Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Een ongeval in een werkkast
Een ongeval in een werkkast

Bij het weghalen van een defecte schrobmachine uit een werkkast krijgt een werkneemster enkele omvallende dozen over zich heen. Bij het wegdraaien komt zij met haar linkeroog tegen de hendel van de schrobmachine.

Zij houdt daar blijvend letsel aan het oog van over. De Arbeidsinspectie legt een boete op van 6.750 euro wegens overtreding van artikel 3.2, eerste lid, Arbobesluit. Dat artikel stelt (kortweg) dat arbeidsplaatsen veilig moeten zijn. Bezwaar is tevergeefs, maar de rechtbank verlaagt de boete tot 4.500 euro.

Zowel de minister van SZW als de werkgever gaan in hoger beroep.  De Afdeling bestuursrecht-spraak van de Raad van State stelt vast dat Beleidsregel 33 drie gronden geeft om een boete te matigen. Als de werkgever aantoont dat hij de risico’s heeft geïnventariseerd en de nodige maatregelen heeft getroffen, wordt de boete met een derde gematigd.

Er gaat nogmaals een derde af als hij aantoont dat er voldoende instructie is gegeven. En ten slotte wordt de boete tot nul gereduceerd als hij ook aantoont dat adequaat toezicht is gehouden.  Hoewel de werkkast op het moment van het ongeval niet op orde was, komt de Afdeling tot het oordeel dat de risico’s van de werkzaamheden voldoende waren geïnventariseerd en dat ook de nodige maatregelen waren getroffen.

Werknemers worden tijdens een introductiecursus en in het instructieboekje dat zij krijgen, erop gewezen dat ongelukken moeten worden voorkomen en ook dat het belangrijk is dat de werkkast altijd schoon en opgeruimd wordt achtergelaten. Stelen van stofzuigers moeten zoveel mogelijk worden vastgezet in klemmen. Dozen, losse flessen en dergelijke moeten in schappen of in rekken worden gezet. Stapelen van dozen op de vloer mag tot maximaal borsthoogte en alleen tegen de muur. Volgens de Afdeling blijkt hieruit dat de risico’s voldoende zijn geïnventariseerd en de nodige maatregelen zijn getroffen. De procedures staan immers op schrift en zijn binnen het bedrijf gecommuniceerd. Ook vindt de Afdeling dat er voldoende instructies zijn gegeven. Die gaan immers over de inrichting en het gebruik van een werkkast.

Blijft nog over het punt van het toezicht. Het slachtoffer was juist, ter ondersteuning van de objectleidster, ingezet om er onder meer voor te zorgen dat daaraan werd voldaan. Zij bezocht het object voor inspectie met een gebruikelijke frequentie van één keer in de zes weken.  De werkgever vindt dat meer toezicht niet verlangd mag worden. De afdeling vindt een frequentie van eens per zes weken echter te weinig om te kunnen speken van adequaat toezicht. Daarom wordt de boete met twee derde gematigd en resteert een boete van 2250 euro. 

Bron: Raad van State, afd. Bestuursrechtspraak, 27 januari 2010, LJN BL0692

www.arbo.nl

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap