Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Arbeidsrecht arrow Klussen op hoog niveau tijdens ziekte. Ontslag?
Klussen op hoog niveau tijdens ziekte. Ontslag?

X als installateur in dienst bij BV Y wordt in maart 2007 betrokken bij een verkeersongeval. Door een whiplash is hij  arbeidsongeschikt voor zijn eigen werk. X werkt na het ongeval op arbeidstherapeutische basis op  drie dagen per week, totaal 12 uur.  

BV Y ontslaat  X op 11 juli 2008 op staande voet omdat X op 7 juli, 8 juli en 9 juli schilder werkzaamheden heeft verricht aan zijn eigen woning. Er werd op deze dagen meerdere malen geconstateerd dat X gedurende langere tijd boven op een steiger stond om werkzaamheden uit te voeren. Zo is duidelijk te zien dat
er vanaf de opgebouwde steiger een loopplank is gelegd naar de dakkapel van de woning waarop X werkzaamheden staat te verrichten aan de dakkapel, zonder meer een gevaarlijke situatie.

Dit terwijl X meerdere malen bij de bedrijfsarts en de revalidatie-arts heeft aangegeven dat vanwege concentratieproblemen werken op hoogte niet mogelijk is.  De werkzaamheden werden verricht nadat X ’s ochtends eerst gedurende vier uren werkzaamheden had verricht bij BV Y terwijl het nodig zou zijn om na het verrichten van deze werkzaamheden bij BV Y anderhalve dag rust te nemen.  

Tijdens een gesprek op 11 juli jl. heeft X ten overstaan BV Y het vorenstaande toegegeven en erkend de betreffende werkzaamheden te hebben uitgevoerd. Dit was reden om tijdens het gesprek op 11 juli jl. ontslag op staande voet te geven. X heeft het ontslag aangevochten bij de kantonrechter maar zijn vorderingen voor vernietiging van het ontslag en doorbetaling van loon werden afgewezen.  X  stelt hoger beroep in.    

In hoger beroep stelt X dat de kantonrechter ten onrechte heeft geoordeeld dat BV Y een dringende reden had voor het ontslag op staande voet.  In het verleden heeft X zelf het schilderwerk aan zijn woning uitgevoerd. Door zijn arbeidsongeschiktheid als gevolg van het verkeersongeval heeft hij dit werk in 2008 moeten uitbesteden aan schilders waarvan de kosten werden vergoed door Interpolis, de verzekeraar van de veroorzaker van het verkeersongeval.

Twee schilders zijn acht dagen aan het werk geweest.  X wilde, bezorgd en perfectionist als hij is, toezicht houden op het werk van de schilders en hij is niet iemand die met zijn handen in zijn zakken naar anderen kan kijken hoe zij werken. Hij heeft in dat verband weliswaar op 7, 8 en 9 juli 2008 klusjes verricht, maar deze kleine klusjes (hand- en spandiensten) mogen voor een normaal mens geen betekenis hebben. Ook X heeft zich hierdoor niet te veel ingespannen. De klusjes waren lichter dan de werkzaamheden die hij op arbeidstherapeutische basis voor BV Y verrichtte.  Hij had, achteraf bezien, wellicht beter meer rust kunnen nemen en niet moeten toegeven aan zijn drang tot perfectionisme. Hij kon echter zijn arbeidstherapeutisch werk bij BV Y gewoon blijven doen.

Het hof overweegt als volgt.

Het hof vindt dat het X ernstig mag worden verweten dat hij op 7, 8 en 9 juli 2008 werkzaamheden aan zijn woning heeft verricht, omdat hij zelf heeft aangegeven dat de (halve) dagen waarop hij niet voor BV Y werkzaam was, nodig waren voor zijn herstel.

X had moeten en kunnen begrijpen dat hij, gelet op zijn beperkingen en benodigde rusttijd, niet drie dagen achtereen had moeten werken aan of assisteren bij de werkzaamheden aan zijn woning. Hij had het werk moeten overlaten aan de schilders. Hoewel X zich daardoor niet als een goed werknemer heeft gedragen, levert dit naar het oordeel van het hof echter niet zodanige daden, eigenschappen of gedragingen op dat van BV Y redelijkerwijze niet had kunnen worden gevergd de arbeidsovereenkomst met X te laten voortduren.  Dat geldt ook indien de werkzaamheden die X aan zijn woning heeft uitgevoerd, intenser en omvangrijker waren dan X in hoger beroep doet voorkomen. 

Hierbij neemt het hof in aanmerking dat door BV Y niet aan het ontslag op staande voet ten grondslag is gelegd dat X heeft gesimuleerd dat hij in hoge mate arbeidsongeschikt was terwijl hij dat in werkelijkheid veel minder was.

Het had van BV Y verwacht mogen en kunnen worden dat zij X die al vanaf 1987 in dienst bij haar was had aangesproken op de door haar geconstateerde handelwijze en hem erop had gewezen dat dit voor haar een reden zou kunnen zijn om tot ontslag op staande voet over te gaan.
      

Naar het oordeel van het hof had X op 7, 8 en 9 juli 2008, na een dienstverband van twintig jaar, niet hoeven te begrijpen dat het verrichten van werkzaamheden aan zijn eigen woning, die plaatsvonden op drie dagen en dus niet structureel van aard waren, grond zou kunnen vormen voor een ontslag op staande voet.  Het hof heeft bij dit oordeel meegewogen dat X een lange tijd bij BV Y in dienst was dat gesteld noch gebleken is dat hij gedurende dit lange dienstverband niet voldoende zou hebben gefunctioneerd en dat een ontslag op staande voet ingrijpende financiële gevolgen voor X  blijkt te hebben.  

Deze feiten en omstandigheden in aanmerking genomen, is het hof van oordeel dat de aard en de ernst van de verweten handelwijze aan de zijde van X niet een onmiddellijke beëindiging van de arbeidsovereenkomst op 11 juli 2008 rechtvaardigen. De door BV Y aangevoerde overige stellingen leiden niet tot een ander oordeel.

Gerechtshof 's-Hertogenbosch  Sector civiel recht  zaaknummer HD 200.028.045
© L&M sociale zekerheid
 
 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap