Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Afgaan op UWV deskundigenoordeel?
Afgaan op UWV deskundigenoordeel?

Het gebeurt regelmatig.  Als werkgever volg je het afgegeven deskundigen oordeel van UWV en dan krijgt je desondanks te horen dat er te weinig aan re-integratie werd gedaan. Kun je nu wel of niet vertrouwen op een deskundigen oordeel. De Centrale Raad vindt in de onderstaande casus van wel.

UWV heeft werkgever X een loonsanctie van 52 weken opgelegd omdat er onvoldoende re-inte-gratie-inspanningen zouden zijn verricht. X is het hier niet mee eens en vindt dat er voldoende re-integratie-inspanningen werden verricht mede omdat het deskundigen oordeel van  UWV werd gevolgd.

De CRvB stelt vast uit de gedingstukken dat X op 12 maart 2007 aan het UWV heeft gevraagd om een deskundigen oordeel. De arbeidsdeskundige heeft op 19 maart 2007 schriftelijk laten weten dat hij van oordeel was dat werknemer beperkingen had, maar dat dit niet wegneemt dat er sprake was van benutbare mogelijkheden en dat de werknemer in staat was om deel te nemen aan re-integratie-activiteiten.

In de tweede aanvraag om een deskundigen oordeel heeft X als vraagstelling geformuleerd ‘toetsing of de inspanningen tot re-integratie van werkgever en werknemer voldoende zijn’.   Hierop heeft de arbeidsdeskundige geantwoord dat tot dat moment voldoende re-integratie-inspanningen zijn ontplooid om werknemer te begeleiden naar passende arbeid.

Gelet op de vraagstelling van werkgever X en het antwoord van het UWV is de Centrale Raad, anders dan de rechtbank, van oordeel dat het X niet duidelijk kon zijn dat zij niet mocht uitgaan van het deskundigen oordeel.

Van enig voorbehoud, dat de door de bedrijfsarts gehanteerde uitgangspunten niet mede zijn beoordeeld en bevestigd in het deskundigen oordeel, is niet gebleken. Dat het UWV naar aanleiding van het tweede verzoek om een deskundigen oordeel heeft volstaan met een arbeidskundige beoordeling en niet tevens een verzekeringsgeneeskundig onderzoek heeft laten instellen, kan volgens de Raad werkgever niet worden tegengeworpen.

UWV kan dan ook worden gehouden aan het deskundigen oordeel. Het ligt dan voor de hand dat X de ingeslagen weg heeft voortgezet en het re-integratietraject in het tweede spoor heeft vervolgd op de wijze en in de mate zoals zij al deed, tot het moment waarop het outplacementtraject met een eindverslag in mei 2008 werd afgerond.

UWV heeft niet aannemelijk gemaakt dat werkgever X vanaf de datum van het tweede deskundigen oordeel tot het einde van de wachttijd alsnog tekort is geschoten en in die periode onvoldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht. Tegen de achtergrond van het deskundigen oordeel moet worden geconcludeerd dat het UWV besluit niet op een deugdelijke grondslag berust en daarom moet worden vernietigd.

 

Uitspraak LJN: BR2382, Centrale Raad van Beroep  21 juli 2011   BR2382

 

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap