Home arrow Wet en regelgeving arrow WIA arrow Samenloop WAO en WIA uitgesloten!
Samenloop WAO en WIA uitgesloten!

Carla Jansen ontvangt vanaf 1997 een volledige WAO-uitkering. Daarnaast is Jansen nog  gedeeltelijk werkzaam in dienstverband.  Voor dit werk valt zij uit in 2006 en claimt vervolgens een WIA uitkering.

Op 30 september 2008 meldt UWV dat de WIA aanvraag niet in behandeling wordt genomen omdat Jansen al een WAO uitkering heeft.  Jansen maakt bezwaar en UWV verklaart dit bezwaar ongegrond. Dat doet ook de rechtbank in Utrecht. De rechtbank heeft het UWV besluit wel zo gelezen dat de aanvraag werd afgewezen in plaats van niet in behandeling genomen.

In hoger beroep bij de Centrale Raad stelt Jansen dat haar WIA-aanvraag betrekking heeft op een ander dienstverband en andere klachten dan de WAO-uitkering. Ook betoogt Jansen dat de arbeidsongeschiktheid is ontstaan na de inwerkingtreding van de Wet WIA, zodat voor de nieuwe arbeidsongeschiktheid uit dit dienstverband de WIA van toepassing dient te worden verklaard.

De Raad is van oordeel dat artikel 120 van de Wet WIA bepaalt dat geen recht op uitkering op grond van de Wet WIA heeft de persoon die:

o   verzekerd is op grond van artikel 16 van de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering;

o   recht heeft op toekenning of heropening van arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de artikelen 19a, 20, 43a, onderscheidenlijk 47, 47a, 47b van die wet;

 

In artikel 16, eerste lid, onder c, van de WAO is bepaald dat de persoon die voor 1 januari 2004 arbeidsongeschikt is geworden en op het tijdstip waarop hij arbeidsongeschikt werd, verzekerd was op grond van de verplichte WAO verzekering, verzekerd blijft gedurende de periode waarover hij recht heeft op arbeidsongeschiktheidsuitkering.

De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.  Wat Jansen heeft aangevoerd, kan niet tot een ander oordeel leiden.

Centrale Raad van Beroep LJN: BQ3450  10/3390 WIA.        auteur: Christine Moné
 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap