Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Verstoorde relatie en inzagerecht
Verstoorde relatie en inzagerecht

Soms raakt de relatie tussen werkgever en werknemer zo ernstig verstoord dat wantrouwen overheerst. Kan een werknemer in zo’n situatie volledige inzage in het eigen personeelsdossier afdwingen?

Artikel 35 Wet Bescherming Persoonsgegevens (Wbp) geeft werknemers het recht op inzage in zijn eigen personeelsdossier.  Maar geldt dat recht voor alle stukken of slechts voor een deel van het dossier?

In juli 2011 speelde voor het hof Amsterdam  een dergelijke zaak in hoger beroep. Kortom antwoord op de vraag of werknemer al de stukken op hem of haar betrekking hebbend ook mag inzien.

Zo’n zaak kan nog lang slepen want de werkneemster die deze zaak aanhangig maakte, vroeg op 8 januari 2009 per brief om haar op grond van art. 35 Wbp een kopie te verstrekken van alle persoonsgegevens waarover  werkgever beschikte.  Hierop verstrekte werkgever een hoeveelheid bescheiden maar niet zoals verzocht alle stukken.

Werkgever hield achter de via e-mail gevoerde interne correspondentie tussen de afdeling arbeidszaken en andere afdelingen over een arbeidsgeschil met werkneemster en de correspondentie  met de raad van bestuur en de voorzitter van de OR. Vervolgens riep werkneemster de hulp van de rechter in en vorderde dat werkgever haar ook deze stukken verstrekte.

De werkgever meende alles te hebben gedaan om aan de verzoeken van werkneemster tegemoet te komen. De ontbrekende stukken  hoefden niet te worden verstrekt omdat hierop de uitzonderings-bepaling van artikel 43 sub e Wbp van toepassing was.  Op grond van deze bepaling zijn volgens werkgever de persoonlijke gedachten van medewerkers van werkgever, die waren aangehaald in interne notities en bedoeld waren voor intern overleg en beraad, van het inzagerecht uitgesloten.

De uitspraak
Het hof overwoog dat het inzagerecht conform artikel 35 Wbp niet onbeperkt geldt. Dit blijkt volgens het hof ook uit uitspraken van de Hoge Raad.
(HR 29-06-2007, LJN AZ4663; HR 29-06-2007, LJN AZ4664;  HR 29-06-2007, LJN BA3529; HR 24-01-2003, LJN AF0148). Daarin wordt bepaald dat het inzagerecht zich niet uitstrekte tot interne notities die de persoonlijke gedachten van medewerkers van werkgever bevatten en die uitsluitend bedoeld waren voor intern overleg en beraad.

De gegevens die werkneemster in deze zaak van werkgever vorderde betroffen volgens het hof correspondentie waarin de persoonlijke gedachten van medewerkers was opgenomen en die uitsluitend waren bedoeld voor intern overleg en beraad.  Het hof oordeelde dan ook dat de door werkneemster verzochte gegevens niet onder het inzagerecht van artikel 35 Wbp vielen.  Dit werd volgens het hof niet anders indien de persoonlijke aantekeningen/gedachten schriftelijk werden gedeeld met anderen. De vordering van werkneemster werd afgewezen.

bron: LJN-nr: BR3020

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap