Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Arbeidsrecht arrow Arbeidsongeschikt voor eigen werk, re-integratie in passend werk en opnieuw ziek.
Arbeidsongeschikt voor eigen werk, re-integratie in passend werk en opnieuw ziek.

Er is, of beter gezegd er was, onduidelijkheid over de vraag of een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer die bij zijn eigen werkgever aangepaste werkzaamheden is gaan verrichten, wel of geen recht heeft op twee jaar loondoorbetaling bij ziekte als deze medewerker opnieuw uitvalt. Dit blijkt niet het geval te zijn. Tot deze conclusie kwam de Hoge Raad in een arrest op 30 september 2011 waarmee een einde werd gemaakt aan verdeeldheid die op dit punt bestond tussen lagere rechters.  Hieronder in het kort een toelichting op dit voor werkgevers gunstige arrest.

De casus

Het ging over het recht op loondoorbetaling van bouwvakker Harry wiens werk bestond uit sloop- en timmerwerk. Harry meldde zich op 22 juni 1998 ziek. Na negen maanden ziekte, hervatte Harry  in ander passend werk. Harry kreeg op 21 juni 1999 bericht dat hem een WAO-uitkering werd toegekend. De arbeidsongeschikt-heidsklasse was 35-45%. Voor zijn eigen werk werd Harry arbeidsongeschikt geacht. Na verloop van tijd namen Harry’s klachten weer toe waardoor Harry vanaf medio 2002 halve dagen ging werken.

Het bedrijf en Harry spraken op 29 april 2003 schriftelijk af dat Harry gedurende vier uur per dag bouwkundig werk zou gaan doen en vier uur per dag in het magazijn zou  werken. Ook werd vastgelegd dat van Harry werd verwacht dat hij jaarlijks, 15 hele dagen bouwkundig werk zal doen.

Harry valt op 13 mei 2009 volledig uit voor zijn werk.  Werkgever stopt per 26 mei 2009 met de loondoorbetaling loon. Werkgever is van mening dat de maximale termijn waarover de werkgever het loon tijdens ziekte moet doorbetalen verstreken is na de eerste uitval op 22 juni 1998. Harry pikt dit niet en stelt een loon-vordering in, die door de kantonrechter - in kort geding - wordt toegewezen, maar vervolgens door het gerechtshof in hoger beroep weer wordt afgewezen.

Overwegingen van de kantonrechter

De kantonrechter overwoog destijds dat de passende werkzaamheden van de werknemer inmiddels waren gaan gelden als nieuwe bedongen arbeid, voor welk werk Harry bij nieuwe uitval wegens arbeidsongeschiktheid een nieuw recht op loon tijdens ziekte kon opbouwen.

Overwegingen van het gerechtshof

Het gerechtshof meende dat werkgever en Harry niet expliciet hadden afgesproken dat de passende arbeid nieuwe bedongen arbeid was geworden. Dat onvoldoende vast was komen te staan dat Harry daarop mocht vertrouwen, omdat zijn arbeid vanaf 2003 steeds meer moest worden aangepast om deelname van Harry aan het arbeidsproces mogelijk te houden.

Harry wees er bij de Hoge Raad op dat het in strijd is met redelijkheid en billijkheid dat een werknemer die bijna tien jaar functioneert in aangepaste arbeid en vervolgens arbeidsongeschikt raakt, geen recht op loon zou hebben, terwijl hij ook geen recht op enige sociale zekerheidsuitkering heeft.  Daarbij werd ook naar voren gebracht dat werkgever er bewust voor kan kiezen om geen nieuwe arbeidsovereenkomst aan te gaan voor de passende arbeid om zo te voorkomen dat een nieuwe verplichting tot loondoorbetaling tijdens ziekte ontstaat.

Overwegingen van de Hoge Raad  

De Hoge Raad stelde zich op het standpunt dat de wet inhoudt dat een werkgever aan een gedeeltelijk arbeidsongeschikte werknemer 104 weken lang loon tijdens ziekte moet doorbetalen en dat hij daarnaast diens re-integratie moet bevorderen. Volgens de Hoge Raad hoeft werkgever Harry niet opnieuw het loon tijdens ziekte door te betalen, nu Harry als gevolg van zijn re-integratie passende arbeid is gaan verrichten en na de eerste 104 weken opnieuw door ziekte uitvalt. De Hoge Raad meent dat de samenhang en het evenwicht tussen de verplichtingen van de werkgever tot loondoorbetaling en re-integratie zou worden verstoord. 

De Hoge Raad onderkent en erkent daarbij dat dit stelsel voor werknemers ongunstig kan uitpakken, maar wijst er op dat dit probleem ook door de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is onderkend, zonder dat er een wettelijke regeling of een collectieve afspraak tussen werkgevers en werknemers is gekomen die in een oplossing voor dit probleem voorziet.

Volledige uitspraak:  Hoge Raad 30 september 2011  LJN: BQ8134

 

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap