Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Arbeidsrecht arrow Blijvende weigering om in passende arbeid te hervatten leidt tot ontslag
Blijvende weigering om in passende arbeid te hervatten leidt tot ontslag

Jantine werkte sinds 1998 als groepssecretaresse bij academisch ziekenhuis Maastricht (azM) op 24 per week. Per 30 oktober 2008 meldde zij zich ziek.

Op 15 januari 2009 adviseert de bedrijfsarts tot het in beperkte mate verrichten van aangepaste werkzaamheden. Jantine weigert dit werk te hervatten daarom heeft azM haar op 28 januari 2009 gesommeerd tot hervatting van het aangepaste werk, met als sanctie salarisinhouding. Op 29 en 30 januari en 5 februari 2009 is Jantine komen werken. Kort daarna meldt Jantine zich op 12 februari 2009 weer ziek en is de bedrijfsarts van mening dat zij in staat is tot werken. Op 16 februari 2009 heeft azM Jantine schriftelijk gewaarschuwd dat het niet hervatten in (aangepast) werk zal leiden tot gedeeltelijk vervallen verklaren van haar loonaanspraak. Vervolgens heeft Jantine een deskundigen oordeel gevraagd bij UWV. Het deskundigenoordeel luidde dat het werk voor Jantine “op dit moment” niet passend is.

Omdat Jantine verder geen inzicht gaf in de volgens haar arbeidsgebonden factoren die voor haar de aangepaste werkzaamheden onmogelijk maken, heeft de bedrijfsarts op basis van eigen bevindingen op 18 mei 2009 geadviseerd Jantine 2 x 4 uur per week te laten werken in passende werkzaamheden.

Nadat de advocaat van Jantine zich eerder, refererend aan de brief van 16 februari 2009, tot azM had gewend met de mededeling dat Jantine haar salaris niet had ontvangen en azM had gesommeerd om over te gaan tot uitbetaling van het achterstallige salaris, heeft azM - om uiteindelijk uit de impasse te geraken - op 25 mei 2009 de looninhouding per 30 maart 2009 ongedaan gemaakt. Jantine is als volledig arbeidsongeschikt aangemerkt totdat er op basis van een arbeidskundig rapport duidelijkheid is over re-integratiewerkzaamheden.  

Op 7 juli 2009 heeft Arboned in een arbeidskundig rapport geconcludeerd dat Jantine het werk via een opbouwschema geleidelijk volledig kan hervatten. Om niet medische redenen wordt herplaatsing geadviseerd op een andere dan de eigen afdeling. Op 17 juli 2009 is het voornemen tot herplaatsing in het kader van de re integratie meegedeeld.

Nadat Jantine het werk niet wilde hervatten is zij op 13 augustus 2009 gesommeerd tot werkhervatting en gewaarschuwd voor mogelijke looninhouding en een ontslag bij wijze van disciplinaire straf. Bij besluit van 19 augustus 2009 heeft azM de loonbetaling per 18 augustus 2009 naar rato van de te werken uren opgeschort omdat Jantine zonder deugdelijk grond weigert passende arbeid te verrichten.

Op 20 augustus 2009 is Jantine het voornemen meegedeeld haar een disciplinaire straf op te leggen. Op 21 oktober 2009 heeft azM Jantine op grond van artikel 11.2, eerste lid, aanhef en onder e, van de CAO UMC met ingang van 1 november 2009 de disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag opgelegd wegens zeer ernstig, verwijtbaar plichtsverzuim.

Het bezwaar van Jantine tegen de opgelegde maatregel werd ongegrond verklaard vervolgens heeft Jantine beroep aangetekend tegen haar strafontslag.De rechtbank overweegt als volgt:  In de CAO UMC is bepaald dat geen aanspraak op loon bestaat, als de medewerker aangeboden passende arbeid weigert te verkrijgen of te aanvaarden of zonder deugdelijke grond weigert te verrichten.  

In CAO UMC is tevens bepaald dat de medewerker die zich aan plichtsverzuim schuldig maakt disciplinair kan worden gestraft. Onder plichtsverzuim wordt verstaan zowel het overtreden van een voorschrift als het doen of nalaten van iets wat een goed medewerker in gelijke omstandigheden behoort na te laten of te doen.  De rechtbank stelt vast dat Jantine na haar ziekmelding per 30 oktober 2008, vanaf het bezoek bij de bedrijfsarts op 15 januari 2009, ook na herhaalde sommaties daartoe meermalen heeft geweigerd het werk te hervatten in op advies van de bedrijfsarts aangepaste werkzaamheden.   

Jantine is duidelijk en meermalen gewaarschuwd voor de gevolgen van het niet hervatten van het werk. Zij heeft echter willens en wetens, ondanks de haar meermalen gegeven kans om terug te keren op haar schreden, volhard in haar weigering, dit omdat zij zich niet in staat achtte tot werkhervatting.  Ook na de hierop volgende mededeling op 17 juli 2009 van het voornemen tot herplaatsing in het kader van de re integratie bleef Jantine bij haar standpunt dat ze daartoe niet in staat was. Volgens de rechtbank geven de medische gegevens geen aanleiding geven te twijfelen dat Jantine in staat was (gedeeltelijk) te hervatten in aangepaste werkzaamheden.

Jantine heeft niet duidelijk kunnen maken welke arbeidsgerelateerde problemen haar het (aangepaste) werken onmogelijk zouden maken. Dat de hoge werk- en re-ïntegratiedruk in de weg zou staan aan werkhervatting heeft Jantine niet onderbouwd. Het eigenmachtig niet voldoen aan opdrachten tot werkhervatting na (gedeeltelijke) arbeidsgeschiktheid moet naar het oordeel van de rechtbank worden aangemerkt als (ernstig) plichtsverzuim.

Gelet op het hiervoor vastgestelde toerekenbaar (ernstig) plichtsverzuim was azM bevoegd Jantine disciplinair te straffen. Zeker nu Jantine in werkweigering heeft volhard in weerwil van de omstandigheid dat medisch was komen vast te staan dat zij gedeeltelijk in staat was tot het verrichten van haar arbeid en zij daarom in zoverre tot die arbeid verplicht was, kan naar het oordeel van de rechtbank niet worden staande gehouden dat de haar opgelegde disciplinaire straf van ontslag onevenredig is ten opzichte van de aard en ernst van het plichtsverzuim.

Dit spreekt te meer nu kennelijk ook de inhouding van haar bezoldiging Jantine niet tot (gedeeltelijke) werkhervatting heeft kunnen brengen en Jantine bovendien tevoren door azM uitdrukkelijk is gewaarschuwd voor een mogelijk strafontslag als ultieme sanctie in geval van blijvende werkweigering. Met haar (doorgaand) gedrag heeft Jantine welbewust het risico genomen dat tot disciplinair ontslag zou worden overgegaan.

Het beroep van Jantine wordt daarom ongegrond verklaard.

LJN: BO8452, Rechtbank Maastricht, AWB 10 / 731 datum uitspraak: 15-12-2010

© L&M sociale zekerheid

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap