Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Onvoldoende onderzoek bij WIA beoordeling
Onvoldoende onderzoek bij WIA beoordeling

Werkneemster werkte bij een callcenter op gemiddeld 33,5 uur per week. Met ingang van 23 februari 2004 heeft zij zich ziek gemeld met vermoeidheids- klachten. Na medisch en arbeidskundig onderzoek heeft UWV medegedeeld dat werkneemster geen uitkering op grond van de Wet WIA krijgt omdat zij minder dan 35% arbeidsongeschikt wordt geacht. Werkneemster heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt  dat door het UWV ongegrond werd verklaard. Werkneemster gaat vervolgens in beroep bij de rechtbank Groningen 

Standpunt werkneemster 

Werkneemster is van mening dat het medisch onderzoek onvoldoende is geweest. Als gevolg van chronische klachten heeft zij veel meer beperkingen dan de verzekeringsarts heeft aangenomen. Eiseres wijst op het aanzienlijke verschil aan beperkingen die de bedrijfsarts heeft vastgesteld en het aantal beperkingen die de verzekeringsarts heeft aangenomen.

Rechtbank

De rechtbank stelt vast dat de verzekeringsarts haar rapportage heeft gebaseerd op het spreekuurcontact waarbij de medische voorgeschiedenis van werkneemster werd besproken. De verzekeringsarts heeft kennisgenomen van de actuele klachten en ervaren beperkingen van eiseres. Zij heeft vastgesteld dat er sprake is van chronische pijnklachten, passend bij fibromyalgie. In verband hiermee heeft zij beperkingen aangenomen. Zij acht de werkneemster in staat om lichamelijk niet al te zwaar werk te verrichten. De verzekeringsarts heeft onder meer beperkingen aangenomen voor het werken met veelvuldige deadlines, het werken in een koude omgeving en voor het frequent hanteren van zware lasten en het lopen en staan tijdens het werk.

In haar rapportage vermeldt de verzekeringsarts dat algemeen lichamelijk onderzoek in overleg met eiseres niet werd verricht. De aangenomen beperkingen heeft de verzekeringsarts tot uitdrukking gebracht in de door haar opgestelde FML. In de bezwaarprocedure heeft werkneemster een FML ingezonden die door een bedrijfsarts is opgesteld. De bezwaarverzekeringsarts heeft dossieronderzoek verricht en heeft werkneemster tijdens de hoorzitting gesproken. Naar het oordeel van de rechtbank heeft kon hiermee niet  volstaan. De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat werkneemster heeft gewezen op het aanzienlijke verschil in beperkingen die de verzekeringsarts heeft aangenomen ten opzichte van de bedrijfsarts.

Tijdens de zitting werd door de gemachtigde van het UWV bevestigd dat de Standaard communicatie tussen bedrijfs- en verzekeringsartsen met behandelaars bepalend hier geldt. In die Standaard staat vermeld dat de verzekeringsarts, als daarop aanhoudend door de client wordt aangedrongen, contact zoekt met een behandelaar. Naar het oordeel van de rechtbank is de bedrijfsarts hier gelijk te stellen aan een behandelaar. 

Uit oogpunt van zorgvuldigheid had de bezwaarverzekeringsarts naar het oordeel van de rechtbank aanleiding moeten zien om met de bedrijfsarts contact op te nemen. Nu dat niet is gebeurd besluit de rechtbank dat het beroep gegrond is wegens onvoldoende zorgvuldig onderzoek en vernietigt het besluit (artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht)   

Uitspraak Rechtbank Groningen AWB 06/1518

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap