Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Loonsanctie door onvoldoende re-integratie tweede spoor
Loonsanctie door onvoldoende re-integratie tweede spoor

Als een werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen levert, kan UWV de termijn van loondoorbetaling bij ziekte verlengen met 52 weken. Dit wordt ook wel loonsanctie genoemd. In deze casus heeft UWV een loonsanctie opgelegd omdat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen 2de spoor heeft laten zien. 

De feiten

De werkgever is het niet eens met de loonsanctie. Haar motivatie:

  • De werkgever heeft alle re-integratie-inspanningen verricht die redelijkerwijs verwacht konden worden.
  • Er waren geen reële mogelijkheden voor re-integratie 2de spoor.
  • Uit de inmiddels toegekende WGA-uitkering blijkt dat de werknemer geen benutbare mogelijkheden heeft.
  • Uit de adviezen van de Arbodienst was niet op te maken dat de werknemer wel zou kunnen werken.  

Het oordeel

De rechter is echter van oordeel dat de werkgever onvoldoende re-integratie-inspanningen in het 2de spoor heeft laten zien en volgt dus UWV. De rechter wijst hiervoor naar:

  • De interventiegesprekken met de bedrijfsarts. Uit verslagen blijkt dat de bedrijfsarts heeft aangegeven dat, als behandeling bij de pijnpoli niet tot resultaat leidt, een spoor 2 haast onvermijdelijk is.
  • De bedrijfsarts heeft op een ander moment geconcludeerd dat de werknemer begeleid moet worden naar een nieuwe leer/werkplek. Hij heeft daarbij aangegeven dat dit niet binnen 2 jaar voltooid zou zijn en dat het daarom wenselijk is UWV daarbij te betrekken en een arbeidskundig advies te vragen.
  • Het oordeel van de arbeidsdeskundige die aangeeft dat de werknemer niet geschikt is voor het eigen werk en de werkgever geen andere passende functie voorhanden heeft. Verder adviseert hij de werknemer te bemiddelen naar een andere werkgever.
  • In een deskundigenoordeel heeft UWV aangegeven dat, als de werkgever geen passende mogelijkheden heeft, het 2de spoor ingezet moet worden.  

De rechter is op grond hiervan van oordeel dat de werkgever te afwachtend is geweest en dat haar re-integratie-inspanningen 2de spoor onvoldoende zijn geweest. Het feit dat aan de werknemer inmiddels een WGA-uitkering is toegekend, doet volgens de rechter niets aan dit oordeel af. De periode waarin te weinig re-integratie-inspanningen zijn verricht, ligt voor de datum van de WIA-claimbeoordeling.  Over de grond van de werkgever dat zij steeds de adviezen van de bedrijfsarts heeft gevolgd en dat zij niet aansprakelijk is voor tekortkomingen daarvan, verwijst de rechter naar een andere uitspraak.

Daarin heeft de rechter geoordeeld dat de verantwoordelijkheid voor de re-integratie bij de werkgever ligt. De werkgever is ook verantwoordelijk voor de werkzaamheden van degene die zij daarbij inschakelt. Als de oorzaak van onvoldoende inspanningen bij de begeleidende Arbodienst of deskundige ligt, moet de werkgever de dienstverlener civielrechtelijk aansprakelijk stellen.  

bron: Arbo-VO © 2010 

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap