Home arrow Wet en regelgeving arrow WIA arrow Dagloonberekening WGA en uitkeringen uit sociaal plan
Dagloonberekening WGA en uitkeringen uit sociaal plan

Over de wijze van dagloonberekening WGA bestaat niet altijd even veel duidelijkheid. Wat wordt nu wel, wat wordt niet meegenomen bij de berekeningswijze. Over aanvullingen die voortkomen uit eerdere dienstbetrekkingen is die duidelijk er inmiddels wel.

Hanneke  is werkzaam geweest bij de gemeente Amsterdam als leerkracht allochtone levende talen (OALT). Per 1 augustus 2004 werd Hanneke ontslagen wegens beëindiging van de subsidie. Aansluitend aanvaardde Hanneke een lager betaalde betrekking als onderwijsondersteuner.

Naast dit salaris ontving zij gedurende de referteperiode voor de WGA een suppletie van € 715,14 per maand van UWV USZO op grond van het Sociaal Plan.

Op 30 september 2005 wordt Hanneke arbeidsongeschikt. UWV kent vanaf 28 september 2007 een loongerelateerde WGA (WIA) uitkering toe met een dagloon van € 125,51. Bij de vaststelling van het dagloon werd geen rekening gehouden met de in de referteperiode genoten loonsuppletie. 

UWV verklaarde het bezwaar tegen deze berekeningswijze ongegrond. Ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.   

Hanneke keert zich in hoger beroep gemotiveerd tegen deze uitspraak. De Centrale Raad komt tot de volgende beoordeling:

Tussen Hanneke en UWV is uitsluitend in geschil of de in de referteperiode genoten loonsuppletie terecht niet in de berekening van het dagloon is betrokken. De Raad is van oordeel dat de door Hanneke genoten uitkeringen uit het sociaal plan moeten worden aangemerkt als loon uit een vroegere dienstbetrekking.

Het is vaste rechtspraak van de Hoge Raad, (21 juni 2000, LJN AA6257) dat voor het onderscheid tussen loon uit tegenwoordige of vroegere dienstbetrekking bepalend is of de uitkeringen ten nauwste verband houden met bepaalde verrichte arbeid of met in een bepaald tijdvak verrichte arbeid en daarvoor een rechtstreekse beloning vormen, dan wel die uitkeringen slechts meer algemeen hun oorzaak vinden in het voorheen verricht zijn van arbeid.

In het onderhavige geval vindt de loonsuppletie haar oorzaak in de beëindiging van de voorlaatste dienstbetrekking en betreft het een beloning, op grond van het sociaal plan van de voorlaatste werkgever, voor het aanvaarden van nieuw werk.

De Raad heeft al eerder geoordeeld (CRvB 10 juli 1084, RSV 1985, 96) dat uitkeringen uit een sociaal plan als loon uit vroegere dienstbetrekking moeten worden beschouwd. Dit betekent dat het UWV de loonsuppletie van appellante terecht buiten de berekening van het dagloon heeft gelaten.  

Het hoger beroep slaagt derhalve niet en de aangevallen uitspraak wordt bevestigd.  

08/5809 WIA Centrale Raad van Beroep uitspraak 26 augustus 2010

© L&M sociale zekerheid

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap