Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Arbeidsrecht arrow Loonstop. Werkgever trekt aan het kortste eind
Loonstop. Werkgever trekt aan het kortste eind

Recent kwam bij de rechtbank in Zwolle een interessante zaak op de rol. Het ging hier om een zelfstandig werkend kok in tijdelijke dienst die uitviel wegens spanningsklachten terwijl tevens een behoorlijk arbeidsconflict speelde. Volgens een onbewezen stelling van werkgever zou de werknemer, wij noemen hem Harry, ontslag hebben aangekondigd om voor zichzelf te beginnen. Toen dat financieel niet mogelijk bleek ontstonden er problemen en volgde de ziekmelding in november 2009.

De visie van de bedrijfsarts:   Volgens de bedrijfsarts was Harry tijdelijk ongeschikt voor zijn eigen werk en was zijn arbeidsongeschiktheid een direct gevolg van medisch objectief vast te stellen ziekte en/of gebrek. Ook stelde de bedrijfsarts vast dat er sprake was van een arbeidsconflict die de klachten maar ook de beperkingen van Harry verder deden toenemen. De bedrijfsarts adviseerde werkgever en werknemer daarom samen via gesprekken tot een oplossing te komen voordat er sprake zou kunnen zijn van terugkeer in eigen arbeid. Mocht zo’n gesprek geen baat brengen dan zou, aldus de bedrijfsarts, er sprake moeten zijn van mediation.

Het gesprek mislukte en de restauranthouder zag vervolgens niks in mediation maar meer in een werkaanbod voor passend werk. Een aanbod dat Harry vervolgens weigerde omdat hij juist de weg van mediation, de weg van de bedrijfsarts, wilde bewandelen. Het vervolg laat zich raden!

De werkgever hanteert ‘de niet buigen dan maar barsten methode’ en stopt met het door betalen van loon tijdens ziekte. Volgens de werkgever werkte Harry niet of onvoldoende mee aan zijn re-integratie waarop Harry naar de rechter stapte. Hij vordert - in kort geding -  doorbetaling van loon tijdens  ziekte en stelt dat hij, zolang het arbeidsconflict voortduurt, geen passende arbeid hoeft uit te voeren.

De overwegingen van de kantonrechter:  De kantonrechter geeft werkgever ongelijk. Het lag na het mislukte gesprek en het afwijzen van mediation door werkgever, op de weg van werkgever om opnieuw met de bedrijfsarts in overleg te treden om na te gaan of Harry bij die stand van zaken toch gehouden was passende arbeid te verrichten.

Werkgever heeft dat niet gedaan en zich op het standpunt gesteld dat Harry maar een deskundigen oordeel bij het UWV had moeten aanvragen. Dat standpunt is onjuist. Juist werkgever stond voor de belangrijke vraag of hij gerechtigd was de loonbetaling al dan niet tijdelijk te beëindigen of op te schorten.

Om die vraag met een voldoende mate van zekerheid te kunnen beantwoorden had werkgever met de bedrijfsarts behoren te overleggen. Werkgever kon dat ook vrij eenvoudig doen; hij heeft uiteindelijk een contract met de arbodienst.

De rechter volgt het oordeel van de bedrijfsarts dat de werknemer geen passende arbeid hoeft te verrichten zolang het conflict tussen partijen niet is opgelost omdat anders zijn klachten zullen toenemen en veroordeelt werkgever tot doorbetaling van loon.

©  L&M sociale zekerheid.  uitspraak kantonrechter Zwolle  29 juni 2010  LJN BM9430 

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap