Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Arbeidsrecht arrow Ondanks loonsanctie einde aan contract
Ondanks loonsanctie einde aan contract

Conny meldde zich in 2007 ziek met spanningsklachten. Zij bleef daarna doorlopend arbeidsongeschikt.  In februari 2009 legde UWV werkgever een loonsanctie op omdat de re-integratieinspanningen niet voldoende waren.  Werkgever daarna nam het inititatief om via een vaststellingsovereenkomst de arbeidsovereenkomst met wederzijds goedvinden te beëindigen per 1 oktober 2009. Daarbij werd overeengekomen dat Corry tot 1 oktober 2009 geen werkzaamheden meer zou verrichten en een beëindigingsvergoeding van  € 31.000.- bruto zou ontvangen.

Bij haar WW aanvraag gaf Conny t als reden voor de beëindiging van het dienstverband een verschil van inzicht op over de wijze van uitoefening van haar functie en een gebrek aan herplaatsings-mogelijkheden. 

UWV besliste dat Corry per  1 oktober 2009 recht heeft op een WW maar dat de uitkering pas vanaf 10 mei 2010 tot uitbetaling zal komen omdat Corry akkoord is gegaan met de beëindiging van haar dienstverband tijdens een loonsanctieperiode. De WW werd tijdelijk geheel geweigerd tot het moment waarop de loonsanctie geëindigd zou zijn.

Het beroep van Conny bij de rechtbank werd ongegrond verklaard omdat zij niet medisch heeft onderbouwd dat doorwerken bij de werkgever zou hebben geleid tot schade aan haar gezondheid. De rechtbank meent dat UWV terecht WW-uitkering heeft geweigerd  tot 10 mei 2010.

In hoger beroep bij de Centrale Raad verklaarde Conny dat aan voortzetting van het dienstverband met werkgever, die zijn re-integratieverplichtingen niet serieus nam, zodanige bezwaren waren verbonden dat die voortzetting met oog op haar gezondheid redelijkerwijs niet van haar kon worden gevergd.  Verwezen werd naar een verklaring van psychiater Janssen van 28 december 2010.          

De psychiater - waar Corry in juni 2009 in behandeling is gekomen - schrijft in zijn verklaring o.a.: ‘De mogelijkheid van terugkeer naar het werk hebben wij uitvoerig besproken, maar gaf een psychische terugslag zodat de conclusie uiteindelijk was dat terugkeer naar het oude werk voor uw psychische gezondheid vol risico’s zou zijn en vertragend zou werken op uw herstel.’

Volgens de Centrale Raad onderbouwt deze verklaring niet de stelling van Corry dat zij geen andere keus had dan in overleg met de werkgever de arbeids-overeenkomst te beëindigen ook al omdat UWV de werkgever een sanctie heeft opgelegd omdat ten onrechte het 2e spoor niet was ingezet.                      

Er zijn geen medische gronden waardoor Conny geen medewerking kon verlenen aan re-integratie 2e spoor. Dat Corry om medische redenen niet haar oude werk kon hervatten, zoals psychiater Janssen met zijn verklaring heeft bevestigd, brengt niet met zich mee dat ook het enkele voortbestaan van het dienstverband met de werkgever gezondheidsschade zou berokkenen.

UWV heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat Corry met het aangaan van de vaststellings-overeenkomst nodeloos het intreden van haar werkloosheid heeft vervroegd. Daarmee heeft zij een benadelingshandeling gepleegd waarbij de opgelegde maatregel van gehele weigering van WW-uitkering tot 10 mei 2010 past.

10/6574 WW  Centrale Raad van Beroep © L&M sociale zekerheid

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap