Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Ziek maar ook arbeidsongeschikt?
Ziek maar ook arbeidsongeschikt?

Ziekteverloop

Jan, 45 jaar oud, werkt sinds 11 jaar als cleaner bij AVR als hij zich op 12 februari 2009 ziek meldt.  De bedrijfsarts beoordeelt de arbeidsongeschiktheid  en verklaart  Jan per 9 maart 2009 niet langer arbeidsongeschikt. Jan hervat zijn werk en meldt zich kort na aanvang van zijn werkzaamheden weer ziek. Op 1 april 2009 hervatte zijn Jan zijn werkzaamheden meldt zich op 2 april 2009 weer ziek. De bedrijfsarts vond Jan op 2 april 2009 arbeidsgeschikt.

Jan vraagt UWV vervolgens om een deskundigenoordeel en UWV oordeelde dat Jan op 12 maart 2009 zijn eigen werk niet kon doen.  Werkgever en Jan hebben op 11 mei 2009 een ziekteverzuimgesprek gevoerd. Toen is afgesproken is dat Jan op 18 mei 2009 zijn passende werkzaamheden, bestaande uit het verrichten van lichte schoonmaakwerkzaamheden op het buitenterrein, zou aanvangen. Hij heeft zich toen wel gemeld op het werk maar heeft geen werkzaamheden verricht.

De bedrijfsarts heeft de arbeidsongeschiktheid beoordeeld en werkgever en Jan meegedeeld dat de arbeidsongeschiktheid waarschijnlijk nog een maand zou voortduren.
Later heeft de bedrijfsarts in zijn probleemanalyse van 20 juli 2009 werknemer in staat geacht om 40 uur per week lichte werkzaamheden onder toezicht te verrichten.

Sancties

Omdat Jan nog niet aan het werk was laat werkgever  op 6 augustus 2009 via een brief weten dat het nettoloon van Jan wordt teruggebracht tot 70% omdat hij niet meewerkt aan zijn re-integratie. Op 24 augustus 2009 wordt de loondoorbetaling volledig stopgezet, omdat werknemer ook geen medewerking heeft verleend aan het opstellen van een plan van aanpak en heeft geweigerd passende arbeid te verrichten.

Deskundigen oordeel

Werkgever heeft vervolgens ook een deskundigen oordeel aangevraagd. Dit deskundigen oordeel is door de UWV arbeidsdeskundige op 9 oktober besproken met werknemer en werkgever.  Jan wordt door de UWV verzekeringsarts vanaf 6-8-2009 in staat geacht tot het verrichten van aangepaste arbeid. UWV rapporteert verder o.a. dat Jan aangepast werk kan verrichten en dat hij op 12 oktober 2009 ook volledig zal hervatten in aangepast eigen werk. Verder wordt aangegeven dat er geen enkele reden is aan te geven waarom Jan niet mee zou kunnen werken aan zijn terugkeer.

Jan heeft op 12 oktober 2009 zijn werkzaamheden hervat. Hij heeft zich kort na aanvang van zijn werkzaamheden opnieuw ziek gemeld.

Ontbindingsverzoek werkgever
Werkgever verzoekt de kantonrechter de arbeidsovereenkomst met werknemer te ontbinden wegens gewichtige redenen.   

Werkgever onderbouwt het verzoek door te stellen dat Jan niet mee werk aan zijn  re-integratie. Werkgever heeft Jan kans op kans gegeven om zijn medewerking te verlenen aan de re-ïnte-gratie en gebruik gemaakt van alle pressiemiddelen die haar ter beschikking staan, maar dit heeft geen effect gesorteerd.
 

Jan voert gemotiveerd verweer

Jan stelt dat hij, gezien de opvattingen van de behandelend psychiater en de huisarts, op medische gronden niet in staat is zijn eigen werk of lichtere schoonmaakwerkzaamheden te verrichten, alsmede dat hem geen verwijt kan worden gemaakt ten aanzien van zijn inspanningen om te werken aan zijn re-ïntegratie. Volgens Jan is het medisch oordeel van de verzekeringsarts onjuist, waardoor ook het deskundigenoordeel van onwaarde is. 

De beoordeling
Jan stelt dat hij, volgens zijn behandelend psychiater en zijn huisarts arbeidsongeschikt is.
De verzekeringsarts en de bedrijfsarts zijn van menig dat werknemer per 20 juli 2009 respectievelijk 6 augustus 2009 geschikt was tot het verrichten van passende arbeid.   

Blijkens de rapportage arbeidsdeskundige d.d. 13 oktober 2009 in het kader van het door werkgever aangevraagde deskundigenoordeel  is volgens het UWV de door werkgever aangeboden arbeid passend.  

Tussen partijen is niet in geschil dat werknemer ziek is. Wel verschillen zij van mening of werknemer in staat is tot het verrichten van passende arbeid in het kader van zijn re-ïntegratie. De bedrijfsarts en de verzekeringsarts zijn, anders dat de psychiater en de huisarts, specifiek opgeleid om te adviseren over arbeids(on)geschiktheid van werknemers.  

De kantonrechter ziet geen aanleiding om het (medisch) oordeel van de verzekeringarts terzijde te laten, omdat het niet strookt met de visie van de psychiater en de huisarts. Dit betekent dat in deze procedure uitgegaan wordt van de juistheid van het deskundigen oordeel van het UWV. Feiten en omstandigheden die tot een ander oordeel zouden kunnen leiden, zijn niet ingebracht.  

De kantonrechter is dan ook van oordeel dat Jan de aangeboden passende arbeid gericht op volledige hervatting van zijn eigen werk niet had mogen weigeren. Nu Jan ten onrechte volhardt in zijn weigering medewerking te verlenen aan zijn re-ïntegratie, waartoe hij door werkgever meermalen in de gelegenheid is gesteld en ondanks dat werkgever over is gegaan tot gedeeltelijke en later volledige stopzetting van loonbetaling, is sprake van een verstoorde arbeidsrelatie door toedoen van Jan.  

Dit rechtvaardigt ontbinding van de arbeidsovereenkomst tussen partijen op grond van veranderingen in de omstandigheden zonder toekenning van een vergoeding.  

© L&M sociale zekerheid

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap