Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Kantonrechter vernietigt loonsanctie UWV.
Kantonrechter vernietigt loonsanctie UWV.

Re-integratie niet te koste van alles!

Een parttime werkneemster van een schoonmaakbedrijf viel 10 november 2004 uit voor haar werk. Deze werkneemster deed 26 weken te laat, haar aanvraag voor een uitkering WIA bij het UWV. Dit leidde tot uitstel van de WIA beoordeling met 26 weken.

Het schoonmaakbedrijf ging in beroep tegen beslissing van het UWV aansluitend hierop de verplichting tot loondoorbetaling van de werkgever te verlengen met 52 weken vanwege onvoldoende re-integratie-inspanningen. Tijdens de zitting ging de rechter in op de verplichting van werkgever om waar mogelijk de werknemer in te schakelen in eigen of andere arbeid in zijn eigen bedrijf of als dat niet mogelijk blijkt in passende arbeid in het bedrijf van een andere werkgever.  

De rechtbank is van oordeel dat werkgever in dit geval onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht, omdat zij het advies van de door haar ingeschakelde bedrijfsarts en arbeids-deskundige, om bij de werkneemster een psychologische test te laten afnemen en haar in aanmerking te brengen voor coaching, niet heeft opgevolgd en verder niet heeft onderzocht of er buiten haar organisatie passende arbeid mogelijk was.  

Voor het standpunt van werkgever dat de re-integratie-inspanningen kansloos zouden zijn door het lage opleidingsniveau en de leeftijd (40 jaar) van de werkneemster, de beperkingen en karakter, heeft de rechtbank geen onderbouwing aangetroffen. Dit standpunt wijkt af van het advies van de ingeschakelde deskundigen die nog wel mogelijkheden zagen. 

De rechtbank merkt op dat werkgever in beginsel het advies van de bedrijfsarts en de arbeids-deskundige dient te volgen. Dit is anders indien werkgever concrete aanwijzingen of gegronde redenen heeft om te twijfelen aan dit oordeel. Van concrete aanwijzingen is niets gebleken. De rechtbank is daarom van oordeel dat UWV terecht het standpunt heeft ingenomen dat er sprake is onvoldoende re-integratie-inspanningen.  

De rechtbank staat vervolgens voor de vraag of dit eveneens geldt voor standpunt van het UWV dat werkgever hiervoor geen deugdelijke grond had. Werkgever heeft verklaard dat er sprake is van een onredelijke financiële inspanning omdat de kosten van een psychologisch onderzoek € 1.500,- bedragen en de kosten van een assessment, opleiding en het zoeken naar passende arbeid elders € 10.000.-. De kosten van de loondoorbetaling bedragen in totaal € 4.500,-.

De uitgaven voor re-integratie staan in geen enkele verhouding tot de kosten van loondoorbetaling en eventuele premieverhoging waarmee de werkgever te maken krijgt als de werknemer een WGA-uitkering krijgt en zijn daardoor niet redelijk.  

De rechtbank is van oordeel dat UWV onderzoek had moeten instellen naar de verhouding van de kosten van de re-integratie ten opzichte van de loondoorbetaling en premieverhoging. Door dit na te laten beschikt het UWV over onvoldoende gegevens om deze afweging goed te kunnen maken. Het was logisch geweest als de benodigde gegevens bij werkgever zouden zijn opgevraagd.  

De rechtbank is daarom van oordeel dat het bestreden besluit onzorgvuldig is voorbereid en een deugdelijke motivering ontbeert en daardoor komt het wegens strijd met artikel 3:2 en 7:12 van de Awb voor vernietiging in aanmerking.  

UWV dient een nieuwe beslissing op het bezwaar van eiseres tegen het besluit van 8 maart 2007 te nemen met in achtneming van deze uitspraak.  

LJN: BE9221, Rechtbank Utrecht   © L&M sociale zekerheid

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap