Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Loonsanctiebesluit in beroep vernietigd. UWV stapt naar CRvB
Loonsanctiebesluit in beroep vernietigd. UWV stapt naar CRvB

Op 21 augustus 2008 laat UWV aan werkgever BV IJ. weten dat voor werknemer Pieterse de loonbetalingsperiode tijdens ziekte wordt verlengd met 52 weken. De zogeheten loonsanctie wordt opgelegd in aansluiting op de normale wachttijd van 104 weken en op de grond dat door BV IJ. zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen zijn verricht.

BV IJ. maakt bezwaar hetgeen ongegrond wordt verklaard. De rechtbank verklaarde het beroep van BV IJ. wel gegrond en vernietigde het bestreden besluit met toekenning van vergoeding van proceskosten en griffierecht.

De rechtbank overwoog dat als uitgangspunt moet gelden dat BV. IJ. van het oordeel en advies van de bedrijfsarts mag uitgaan, tenzij er omstandigheden zijn om te twijfelen aan de juistheid of de consistentie daarvan. Nu van dergelijke omstandigheden niet is gebleken, meent de rechtbank dat BV. IJ. zich heeft mogen baseren op het oordeel en het advies van de bedrijfsarts en dat, voor zover sprake is van het door betrokkene onvoldoende verrichten van re-integratie-inspanningen, zij daarvoor een deugdelijke grond heeft gehad. 

Goed nieuws voor BV IJ maar……. UWV ging in hoger beroep!!

UWV stelt zich op het standpunt dat rentegratie in de eerste plaats en bovenal de verantwoordelijkheid van werkgever is. Deze kan zich laten bijstaan door een arbodienst/ bedrijfsarts, maar dat doet niet af aan haar wettelijke verantwoordelijkheid. BV IJ. stelde zich in hoger beroep op het standpunt dat zij mocht vertrouwen op de berichten van de Arbodienst en van de werkneemster en haar behandelend artsen.

De Centrale Raad overweegt:                                                                                                                                                                                 

De verzekeringsarts heeft in zijn rapportage aangegeven dat er voor werkneemster voldoende benutbare mogelijkheden resteren. Deze zijn vermeld in de Functionele Mogelijkhedenlijst (FML) en gelden vanaf 29 mei 2008, de dag dat Pieterse  voor het laatst gezien is door de bedrijfsarts.

Volgens de verzekeringsarts was de intensiteit van de behandelingen niet zodanig dat deze gedurende de gehele ziekteperiode niet verenigbaar zou zijn geweest met arbeidsinspanningen. De bedrijfsarts heeft zich volgens de verzekeringsarts vooral laten leiden door de visie van Pieterse  en heeft ten onrechte geen benutbare mogelijkheden gesteld.

In zijn rapportage heeft de arbeidsdeskundige aangegeven dat Pieterse voor 20 uur per week belastbaar was maar in het geheel geen werk verrichtte. Er zijn re-integratie-inspanningen gemist, in ieder geval vanaf 29 mei 2008 tot 21 augustus 2008, dat dit op een korte periode betrekking had, doet aar niet aan af.

De ziekenhuisopname van Pieterse van 8 juli 2008 tot 9 juli 2008 betrof slechts een incident, nu Pieterse na een dag weer thuis was en er niets geconstateerd was. De (pijn)klacht was waarschijnlijk te wijten was aan verkeerd gebruik van incontinentiemateriaal.

In deze gegevens vindt de Raad voldoende steun voor het standpunt van UWV dat BV IJ. onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. De Raad vindt bevestiging in het actueel oordeel van de bedrijfsarts van 29 mei 2008 waarin staat dat Pieterse beperkingen heeft op het gebied van persoonlijk functioneren, sociaal functioneren, dynamische handelingen en statische houdingen. Met betrekking tot het onderdeel “huidige mogelijkheden tot het verrichten van arbeid” vermeldt de bedrijfsarts “uit preventief oogpunt adviseer ik om eerst goed te herstellen, zowel lichamelijk als mentaal.”. Daaruit kan niet worden afgeleid dat Pieterse geen benutbare mogelijkheden heeft.

De door de verzekeringsarts in de FML opgenomen beperkingen zijn in overeenstemming met de beperkingen die de bedrijfsarts op 29 mei 2008 in het actueel oordeel heeft opgenomen. Naar het oordeel van de Raad heeft de verzekeringsarts dan ook terecht geconcludeerd dat Pieterse over benutbare mogelijkheden beschikte.

Het standpunt van BV IJ. dat zij steeds de adviezen van haar bedrijfsarts heeft gevolgd en dat zij daardoor niet aansprakelijk is voor mogelijke tekortkomingen kan niet worden gevolgd nu de Raad in zijn uitspraak van 18 november 2009, LJN BK3713, heeft geoordeeld dat de verantwoordelijkheid voor de re-integratie bij de werkgever ligt.  

De uitspraak:

De Raad oordeelt  dat UWV terecht heeft geconcludeerd dat BV IJ. onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht en dat het loonsanctiebesluit stand kan houden. Dat leidt tot de conclusie dat de door UWV aangevallen uitspraak dient te worden vernietigd.  

 

LJN: BQ6045, Centrale Raad van Beroep, 09/4768 WIA  auteur: Ad van Lieshout

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap