Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Arbeidsrecht arrow Loonsanctie werkgever slechts gedeeltelijk toegestaan
Loonsanctie werkgever slechts gedeeltelijk toegestaan

Een man werkt sinds juli 2008 als servicemedewerker bij een benzinestation. Eind januari 2009 meldt hij zich ziek met psychische klachten.

Medio maart is de bedrijfsarts van oordeel dat de werknemer arbeidsongeschikt is voor zijn eigen werk, maar wel contact kan onderhouden met de werkgever. Verder kan hij vanaf 16 april twee uur per dag aangepast werk doen. De bedrijfsarts heeft dit advies twee dagen later schriftelijk aan de werkgever gestuurd. De werknemer krijgt van deze brief geen kopie en ook de werkgever laat niets van zich horen.

Op 17 april laat de werkgever weten dat de werknemer ten onrechte niet op het werk is verschenen, ondanks de mededeling van de bedrijfsarts. Op verzoek van de gemachtigde van de werknemer stuurt de werkgever op 21 april alsnog de rapportage van de bedrijfsarts. Maar omdat de werknemer daarna alsnog niet op het werk verschijnt, stopt de werkgever de loonbetaling.

De werknemer vordert in een kort geding doorbetaling van zijn salaris. De kantonrechter stelt vast dat de werknemer na het bezoek aan de bedrijfsarts noch door de arts noch door de werkgever ervan op de hoogte is gesteld dat hij vanaf 16 april twee uur per dag aangepast werk moest doen. Omdat de werknemer de rapportage pas op 21 april ontving, heeft de werknemer tot die datum het recht op zijn loon. Maar daarna wist de man dat hij twee uur per dag aan het werk moest. Als de werknemer het daarmee niet eens was, had hij daarover meer duidelijkheid kunnen vragen bij de bedrijfsarts of een second opinion bij het UWV moeten aanvragen.

De werknemer had in elk geval niet het recht om eenvoudigweg niet op het werk te verschijnen. Daarom was de werkgever gerechtigd om na 24 april een loonsanctie op te leggen.  Maar volgens de kantonrechter kan een dergelijke loonsanctie alleen slaan op het deel van de bedongen of aangepaste arbeid dat de werknemer, hoewel daartoe in staat, zonder deugdelijke grond niet heeft verricht. Dus het recht op loon vervalt alleen voor de twee uur aangepast werk per dag. Voor het deel dat hij arbeidsongeschikt is, behoudt de werknemer het recht op doorbetaling.

Een andere uitleg van de wet zou bovendien, met name in de beginfase van het herstel van een werknemer, tot disproportionele sancties kunnen leiden. 

Kantonrechter Amersfoort (Voorzieningenrechter), 22 juli 2009,  BJ3489

Bron: Arbo Online

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap