Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Arbeidsrecht arrow Te vroeg op vakantie. Terecht ontslag op staande voet?
Te vroeg op vakantie. Terecht ontslag op staande voet?

Op 27 augustus 2003 vroeg Corry, groepsleidster bij Bommelsteijn haar leidinggevende telefonisch of zij haar per 1 september 2003 geplande vakantie mocht vervroegen omdat haar vakantievlucht op 31 augustus 2003, overboekt bleek maar er op een vlucht op 28 augustus 2003, nog plaats was.

Op 28 augustus 2003 heeft Bommelsteijn schriftelijk laten weten dat Corry geen toestemming had haar vakantie,  te vervroegen. In de brief wordt aangegeven dat als Corry op 29 augustus 2003 niet op het werk verschijnt dit wordt aangemerkt als ongeoorloofd verzuim en reden was voor een ontslag op staande voet.  Corry was op 28 augustus 2003 vrij.

Groepsleidsters worden binnen Bommelsteijn ingezet aan de hand van een maandplanning. Vrije-/vakantie-dagen moeten uiterlijk veertien dagen voor het moment van vrij zijn, te worden aangevraagd.

Op 29 augustus 2003 verscheen Corry niet op haar werk. Zij was in het vliegtuig gestapt. Die dag schrijft Bommelsteijn aan Corry dat zij op staande voet werd ontslagen.

Corry’s  vordering

Na terugkomst accepteert Corry het ontslag niet omdat zij op 27 augustus 2003 wel degelijk van haar leidinggevende toestemming zou hebben gekregen om op 29 augustus verlof te mogen nemen. Deze zou hebben gezegd: ‘ik vind het goed dat je gaat omdat jij je ook altijd flexibel hebt opgesteld’. Er is geen sprake van een dringende reden vindt Corry en het ontslag op staande voet is daarom nietig.  

 

Bij de kantonrechter

De kantonrechter vroeg Corry het bewijs te leveren dat zij van haar leidinggevende toestemming had verkregen om eerder op vakantie te gaan. Toen dit niet lukte werd de eis van Corry afgewezen.

 

In hoger beroep bij het gerechtshof

Nu de kantonrechter Corry heeft belast met bewijslevering dat zij eerder op vakantie mocht gaan, stelt de kantonrechter feitelijk  dat hij het gegeven ontslag, aangenomen dat Corry geen toestemming had om eerder vrijaf te nemen, een passende sanctie vindt.  Als de kantonrechter het ontslag een te zware sanctie gevonden zou hebben, dan zou de bewijsopdracht zinloos zijn omdat het ontslag om die reden geen stand zou houden.

Het hof meent dat ontslag op staande voet een ‘ultimum remedium’ moet zijn dat enkel gegeven mag worden als met een andere sanctie niet kan worden volstaan.  Het is een werknemer niet toegestaan zonder toestemming van werkgever verlof te nemen. Een werknemer die zonder toestemming vrijaf neemt kan daarop een sanctie van werkgever verwachten. Een ontslag op staande voet kan daarbij een passende sanctie zijn en die ligt in veel gevallen ook voor de hand, maar een wet van Meden en Perzen is het niet.

In deze zaak oordeelt het hof dat ook al zou van toestemming als door Carry gesteld geen sprake zou zijn, de sanctie op het zonder instemming van de werkgever nemen van verlof op 29 augustus 2003, te weten een ontslag op staande voet, te zwaar is.

Bommelsteijn kan worden nagegeven dat de verwikkelingen rond datum en tijd van afreis naar haar vakantiebestemming een probleem van Corry is, dat Corry te gemakkelijk op het bordje van Bommelsteijn heeft gelegd. Daarbij is van belang dat werkneemster niet wist of kon weten, dat het wegblijven op 29 augustus 2003 Bommelsteijn in problemen zou brengen.

Verder is relevant dat het verlof alleen op de middag van 29 augustus betrekking had omdat Corry voor de 28e augustus en de ochtend van 29 augustus niet was ingedeeld. Tevens speelt een rol dat er sprake is van een nagenoeg vlekkeloos verlopen dienstverband. Ook het belang dat Corry had om daadwerkelijk met vakantie te gaan weegt het hof mee bij haar uitspraak dat het ontslag een te zware sanctie is op hetgeen is voorgevallen.

Nu van een dringende reden geen sprake is wordt het ontslag nietig verklaard. Bommelsteijn wordt veroordeeld om het toekomende salaris vanaf 29 augustus 2003 uit te betalen. Het hof ziet aanleiding, zie datum van de uitspraak in hoger beroep, de loonvordering van Corry te beperken tot de periode september 2003 t/m februari 2004. Verdere toewijzing zou een wanverhouding in het leven roepen tussen de periode waarin daadwerkelijk is gewerkt en het tijdvak waarover loon zou moeten worden doorbetaald.

©  Ad van Lieshout  L&M sociale zekerheid Bron:   LJN: BU8172, Gerechtshof 's-Gravenhage, 105.003.267/01 Arrest van 27 september 2011

 

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap