Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Vertrouw op de bedrijfsarts maar blijf vooral kritisch
Vertrouw op de bedrijfsarts maar blijf vooral kritisch

Op 25 oktober 2007 legt UWV een loonsanctie omdat werkgever, hierna BV X, zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. BV X. tekent bezwaar aan tegen deze beschikking. UWV en de rechtbank verklaren de tegenwerpingen van werkgever ongegrond. In hoger beroep voert BV X aan dat het oordeel van de verzekeringsarts lijnrecht staat tegenover het oordeel van de bedrijfsarts, die vond dat er geen benutbare mogelijkheden waren. Als er volgens de bedrijfsarts geen benutbare mogelijkheden zijn, is er volgens werkgever ook geen re-integratie mogelijk.

Het standpunt van de bedrijfsarts is volgens werkgever gebaseerd op veelvuldige contacten met de werkneemster Corrie, contacten met arbeidsdeskundigen van Remplooi met Corrie, contacten met de huisarts van werkneemster en op laboratoriumuitslagen van onderzoeken. In haar verweerschrift stelt UWV dat niet aannemelijk is gemaakt dat Corrie niet tot meer dan tot twee tot drie uur per week tot werken in staat was en dat de bedrijfsarts en Corrie verder geen initiatieven hebben ontwikkeld. Voorts heeft UWV toegelicht dat het oordeel niet alleen is gevormd op basis van eigen onderzoek, maar ook op basis van informatie van de bedrijfsarts.   

De Raad overweegt het volgende: In hoger beroep is in geschil of UWV of er sprake is geweest van onvoldoende re-integratie-inspanningen door BV X. De verzekeringsarts stelt dat hij het op basis van het ziektebeeld van Corrie niet aannemelijk acht dat zij niet meer heeft kunnen uitbreiden in aangepaste werkzaamheden dan twee tot drie uur per week op basis van arbeidstherapie. UWV acht dit verwijtbaar omdat er geen enkele vorm of poging van uitbreiding van de werkzaamheden is geweest. In dit geval wordt in de STECR richtlijn een tijdcontingente aanpak van de re-integratie aanbevolen met een stapsgewijze toename van de activiteiten waarvan in het re-integratietraject niets terug te vinden is.

Gelet op deze tekortkomingen heeft de arbeidsdeskundige geconcludeerd dat de inspanningen van BV X. onvoldoende zijn geweest en dat het argument van werkgever dat zij de adviezen van haar bedrijfsarts heeft opgevolgd, geen deugdelijke grond oplevert. In de bezwaarfase heeft UWV bezwaarverzekeringsarts dat tot 2007 geen tijdcontingente aanpak heeft plaatsgevonden en dat Corrie niet is gereactiveerd.

Volgens de bezwaarverzekeringsarts kan een deel van de vermoeidheid  mogelijk als gevolg van een gestoorde leverfunctie verklaard worden, maar zeker niet in die mate dat Corrie niet meer dan twee tot drie uur per week aangepast werk zou kunnen verrichten. In het argument van werkgever dat zij het advies van haar bedrijfsarts heeft opgevolgd ziet de bezwaararbeidsdeskundige geen deugdelijke grond omdat de werkgever eindverantwoordelijk is voor de re-integratie van Corrie.  De Raad stelt vast dat de stukken voldoende steun bieden voor het UWV standpunt dat  BV X. onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. De Raad is met UWV van oordeel dat Corrie weliswaar beperkingen ondervindt, maar dat in het ziektebeeld geen steun kan worden gevonden voor de beperkte belastbaarheid van twee tot drie uur per week.

Conform de STECR-richtlijnen voor lichamelijk onverklaarbare klachten en somatisatie had een tijdcontingente aanpak moeten worden gevolgd in plaats van een klachtengerichte aanpak. Het standpunt van de bedrijfsarts en de verkregen informatie van de huisarts zijn door de bezwaarverzekeringsarts derhalve zorgvuldig bij de herbeoordeling meegewogen en de Raad is dan ook van oordeel dat het medisch advies zorgvuldig tot stand is gekomen en inhoudelijk overtuigend is gemotiveerd. UWV heeft volgens de Raad terecht geconcludeerd dat BV X. onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht en dat hiervoor geen deugdelijke grond aanwezig is.  

Het standpunt van BV X. dat zij steeds de adviezen van haar bedrijfsarts heeft gevolgd en dat zij niet aansprakelijk is voor de mogelijke tekortkomingen daarvan wijst de Raad af. De eindverantwoordelijkheid voor de re-integratie ligt bij werkgever. 

Het argument dat Corrie geen benutbare mogelijkheden zou hebben omdat aan haar op basis van dezelfde medische gegevens met ingang van 3 december 2008 een loongerelateerde WGA-uit-kering (80/100% a.o.) is toegekend wijst de Raad ook af omdat deze beoordeling achteraf heeft plaatsgevonden op basis van andere maatstaven dan in dit geding aan de orde. Er kan derhalve geen andere conclusie worden getrokken dat BV X. in de hier relevante periode onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht.   

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak. 

©  Ad van Lieshout L&M sociale zekerheid 

LJN: BP8923, Centrale Raad van Beroep,10/2800 WIA  
 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap