Home arrow Wet en regelgeving arrow ZW & WaZo arrow Bestaat er recht op vangnet ZW bij een IVF-behandeling?
Bestaat er recht op vangnet ZW bij een IVF-behandeling?

Op 3 september 2007 meldde Stichting Y haar werkneemster Joke vanaf 27 augustus 2007 arbeidsongeschikt ten gevolge van medische handelingen, hopelijk leidend tot zwangerschap, een zogenaamde IVF-behandeling.

Op 30 oktober 2007 laat UWV aan Joke weten  dat zij geen recht heeft op uitkering ziektewet. Werkgever gaat tegen dit besluit in bezwaar en UWV verklaart het bezwaar ongegrond.  UWV heeft daarbij overwogen dat gelet op de Standaard “Zwangerschap en bevalling als oorzaak van ongeschiktheid voor haar arbeid” bij een IVF-behandeling geen sprake is van zwangerschap. De rechtbank heeft vervolgens het beroep van werkgever tegen het besluit ongegrond verklaard en volgt daarbij het standpunt van UWV dat in dit geval niet gebleken is van zwangerschap.

Werkgever stapt naar de Centrale Raad van Beroep. De Raad stelt dat ingevolge artikel 19, tweede lid, van de Ziektewet de vrouwelijke verzekerde bij ongeschiktheid tot het verrichten van haar arbeid die haar oorzaak vindt in zwangerschap of bevalling recht heeft op ziekengeld. Zoals de Raad eerder heeft overwogen o.a. in haar uitspraak van 29 november 2006, LJN AZ3489 beschrijft voormelde standaard de werkwijze en de criteria die de verzekeringsarts moet hanteren bij de beantwoording van de vraag of de ongeschiktheid van de vrouw voor haar arbeid het gevolg is van zwangerschap en/of bevalling.

De Standaard is ontwikkeld met het oog op de beoordeling van de vraag naar de causaliteit, zoals neergelegd in voormelde wettelijke bepalingen. In rubriek 4.2 van de Standaard worden bijzondere situaties behandeld, waaronder de vruchtbaarheidsbehandelingen. Daarin is onder meer vermeld dat bij procedures rond IVF-behandeling (nog) geen sprake is van zwangerschap, zodat verzuim of arbeidsongeschiktheid in deze gevallen niet kan worden gezien als veroorzaakt door zwangerschap.

Zoals de bezwaarverzekeringsarts in het rapport van 23 juni 2008 stelt komt uit de stukken verder niet naar voren, dat bij werkneemster innestteling van het embryo in de baarmoederwand heeft plaatsgevonden, zodat geen sprake was van een zwangerschap. Op grond van hetgeen hierboven is overwogen kan de Raad zich verenigen met het oordeel van de rechtbank, zodat de aangevallen uitspraak moet worden bevestigd.

LJN: BM9087, Centrale Raad van Beroep , 09/1744 ZW

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap