Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Wie draait op voor gevolgen te late WIA aanvraag
Wie draait op voor gevolgen te late WIA aanvraag

Casus:   Een directiesecretaresse trad op 1 februari 2000 bij haar werkgever in dienst. Zij valt op 26 juni 2006 volledig uit wegens arbeidsongeschiktheid en kan vanaf eind 2007 voor 20 uur per week haar werkzaamheden weer gedeeltelijk hervatten. Op 21 februari 2008 adviseert de arbo-arts onder meer ‘gezien de nog steeds bestaande energetische beperkingen om over enige tijd een aanvraag WIA te doen. Deze aanvraag zal, aldus het advies, rond 20 maart 2008 bij het UWV moeten zijn.”  

Beëindigingovereenkomst:  Werkgever en werknemer besluiten tot  beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2008 onder toekenning van een vergoeding van € 90.000 aan werknemer. Werkneemster ondertekent deze overeenkomst op 16 mei 2008 voor akkoord. Partijen verlenen elkaar finale kwijting “ter zake alle gevolgen, voortvloeiend uit de beëindiging van onderhavig dienstverband”.  

De kantonrechter te Haarlem bekrachtigt het einde van de arbeidsovereenkomst.  

Te late WIA aanvraag leidt tot een loonsanctie werkgever:  Pas op 22 mei 2008 stuurt werkneemster haar WIA aanvraag naar het UWV. Op 16 juni 2008 schrijft UWV dat:  “De aanvraag had op 23 maart 2008 binnen moeten zijn en is derhalve 60 dagen te laat en dat heeft gevolgen heeft voor de ingangsdatum van de WIA-uitkering.  Als een WIA aanvraag te laat wordt ingediend, wordt de periode van 104 weken waarover de werkgever het loon tijdens ziekte moet doorbetalen verlengd.  Hierdoor gaat het WIA recht  pas in op 22 augustus en tot die datum krijgt werkgever van UWV een loonsanctie opgelegd. 

Vordering loondoorbetaling:  De advocaat van werkneemster maakt per brief van 7 november 2008 namens werkneemster aanspraak op doorbetaling van loon bij haar voormalige werkgever van 1 juli 2008 tot 22 augustus 2008.  Men claimt een bedrag van  € 8.009.00 aan loon en daarnaast worden diverse kosten gevorderd.  Werkgever heeft na 1 juli 2008 - wegens einde dienstverband - geen loon meer  betaald en weigert dit ook verder te doen.  

Vervolgens stapt werkneemster naar de rechtbank te Haarlem. 

Vordering betwist:  Werkgever betwist ook bij de rechtbank de vordering en stelt dat het aan werkneemster te wijten is dat zij de aanvraag te laat heeft ingediend. Zij heeft zich tijdig voorzien van juridische bijstand en had daarom moeten weten wat de gevolgen waren van de te late aanvraag.

De beëindigingovereenkomst ‘zonder voorbehoud’ trad in werking op 1 juli 2008 en derhalve is werkgever geen loon meer verschuldigd.  Tenslotte stelt werkgever dat werkneemster -  sowieso - geen recht op loondoorbetaling (art.7: 629 BW) zou hebben gehad nu zij zonder deugdelijke grond de WIA aanvraag  later heeft ingediend dan voorgeschreven.  

Overwegingen rechtbank:  Vooropgesteld wordt dat de vordering van werkneemster  met als grondslag doorbetaling van loon niet kan slagen, omdat tussen partijen is overeengekomen  dat het dienstverband op 1 juli 2008 is geëindigd.  

Daarnaast stelt de rechtbank dat op werkneemster de verplichting rustte ofwel de WIA-uitkering tijdig aan te vragen ofwel bij de totstandkoming van de vaststellingsovereenkomst een voorbehoud te maken. Nu zij dit niet heeft gedaan is geen sprake van omstandigheden die de handhaving van de finale kwijting naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar maken en bestaat er geen (nieuw) recht op loondoorbetaling.  

Uitspraak:   De kantonrechter  wijst de vordering af en  veroordeelt werkneemster  tot betaling van de proceskosten ook die aan de kant van werkgever; 

Bron: LJN: BJ8812  rechtbank Haarlem

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap