van de werkgever om Jan binnen de autobranche te laten hervatten was een goede actie. Vervolgens gaat het echter fout: de werkgever had het niet bij deze goed bedoelde poging moeten laten. Er hadden meer activiteiten, gericht op een reïntegratie bij een andere werkgever, moeten plaatsvinden.

 

De werkgever had Jan aan moeten melden bij een reïntegratiebedrijf. De reden die de werkgever gaf om verder geen actie te ondernemen, vormt geen excuus. Van Jan mag immers worden verwacht dat hij meewerkt aan zijn reïntegratie.

 

En als dat niet mogelijk is bij de eigen werkgever, zal hij binnen de grenzen van de redelijkheid moeten meewerken aan het zoeken naar werk bij een andere werkgever.

 

De werkgever had in dit geval dus het zoeken naar werk bij een andere werkgever op de rails moeten zetten. Op dit punt is de werkgever in gebreke gebleven en dit wordt hem aangerekend, omdat daardoor reïntegratiekansen zijn gemist.

 

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap