Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Arbeidsrecht arrow Ziekte of toch arbeidsconflict?
Ziekte of toch arbeidsconflict?

Op 6 januari 2010 meldt  Corry zich per e-mail ziek t.g.v. hoofdpijn en maagklachten nadat zij de dag ervoor te horen kreeg dat haar tijdelijk contract niet zou worden verlengd. Op 8 januari 2010 werd Corry bij controle niet thuis aangetroffen. Op 12  januari 2010 is zij bezocht en werd er gezegd dat zij  wordt opgeroepen voor onderzoek bij de bedrijfsarts. Deze uitnodiging is echter nooit gekomen.

Op 21 januari 2010 geeft ICM twee opties, te weten:

  • beëindiging van het dienstverband per 1 februari 2010;
  • onmiddellijke hervatting van haar werkzaamheden;

Corry  laat weten niet akkoord te gaan met beide opties omdat zij nog steeds ziek is. ICM stuurt op 21 januari 2010 een brief waarin zij schrijft de ziekmelding niet te accepteren en Corry verzoekt per direct haar werkzaamheden te beginnen. Op 25 en 26 januari 2010 sommeert werkgever Corry haar werkzaamheden te hervatten. Op 27 januari 2010 laat Corry via e-mail nogmaals weten haar werkzaamheden niet te kunnen hervatten, omdat zij ziek is. Op 27 januari 2010 wordt Corry op staande voet ontslagen wegens werkweigering.

De vordering in kort geding:  Corry vordert  loondoorbetaling. Zij is na het gesprek op  5 januari 2010 overspannen geraakt en heeft lichamelijke klachten gekregen waardoor zij niet in staat was om te werken. Haar huisarts heeft  medicijnen voorgeschreven. Doordat een bezoek aan de apotheek is zij de controleur misgelopen. De tweede keer dat er een controleur langs kwam, was zij wel thuis. Dat zij nooit door een bedrijfsarts is onderzocht, was niet aan haar te wijten, maar aan ICM die haar hersteld heeft gemeld.

In het gesprek op 21 januari 2010 heeft Corry ICM verweten het arbeidsklimaat en haar motivatie te hebben verslechterd, maar heeft zij niet gezegd dat zij niet meer wilde werken. Zij wilde haar werkzaamheden wel hervatten, maar kon dit niet omdat zij nog steeds ziek was. Er was derhalve geen sprake van werkweigering en ICM heeft haar zonder geldige reden ontslagen.

Verweer  ICM:   ICM heeft Corry ruim voor het einde van het dienstverband op de hoogte gesteld van haar beslissing om het dienstverband te beëindigen. Zo kon zij tijdig op zoek naar ander werk.  ICM voert aan dat Corry tijdens het gesprek op 5 januari 2010 al heeft laten weten dat zij niet meer gemotiveerd was om door te werken en wenste te worden vrijgesteld van haar werkzaamheden wel met behoud van haar salaris. De ziekmelding van Corry, direct na de dag van het gesprek op 5 januari 2010, houdt volgens ICM rechtstreeks verband met dit gesprek. Daarna was Corry onbereikbaar. Zij nam haar telefoon nooit op en ook op voicemail berichten reageerde zij niet. 

ICM heeft  geen bedrijfsarts ingeschakeld omdat het voorgaande ICM heeft doen besluiten de ziek-melding niet te accepteren en de situatie te beschouwen als een arbeidsconflict.Ook op 21 januari 2010 heeft Corry laten weten dat zij niet meer wilde werken. Tijdens dit gesprek is op geen enkel moment naar voren gekomen dat zij ziek zou zijn. ICM heeft het niet hervatten van de werkzaamheden derhalve als werkweigering beschouwd en zag zich daarom genoodzaakt haar te ontslaan.   
 

Beoordeling door de kantonrechter: De kantonrechter stelt dat de ziekmelding van voor ICM in beginsel aanleiding had moeten zijn om een bedrijfsarts in te schakelen. Onderzoek van de bedrijfsarts zou dan hebben uitgewezen of Corry wel of niet in staat was werkzaamheden te verrichten. Nu dit niet is gebeurd, is het slechts een vermoeden van ICM zij niet ziek was, maar dat het in deze situatie een arbeidsconflict betrof.

Corry heeft niet betwist dat zij al tijdens het gesprek op 5 januari 2010 heeft gezegd niet meer gemotiveerd te zijn om door te werken tot het einde van haar dienstverband en wenste te worden vrijgesteld van haar werkzaamheden met behoud van haar salaris.  Zij heeft niet ontkend dit te hebben gezegd, maar stelt dat dit zou moeten worden opgevat als een uiting van haar teleurstelling over het niet verlengen van haar contract. Hoewel aan deze uitlatingen, gezien de emoties bij een dergelijk gesprek, niet te veel waarde kan worden gehecht, heeft het wel bijgedragen aan het vermoeden van ICM nu zij de daarop volgende dag al niet op haar werk verscheen.  

Daarbij komt dat aannemelijk is geworden dat Corry zich in de daarop volgende dagen niet bereikbaar heeft gehouden. In een dergelijk geval behoorde zij haar telefoon op te nemen, zij had immers kunnen verwachten dat haar werkgever haar zou kunnen bellen. Zij had ook zelf telefonisch contact met ICM kunnen opnemen. Dat heeft zij nagelaten. In deze omstandigheden acht de kantonrechter het vermoeden van ICM van een arbeidsconflict gerechtvaardigd en kan geen verwijt worden gemaakt dat zij geen bedrijfsarts heeft ingeschakeld. Nu ICM er van uit mocht gaan dat er sprake was van een arbeidsconflict, heeft zij in deze omstandigheden niet onjuist gehandeld.

Zij heeft Corry een periode gegeven om ‘af te koelen’ en heeft daarna geprobeerd met haar in gesprek te treden. Voldoende aannemelijk is geworden dat zij tijdens het gesprek op 21 januari 2010 niets heeft vermeld over haar ziek zijn, wat ICM terecht in haar vermoedens heeft gesterkt.Van bereidheid van de zijde van Corry om haar werkzaamheden te hervatten is niet gebleken, waardoor zij geen aanspraak kan maken op het salaris over de desbetreffende periode. 

Uitspraak:  De vordering van Corry zal derhalve worden afgewezen.

 

LJN: BM6108, Rechtbank Amsterdam , 1130644 KK EXPL 10-186  
© L&M sociale zekerheid
 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap