Home arrow Wet en regelgeving arrow WAO arrow Voorbeeld 4 loonsanctie wegens mislukte re-integratie-inspanningen
Voorbeeld 4 loonsanctie wegens mislukte re-integratie-inspanningen

4. Casus ‘Onwillige werknemer’ 

Verzuimprobleem
Annie is een 45-jarige teamleidster in een verzorgingstehuis. Ze meldt zich in 1998 zes weken ziek in verband met rug- en schouderklachten. Sinds 1999 heeft ze regelmatig gewrichtsklachten.

In juli 2002 meldt ze zich ziek in verband met moeheidklachten. Na vier weken vindt er een ziekenhuisopname plaats vanwege plotselinge benauwdheid en pijn op de borst. Er worden geen hartafwijkingen gevonden. Ze wordt doorverwezen naar de psycholoog wegens een mogelijke burnout.

 

De functie van teamleidster vereist initiatief, creativiteit en organisatievermogen. Over deze eigenschappen blijkt Annie onvoldoende te beschikken.

 

De psycholoog adviseert cognitieve gedragstherapie en een lage dosis antidepressiva. Ze krijgt ontspannings- en ademhalingsoefeningen, waardoor ze rustiger wordt en beter kan relativeren. Er wordt geconstateerd dat Annie al enkele jaren iets boven haar capaciteit werkte. Een recente woordenwisseling met een medewerker was de druppel die haar deed uitvallen. Al eerder waren er wrijvingen, maar die werden met de mantel der liefde bedekt.

 

Om die reden wordt geadviseerd naar werk te kijken dat minder management-aspecten heeft, vooral omdat haar vermogen tot relativeren door haar gedrevenheid klein is. Zij reageert dan met depressieve klachten op haar `falen¿. Wel kan zij heel goed coördineren, samenwerken en met patiënten omgaan.

 

Probleemanalyse en reïntegratie-inspanningen
De Arbodienst is van mening dat Annie blijvend ongeschikt is voor het werk als teamleidster en adviseert te proberen om zo spoedig mogelijk te hervatten in een andere functie zonder druk en meer passend bij haar vaardigheden. 
De bedrijfsarts noemt als voorbeeld de functie van receptioniste in het verzorgingstehuis.

 

De werkgever gaat binnen de organisatie op zoek naar ander, passend werk. Hij biedt haar in augustus 2002 werk als receptioniste aan voor 5 keer 4 uur, maar dat vond Annie te zwaar; er zijn al drie receptionistes overspannen geraakt. Annie geeft de voorkeur aan haar eigen werk. Ze verwacht veel van de therapie en wil graag geleidelijk weer in haar eigen werk terugkomen. Ondanks het feit dat de bedrijfsarts anders adviseerde, wil de werkgever Annie tegemoet komen. Ze hervat dan ook in september 2002 in haar eigen functie, gedurende 2 ochtenden per week 4 uur.

 

Hoewel ze erg gemotiveerd is, blijkt het werk haar tegen te vallen gezien haar klachten. In oktober 2002 meldt ze zich dan ook opnieuw ziek.

 

De werkgever bespreekt met haar de situatie. Hij stelt haar opnieuw voor om in een voor Annie rustiger situatie te hervatten. De functie van receptioniste komt wederom ter sprake.

Annie blijft zich tegen een hervatting in deze functie verzetten uit angst voor een te zware belasting. Zowel de werkgever als Annie ondernemen vervolgens geen acties meer ten aanzien van reïntegratie.

 

Bij de aanvraag WAO is de actuele situatie dat Annie niet aan het werk is.

Visie UWV
In eerste instantie is er door iedereen in het proces goed gehandeld. De problematiek is goed in kaart gebracht. Er is geconstateerd dat het werk van teamleidster niet alleen om puur medische redenen minder geschikt is voor Annie, maar ook omdat zij een aantal voor dit werk noodzakelijke vaardigheden en eigenschappen mist. Het is dan ook logisch, dat de bedrijfsarts adviseert om ander werk te gaan doen.

De werkgever bespreekt met Annie dit advies en doet haar een concreet voorstel. De werkgever geeft Annie vervolgens het voordeel van de twijfel. Hoewel de bedrijfsarts er anders over denkt, is dit toch een goede beslissing vanuit de gedachte dat Annie gemotiveerd leek om geleidelijk weer in haar eigen werk te hervatten. De werkgever heeft er blijkbaar voor gekozen om deze motivatie niet op voorhand te frustreren.

Ook in de arbeidsrechtelijke jurisprudentie geldt als uitgangspunt dat de werkgever een werkaanbod van de werknemer in principe moet accepteren, tenzij de werkgever kan aantonen dat dit in redelijkheid niet van hem kan worden verlangd. Het reïntegratieproces loopt echter vast nadat Annie wederom is uitgevallen.

De werkgever herhaalt zijn eerdere voorstel, dat opnieuw niet door Annie wordt geaccepteerd. Zowel de bedrijfsarts maar vooral ook de werkgever had vervolgens expliciet met Annie moeten bespreken dat een hervatting in het eigen werk geen reële optie meer is. De weigering van Annie om op het aanbod van de werkgever in te gaan, had vervolgens niet zonder gevolgen mogen blijven. De werkgever had moeten proberen om deze houding te doorbreken.

De werkgever heeft in een dergelijke situatie meerdere mogelijkheden. Hij kan een deskundigenoordeel aanvragen bij UWV of bij een in de betreffende CAO geregelde geschillencommissie.  I

n tweede instantie kan de werkgever naar verdergaande maatregelen grijpen, namelijk het stoppen van de loondoorbetaling of het aanvragen van ontslag bij de kantonrechter. Ondanks de goede start is het vastlopen van het reïntegratieproces toch verwijtbaar en dit wordt de werkgever dan ook aangerekend. 

bron: UWV

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap