Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Arbeidsrecht arrow Vrachtwagenchauffeur valt steeds uit door zaalvoetbal
Vrachtwagenchauffeur valt steeds uit door zaalvoetbal

De verplichting om loon door te betalen tijdens ziekte staat regelmatig ter discussie wanneer een werknemer wat betreft lifestyle  en de aandacht voor gezondheid onvoldoende scoort. Dat was ook het geval bij de vrachtwagenchauffeur tevens fervent voetballer. In vier jaar was hij twintig maanden arbeidsongeschikt door knieklachten het gevolg van opgelopen voetbalblessures.

De chauffeur weigerde te stoppen met voetballen ondanks diverse verzoeken van werkgever. Erger nog op enig moment ging de chauffeur ook nog zaalvoetballen. Een sport die geldt als zeer blessuregevoelig voor knieën en enkels.  Bij weer een nieuwe blessure, besloot werkgever de in de CAO Beroepsgoederenvervoer geregelde loondoorbetalingsverplichting tot 100% van het geldende loon niet meer uit te betalen. De werkgever betaalde in plaats daarvan alleen het basisloon.

De chauffeur stapte boos naar de kantonrechter.  De werkgever stelde zich op het standpunt dat hij helemaal niets hoefde te betalen aangezien de arbeidsongeschiktheid van zijn chauffeur opzettelijk was veroorzaakt.  Artikel 7:629 lid 3 sub a BW bepaalt dat in zo'n geval geen loon hoeft te worden betaald. De kantonrechter stelde werknemer echter in het gelijk en werkgever tekende hoger beroep aan bij het gerechtshof in  Arnhem.

Het gerechtshof Arnhem oordeelde dat alleen het feit dat werknemer zich blootstelt aan risicovolle activiteiten - en daarmee aan de reële kans om wegens ziekte arbeidsongeschikt te raken - onvoldoende is om aan te nemen dat er sprake is van opzet.  Dit betekent dat er bijna nooit een geval van opzettelijke arbeidsongeschiktheid zal zijn en dat de werkgever dus vrijwel altijd het wettelijk minimum moet betalen.

In de CAO Beroepsgoederenvervoer is vastgelegd dat een aanvulling tot aan het basisloon (100%), vermeerderd gedraaide eventuele  overuren, verplicht is, tenzij de arbeidsongeschiktheid door ‘schuld of toedoen’ van werknemer was veroorzaakt.  Omdat de chauffeur ‘met de zijn sport-uitoefening redelijkerwijs heeft moeten voorzien dat deze tot arbeidsongeschiktheid zou kunnen leiden en hij heeft nagelaten, hoewel het in zijn vermogen lag, maatregelen te treffen teneinde te voorkomen dat deze arbeidsongeschiktheid zou ontstaan’, kwam het gerechtshof tot het oordeel dat werkgever in zijn recht stond toen hij het besluit nam om de aanvullings-verplichting te staken.

Meegewogen werd dat werkgever de chauffeur herhaaldelijk had verzocht om te stoppen met (zaal)voetballen.  Ook had werkgever duidelijke gemaakt welke nadelige financiële consequenties zouden ontstaan als de chauffeur door zaalvoetbal weer arbeidsongeschikt zou raken. De werknemer voetbalde echter driftig door.

De Hoge Raad heeft nadien het cassatieberoep van de chauffeur verworpen.  

Bron: Hoge Raad  LJN:BC6699

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap