Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Versnelde WAO uitkering: Ziek ten gevolge van dezelfde ziekteoorzaak
Versnelde WAO uitkering: Ziek ten gevolge van dezelfde ziekteoorzaak

Een sloper meldde zich ziek per 26 februari 2003 bij het UWV  met de vraag hem een versnelde WAO uitkering toe te kennen omdat zijn huidige arbeidsongeschiktheid  voortkwam uit dezelfde oorzaak als de op  1 mei 2001 ingetreden arbeidsongeschiktheid.    

Dit verzoek werd afgewezen door het UWV omdat uit de beschikbare medische gegevens volgde dat de twee ziektegevallen niet voortkwamen uit dezelfde oorzaak. De rechtbank heeft vervolgens door werknemer ingestelde beroep ongegrond verklaard.

Werknemer  heeft in hoger beroep aangegeven dat de rechtbank ongemotiveerd voorbij is gegaan aan de rapportage van de bedrijfsarts en de informatie met betrekking tot het re-integratietraject. Het Uwv heeft zich op het standpunt gesteld dat nu door de verzekeringsarts is vastgesteld dat geen sprake is van toegenomen beperkingen vanwege de heup de vraag of aspecifieke rugklachten

De Centrale Raad overweegt het volgende: De werknemer die bij een val op 1 mei 2001 een aantal fracturen opliep aan het rechterbekken werd  na afloop van de wettelijke wachttijd ongeschikt bevonden voor het verrichten van het eigen werk als sloper, maar werd geschikt geacht passende arbeid. Er werd met ingang van 30 april 2002 geen WAO-uitkering toegekend omdat van loonverlies geen sprake was. 

De werknemer heeft zich op 29 januari 2003 opnieuw ziek gemeld. Het Uwv heeft geoordeeld dat na een periode van vier weken na 29 januari 2003 toekenning van een WAO-uitkering niet aan de orde kon zijn, omdat geen sprake was van een uit dezelfde ziekteoorzaak voortvloeiende arbeidsongeschiktheid.

Volgens vaste jurisprudentie (LJN AP0012) dient het UWV  de bewijslast te leveren dat er geen oorzakelijk verband bestaat tussen de eerdere en latere uitval. De Raad stelt vast dat de verzekeringsarts in zijn rapportage van 1 juni 2005 wederom tot uitgangspunt neemt dat een misstap voor de werknemer de aanleiding zou zijn geweest om de werkzaamheden te staken.

Onderzoek naar de vraag of er op 29 januari 2003 sprake is geweest van een misstap heeft niet plaatsgevonden.  Dit onderzoek was wel noodzakelijk omdat de bedrijfsarts van werknemer in zijn brief van 19 mei 2004  heeft opgemerkt dat zijn dossier een uitval na een misstap niet bevestigt. Deze opmerking sluit aan bij de informatie die de verzekeringsarts middels het bij de WAO-aanvraag ingediende re-integratieverslag van de bedrijfsarts van appellante verkreeg.

In de daarin opgenomen ‘Eerste Probleemanalyse’ heeft de bedrijfsarts neergelegd dat aan de ziekmelding van de werknemer rugklachten en bekkenklachten ten grondslag lagen en dat de pijnklachten waarmee hij op 29 januari 2003 is uitgevallen gerelateerd zijn aan het hem in mei 2001 overkomen ongeval.

De Raad is van oordeel dat de vraag of de arbeidsongeschiktheid met ingang van 29 januari 2003 in causaal verband staat met het ongeval van 1 mei 2001 niet kan worden beantwoord zolang niet vaststaat of de werknemer op 29 januari 2003 is uitgevallen in verband met een misstap en daarop volgende aspecifieke rugklachten als beschreven door de verzekeringsarts, dan wel in verband met aan het eerdere ongeval gerelateerde klachten, zoals de bedrijfsarts heeft vastgelegd.  

De Raad concludeert dat het bestreden UWV besluit is voorbereid zonder inachtneming van de daarbij op grond van artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb) vereiste zorgvuldigheid vanwege het achterwege laten van voldoende onderzoek naar de relevante feiten.

De aangevallen uitspraak moet worden vernietigd en het Uwv dient een nieuw besluit op bezwaar  te nemen.

LJN: BG9253, Centrale Raad van Beroep                                                                                 Datum publicatie: 13-01-2009 

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap