Home arrow Wet en regelgeving arrow WAO arrow Voorbeeld 3 loonsanctie wegens mislukte re-integratie-inspanningen
Voorbeeld 3 loonsanctie wegens mislukte re-integratie-inspanningen

3. Casus  Bedrijfsarts stelt ten onrechte vast dat iemand ‘geen duurzaam benutbare mogelijkheden’ meer heeft

 

Verzuimprobleem
Esther (55) is werkzaam als medewerkster klantenservice bij een groot warenhuis. Sinds maart 2002 heeft ze last van dubbelzien. Bij analyse blijkt ze een hoge bloeddruk te hebben, waarvoor ze medicatie krijgt. In november 2002 valt Esther uit met een hersenbloeding. Ze moet acuut geopereerd worden.

 

Na drie maanden gaat het geleidelijk steeds wat beter met Esther. Sinds een half jaar fietst en wandelt ze weer. Ook rijdt ze sinds kort weer auto. Als restverschijnsel ziet Esther nog wel dubbel bij te ver naar rechts kijken en naar boven en onder kijken. De beweeglijkheid van het rechteroog is afgenomen, met name naar buiten. Ze kan niet meerdere dingen tegelijk doen en vermijdt drukte. Haar werkzaamheden heeft ze niet hervat.

 

Probleemanalyse en reïntegratie-inspanningen
Esther is het afgelopen jaar één keer door de bedrijfsarts gezien, daarna niet meer. Hij heeft zich beperkt tot schriftelijk overleg met haar behandelaars. Ook van de werkgever heeft ze één keer iets gehoord: hij heeft de probleemanalyse opgestuurd. In de probleemanalyse wordt geconcludeerd dat lichte werkzaamheden mogelijk moeten zijn. De Arbodienst adviseert een arbeidsdeskundige in te schakelen voor een reïntegratieadvies, maar dat is nooit gebeurd.

 

Esther heeft zelf een aantal keren het werk bezocht en heeft contact opgenomen met een nieuwe chef, maar die had het te druk.

 

Op het moment van de WAO aanvraag is Esther niet aan het werk. Het actuele oordeel van de bedrijfsarts is dat Esther geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft. Dat is vakjargon om aan te duiden dat Esther zulke ernstige beperkingen heeft dat ze voor lange tijd helemaal niet kan werken, in welke functie dan ook. Haar medische klachten zouden het eigen werk onmogelijk maken en Esther zou ook niet in staat zijn om ander werk te doen.

 

Tijdens de beoordeling door de verzekeringsarts geeft Esther aan dat zij wel graag ander passend werk bij de eigen werkgever wil doen. Ze denkt dit ook aan te kunnen, mits rekening gehouden wordt met haar beperkingen.

 

Visie UWV
Indien door een bedrijfsarts is vastgesteld dat de werknemer om medische redenen langdurig niet in staat is om arbeid te verrichten, worden er van de werkgever geen verdere reïntegratieactiviteiten verwacht. Dat is dan immers zinloos.

 

Dit kan bijvoorbeeld voorkomen als de werknemer opgenomen is in een ziekenhuis of AWBZ-erkende instelling, als de werknemer bedlegerig is, of als de werknemer zich niet of nauwelijks kan redden in het dagelijks leven. De bedrijfsarts dient wel periodiek te onderzoeken of er nog steeds sprake is van deze situatie.

 

Gezien het bovenstaande waren de reïntegratie-inspanningen van zowel de Arbodienst als de werkgever in deze casus onvoldoende. Beiden hebben slechts één keer contact gehad met Esther, terwijl het juist de bedoeling is om regelmatig na te gaan of het medisch oordeel, de probleemanalyse of het plan van aanpak bijgesteld moeten worden.

In de probleemanalyse is vermeld dat lichte werkzaamheden mogelijk moeten zijn en in het actuele oordeel staat dat Esther geen duurzaam benutbare mogelijkheden heeft. Omdat het geleidelijk steeds beter gaat met Esther, had de werkgever hier zeker vraagtekens bij geplaatst, als hij contact met haar en de bedrijfsarts had gehouden.

 

Dan had hij bovendien van Esther kunnen horen dat zij wilde werken en zich zelf daar toe in staat achtte. Ook dit gegeven maakt de conclusie van de bedrijfsarts onwaarschijnlijk.

Uit het eigen onderzoek van de verzekeringsarts bleek dan ook dat er bij Esther volstrekt geen sprake is van `geen duurzaam benutbare mogelijkheden’.

 

Het gevolg hiervan is dat er onterecht geen reïntegratie-inspanningen zijn verricht.

 

Hoewel met name de bedrijfsarts hier een onjuiste analyse heeft gemaakt, zal dit uiteindelijk de werkgever worden aangerekend. Deze is immers primair verantwoordelijk voor adequate reïntegratie-inspanningen.

 

Het is dus van belang dat een werkgever alert is als de bedrijfsarts constateert dat een werknemer langdurig niet in staat is om te werken. Zo kan hij een toelichting vragen op deze conclusie. Ook kan de werkgever er op aandringen dat de bedrijfsarts geregeld contact met de werknemer houdt en dat de bedrijfsarts hem meteen op de hoogte brengt van verbeteringen in de medische toestand van zijn werknemer. Indien dit het geval is, moet de reïntegratie immers meteen worden opgestart.

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap