Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow De medische afzakker
De medische afzakker

Het klinkt niet direct als een compliment als je een medische afzakker wordt genoemd. Het is een term uit het vakjargon van de medewerkers van het UWV met een neutrale, juridische betekenis. Er wordt niets negatiefs of beledigends mee bedoeld.  

Een medische afzakker is iemand, die al langer klachten ervaart, zich ziek voelt en dat dan eerst oplost door met zijn werkgever af te spreken dat hij minder uren gaat werken, bijvoorbeeld hij werkte 36 uur per week en gaat naar 24 uur per week.Waarbij hij hoopt dat de klachten door de verminderde werkbelasting overgaan. 

Als de klachten echter niet overgaan volgt na verloop van tijd meestal alsnog een ziekmelding en, na afloop van de wachttijd, een beoordeling van het recht op uitkering WAO of WIA. Een WAO- of WIA-uitkering wordt mede bepaald door de datum waarop de arbeidsongeschiktheid voor het eerst manifest werd. 

Het probleem is dan, dat het UWV de datum van die ziekmelding als begindatum van de te beoordelen arbeidsongeschiktheid neemt. De ‘medische afzakker’ werkte ten tijde van de ziekmelding al minder uren, namelijk 24 uur in plaats van 36 uur, had dus een lager salaris en krijgt als gevolg daarvan een lagere uitkering WAO of WIA.  Het UWV had eigenlijk de datum waarop de ‘medische afzakker’ 24 uur in plaats van 36 uur ging werken moeten nemen als begindatum van de arbeidsongeschiktheid en ingaande de latere datum van ziekmelding een verder toegenomen arbeidsongeschikt-heid moeten aannemen. In dat geval wordt uitgegaan van het hoge salaris voor 36 uur werken en krijgt de ‘medische afzakker’ een hogere uitkering WAO of WIA. 

Medische afzakkers komen veel voor. Meestal hebben ze achteraf het probleem dat ze niet kunnen bewijzen dat ze ten tijde van de urenvermindering van 36 naar 24 uur al gedeeltelijk arbeidsongeschikt waren. Ze maken de afspraak met de werkgever vaak op eigen initiatief en zonder doktersadvies. Als een ‘medische afzakker’ wel bewijs heeft dan kan het zijn dat het UWV wel arbeidsongeschiktheid aanneemt ten tijde van de urenvermindering.Dat dit niet altijd lukt blijkt uit een uitspraak van de Rechtbank 's-Hertogenbosch van 2 juni 2005. 

Verloop: Een medewerkster van een kruisvereniging werkte 32 uur per week, verminderde na ziekte ingaande augustus 1995 haar aantal werkuren tot 24 uur per week. Ingaande maart 1997 accepteerde zij een verdere urenvermindering tot 20 uur per week en tevens een minder zware functie als medewerker cliëntenadministratie.  

In augustus 1998 meldde zij zich ziek en na einde wachttijd kreeg zij ingaande augustus 1999 een volledige uitkering WAO toegekend die in dezelfde beslissing per april 2000 werd verlaagd naar 15 tot 25 % arbeidsongeschikt.

In beroep stelde zij dat het UWV de ingangsdatum van haar arbeidsongeschiktheid ten onrechte niet gesteld had op augustus 1995. De rechter stelt vast dat het UWV onvoldoende medisch heeft onderbouwd dat deze medewerkster kruisvereniging in augustus 1995 geen medische afzakker was. Tot zo ver dus goed nieuws. Maar tevens stelt de rechter vast dat de overgelegde medische informatie over de klachten in augustus 1995 en in de periode tot augustus 1998 onvoldoende aantoont dat zij toen al gedeeltelijk arbeidsongeschikt was.

Het beroep van de werkneemster werd gegrond verklaard, maar wel met instandlating van de rechtsgevolgen. Dat betekent: de medewerkster kruisvereniging kreeg dus geen uitkering over de periode voor augustus 1999 en verder blijft alles zoals het UWV beslist had.

Deze uitspraak geeft aan dat het niet zo makkelijk is om achteraf met medische stukken te bewijzen dat u een medische afzakker bent. Het is echter ook niet onmogelijk.  Voor een recht op uitkering is het beter als een werknemer de urenvermindering bij de werkgever niet voor eigen rekening neemt, maar zich ziekmeldt voor het verlies aan arbeidsuren. Dan zijn er in elk geval genoeg medici die zich met de urenvermindering bemoeien en zal een WAO- of WIA-beoordeling na einde wachttijd niet stranden op gebrek aan bewijs.  

Bron: Advocatenkantoor Visser c.s. Utrecht

 

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap