|
| Aanmelden nieuwsbrief |
|---|
![]() |
Wet en regelgeving
Jurisprudentie
Sociale zekerheid
Ziek maar ook arbeidsongeschikt? | Ziek maar ook arbeidsongeschikt? |
|
Ziekteverloop
Jan, 45 jaar oud, werkt sinds 11 jaar als cleaner bij AVR als hij zich op 12 februari 2009 ziek meldt. De bedrijfsarts beoordeelt de arbeidsongeschiktheid en verklaart Jan per 9 maart 2009 niet langer arbeidsongeschikt. Jan hervat zijn werk en meldt zich kort na aanvang van zijn werkzaamheden weer ziek. Op 1 april 2009 hervatte zijn Jan zijn werkzaamheden meldt zich op 2 april 2009 weer ziek. De bedrijfsarts vond Jan op 2 april 2009 arbeidsgeschikt.
Omdat Jan nog niet aan het werk was laat werkgever op 6 augustus 2009 via een brief weten dat het nettoloon van Jan wordt teruggebracht tot 70% omdat hij niet meewerkt aan zijn re-integratie. Op 24 augustus 2009 wordt de loondoorbetaling volledig stopgezet, omdat werknemer ook geen medewerking heeft verleend aan het opstellen van een plan van aanpak en heeft geweigerd passende arbeid te verrichten.
Werkgever heeft vervolgens ook een deskundigen oordeel aangevraagd. Dit deskundigen oordeel is door de UWV arbeidsdeskundige op 9 oktober besproken met werknemer en werkgever. Jan wordt door de UWV verzekeringsarts vanaf 6-8-2009 in staat geacht tot het verrichten van aangepaste arbeid. UWV rapporteert verder o.a. dat Jan aangepast werk kan verrichten en dat hij op 12 oktober 2009 ook volledig zal hervatten in aangepast eigen werk. Verder wordt aangegeven dat er geen enkele reden is aan te geven waarom Jan niet mee zou kunnen werken aan zijn terugkeer. Jan voert gemotiveerd verweer Jan stelt dat hij, gezien de opvattingen van de behandelend psychiater en de huisarts, op medische gronden niet in staat is zijn eigen werk of lichtere schoonmaakwerkzaamheden te verrichten, alsmede dat hem geen verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van zijn inspanningen om te werken aan zijn re-ïntegratie. Volgens Jan is het medisch oordeel van de verzekeringsarts onjuist, waardoor ook het deskundigenoordeel van onwaarde is.
De beoordeling Blijkens de rapportage arbeidsdeskundige d.d. 13 oktober 2009 in het kader van het door werkgever aangevraagde deskundigenoordeel is volgens het UWV de door werkgever aangeboden arbeid passend. Tussen partijen is niet in geschil dat werknemer ziek is. Wel verschillen zij van mening of werknemer in staat is tot het verrichten van passende arbeid in het kader van zijn re-ïntegratie. De bedrijfsarts en de verzekeringsarts zijn, anders dat de psychiater en de huisarts, specifiek opgeleid om te adviseren over arbeids(on)geschiktheid van werknemers. De kantonrechter ziet geen aanleiding om het (medisch) oordeel van de verzekeringarts terzijde te laten, omdat het niet strookt met de visie van de psychiater en de huisarts. Dit betekent dat in deze procedure uitgegaan wordt van de juistheid van het deskundigen oordeel van het UWV. Feiten en omstandigheden die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden, zijn niet ingebracht. De kantonrechter is dan ook van oordeel dat Jan de aangeboden passende arbeid gericht op volledige hervatting van zijn eigen werk niet had mogen weigeren. Nu Jan ten onrechte volhardt in zijn weigering medewerking te verlenen aan zijn re-ïntegratie, waartoe hij door werkgever meermalen in de gelegenheid is gesteld en ondanks dat werkgever over is gegaan tot gedeeltelijke en later volledige stopzetting van loonbetaling, is sprake van een verstoorde arbeidsrelatie door toedoen van Jan. Dit rechtvaardigt ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen op grond van veranderingen in de omstandigheden zonder toekenning van een vergoeding. © L&M sociale zekerheid |