Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Onjuiste inschatting bedrijfsarts, werkgever betaalt 3e jaar!
Onjuiste inschatting bedrijfsarts, werkgever betaalt 3e jaar!

Hanneke is op 20 augustus 2007 uitgevallen als secretaresse gedurende 32 uur per week vanwege klachten aan de luchtwegen. Nadien heeft zij van 22 oktober 2007 tot 23 april 2008 en van 18 juni 2008 tot 1 oktober 2008 haar werkzaamheden gedeeltelijk hervat, waarna zij weer volledig is uitgevallen vanwege psychische klachten. Hanneke heeft daarna niet meer gewerkt.

De bedrijfsarts stelt in het actueel oordeel van 15 april 2009 dat Hanneke vanwege lichamelijke en psychische klachten zeer beperkte mogelijkheden heeft om arbeid te verrichten. De bedrijfsarts ziet geen passende arbeid bij eigen werkgever en stelt als einddoel van de re-integratie gehele of gedeeltelijke werkhervatting bij een andere werkgever. Op 12 mei 2009 vraagt Hanneke WIA uitkering aan. 

De UWV verzekeringsarts onderzoekt Hanneke In zijn rapport van 16 juli 2009 stelt de UWV arts dat de bedrijfsarts ten onrechte heeft gesteld dat Hanneke geen benutbare mogelijkheden zou hebben en dat Hanneke door het ontbreken van essentiële medische informatie niet adequaat is begeleid.

Er is wel sprake van verminderde benutbare mogelijkheden en van beperkingen ten aanzien van persoonlijk en sociaal functioneren. De UWV arbeidsdeskundige rapporteert dat het re-integratieresultaat niet bevredigend is, dat de re-integratieinspanningen onvoldoende zijn geweest doordat de bedrijfsarts een zogeheten ‘blokkerend’ advies heeft gegeven. De aangegeven beperkingen zijn van dien aard dat Hanneke had kunnen werken. Er is geen deugdelijke grond voor de tekortkoming hetgeen leidt tot het opleggen van een loonsanctie op 5 augustus 2009.

Bezwaar:  Werkgever gaat zonder succes in bezwaar. UWV handhaaft de loonsanctie. De bezwaarverzekeringsarts concludeert op 8 december 2009 na onderzoek en verkregen informatie van de behandelend psycholoog dat de psychische belastbaarheid fors lager is dan is vastgesteld in de FML, maar dat wel sprake is van benutbare mogelijkheden. Vervolgens heeft de bezwaararbeidsdeskundige in zijn rapport geconcludeerd dat er geen aanleiding is om af te wijken van het oordeel van de arbeidsdeskundige.  

Beroep:  De rechtbank is met UWV van oordeel dat er geen bevredigend resultaat is bereikt. De medische beoordeling door de bedrijfsarts is het startpunt is van de verzuimbegeleiding. Wanneer een werknemer nog arbeidsmogelijkheden heeft, ook al is de omvang beperkt, dan re-integratieverplichtingen. Er zijn dan immers mogelijkheden voor re-integratie.  

Het geschil spitst zich toe op de vraag of UWV zich op goede gronden en in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat door werkgever zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen zijn verricht. De rechtbank volgt het standpunt van de bedrijfsarts dat er geen arbeidsmogelijkheden waren tot het einde van de wachttijd, waardoor er ook geen re-integratiemogelijkheden waren, niet.  

Uit de gegevens van de arbodienst blijkt dat Hanneke na een gedeeltelijke hervatting in het eigen werk op 2 oktober 2008 volledig is uitgevallen vanwege depressieve klachten en dat zij sindsdien door de bedrijfsarts volledig arbeidsongeschikt werd geacht. Uit het actueel oordeel van de bedrijfsarts van 15 april 2009 blijkt vervolgens dat de bedrijfsarts zeer beperkte arbeidsmogelijkheden aanwezig acht.

De verzekeringsarts heeft naar het oordeel van de rechtbank in zijn rapport voldoende gemotiveerd dat de werkneemster wel arbeidsmogelijkheden had. Daarbij heeft de bezwaar-verzekeringsarts aangegeven dat sprake is van benutbare mogelijkheden, maar dat wel rekening moet worden gehouden met een fors beperkte psychische belastbaarheid. De stelling dat de beperkingen van Hanneke in de periode dat zij door de bedrijfsarts werd gezien ernstiger waren dan op het moment van onderzoek door de UWV arts in december 2009 omdat zij tussentijds deskundige behandeling onderging, wordt niet onderbouwd.

De rechtbank oordeelt verder dat de UWV verzekeringsarts terecht heeft geconcludeerd dat de bedrijfsarts Hanneke niet adequaat heeft begeleid. Immers door het ontbreken van essentiële informatie en geen tijdig overleg met de GGZ te voeren, heeft een eventuele interventie niet plaatsgevonden. De bedrijfsarts had bekend moeten met zijn het feit dat Hanneke sinds januari 2008 onder behandeling was van de GGZ vanwege depressieve klachten.

Nu Hanneke in oktober 2008 weer volledig was uitgevallen met psychische klachten, had het op de weg gelegen van de bedrijfsarts om nadere informatie op te vragen. De rechtbank meent daarom dat er geen deugdelijke grond is voor het verzuim. Het standpunt van werkgever dat zij er alles aan heeft gedaan wat in redelijkheid van haar kon worden gevergd, acht de rechtbank onvoldoende. Voor zover werkgever zich op het standpunt stelt dat zij mocht afgaan op het oordeel van haar bedrijfsarts, overweegt de rechtbank dat op grond van de jurisprudentie van de CRvB de werkgever verantwoordelijk is voor de kwaliteit van de geleverde diensten door ingeschakelde deskundigen, zoals de arbodienst.

Naar het oordeel van de rechtbank heeft UWV zich op goede gronden op het standpunt kunnen stellen dat werkgever zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratieinspanningen heeft verricht en dat UWV derhalve terecht een loonsanctie heeft opgelegd.

LJN: BO8446, Rechtbank Arnhem, AWB 10/2126 datum publicatie: 23-12-2010   

© Ad van Lieshout L&M sociale zekerheid

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap