Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Het juiste deskundigen oordeel????
Het juiste deskundigen oordeel????

Schoonmaakster Maria  werkt sinds 2002 bij Victoria BV Op 14 april 2009 heeft Maria zich bij Victoria arbeidsongeschikt gemeld wegens depressies na het overlijden van haar vader. Zij verbleef op dat moment in Italië bij familie. Tijdens haar verblijf in Italië heeft Maria een neuroloog bezocht en medicijnen voorgeschreven gekregen.

Medio juni 2009 keerde Maria terug  naar Nederland. Op 16 juni 2009 diende zij zich te melden bij de arbodienst van Victoria. Daar is zij te laat verschenen. De afspraak is daardoor niet doorgegaan. Op 24 juni 2009 heeft Maria zich gemeld bij de crisisdienst van de GGZ. De psychiater die haar daar heeft gezien heeft een depressie geconstateerd en geadviseerd zich bij haar familie in Italië te voegen als meest optimale manier om tot rouwverwerking te komen.

Op 25 juni 2009 is Maria daarop weer naar Italië vertrokken. Victoria heeft op 21 april 2009 Maria schriftelijk erop gewezen dat zij zich, behoudens verhindering wegens medische noodzaak, beschikbaar dient te houden voor een consult bij de bedrijfsarts. Op 19 juni 2009 heeft werkgever Maria laten weten dat zij zich op 30 juni 2009 diende te melden voor een consult bij de bedrijfsarts en dat zij zich op 2 juli 2009 bij werkgever moest verschijnen om het plan van aanpak op te stellen.

Op 1 juli 2009 heeft Victoria de loonbetaling per 30 juni 2009 opgeschort omdat Maria haar re-integratieverplichtingen niet nakomt

Vanaf eind juni tot begin december 2009 is Maria in Italië verbleven, behoudens een week in de periode eind oktober/begin november 2009 toen zij  een concert van Eros Ramazotti in Nederland heeft bezocht. Maria  heeft werkgever  niet van dat bezoek aan Nederland op de hoogte gesteld.

Op 2 december 2009 is Maria weer naar Nederland teruggekeerd en zij heeft zich op 9 december 2009 gemeld bij de bedrijfsarts. Deze heeft het advies gegeven dat zij per 21 december 2009 weer aan het werk kan. Maria  heeft daarop een deskundigen oordeel aangevraagd bij het UWV. De deskundige van het UWV concludeert op 28 januari 2010 dat Maria  per 21 december 2009 nog volledig arbeidsongeschikt was voor alle werkzaamheden.

De vordering

Maria vordert loondoorbetaling door Victoria tot  een bedrag van € 3.155,40. Maria stelt dat zij sinds 14 april 2009 arbeidsongeschikt is en dat Victoria ten onrechte per 30 juni 2009 de loonbetaling heeft opgeschort.     

De beoordeling door de rechtbank Alkmaar

Het geschil tussen partijen komt neer op de vraag of werkgever gerechtigd was de loonbetaling per 30 juni 2009 op te schorten omdat Maria nalatig was in de nakoming van haar re-integratiever plichting. De kantonrechter komt aan een inhoudelijke beoordeling van de vordering niet toe.  

Artikel 6:660a BW bepaalt dat de werknemer die in verband met ongeschiktheid ten gevolge van ziekte verhinderd is de bedongen arbeid te verrichten, verplicht is gevolg te geven aan de door de werkgever of, in dit geval, door de bedrijfsarts gegeven redelijke voorschriften en mee te werken aan door de werkgever of bedrijfsarts getroffen re-integratiemaatregelen.  

Artikel 7:629a BW bepaalt dat een vordering tot loonbetaling moet worden afgewezen indien bij de eis niet een verklaring (“deskundigen oordeel”) is gevoegd van een UWV-deskundige omtrent de verhindering van de werknemer om de bedongen arbeid of andere passende arbeid te verrichten respectievelijk diens nakoming van de verplichtingen als bedoeld in artikel 7:660a BW.

Weliswaar heeft Maria een deskundigen oordeel overgelegd betreffende de vraag of zij op 21 december 2009 arbeidsongeschikt was, maar zij heeft geen deskundigen oordeel overgelegd betreffende haar re-integratie-inspanningen, terwijl dat de reden is waarom Victoria de loonbetaling heeft opgeschort.

Nu Maria heeft nagelaten bedoelde deskundigen oordeel over te leggen, zal de kantonrechter haar ordering afwijzen. De kantonrechter ziet in de feitelijke gang van zaken verder geen aanleiding om werkneemster alsnog in de gelegenheid te stellen die deskundigen oordeel in het geding te brengen en Maria dient als de in het ongelijk te stellen partij in de proceskosten te worden veroordeeld.

Bron: LJN: BM0541, Rechtbank Alkmaar publicatiedatum : 09-04-2010

Auteur: Ad van Lieshout L&M sociale zekerheid

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap