Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Geen verkorte wachttijd. Verbetering van functioneren niet uitgesloten
Geen verkorte wachttijd. Verbetering van functioneren niet uitgesloten

In september 2006 viel Cor, magazijnbeheerder uit vanwege een hersenbloeding. Op 8 augustus 2007 werd een aanvraag IVA met een verkorte wachttijd ingediend. UWV wees de aanvraag af omdat Cor niet duurzaam arbeidsongeschikt zou zijn.   De verzekeringsarts stelde dat uit onderzoek is gebleken dat een jaar na een hersenbloeding nog verbetering van de cognitieve stoornissen en daarmee ook van de functionele mogelijkheden kon optreden. De verzekeringsarts nam kennis van een bij de aanvraag gevoegde verklaring van bedrijfsarts, een neuropsychologisch onderzoeksrapport en een rapport van de revalidatieartsen.  

Cor in beroep

In beroep voerde Cor aan dat UWV onzorgvuldig handelde door te beslissen zonder hem op een spreekuur op te roepen en dus af te zien van een lichamelijk onderzoek.  Voorts werd verwezen naar de verklaring van de bedrijfsarts die Cor volledig en duurzaam arbeidsongeschikt achtte alhoewel hij meende dat in het komende jaar nog enige verbetering te verwachten zou zijn maar normale loonvormende arbeid uitgesloten is.  Het beroep van Cor werd door de rechtbank gegrond verklaard omdat uit de verklaring van de bedrijfsarts blijkt dat deze een verbetering van de belastbaarheid van Cor uitgesloten acht. De rechtbank doelt op de zinsnede dat Cor niet meer in loonvormende arbeid werkzaam zal kunnen zijn.  Voorts achtte de rechtbank het onzorgvuldig dat UWV heeft afgezien van medisch onderzoek. 

UWV in hoger beroep

UWV voerde aan dat voor een verkorte wachttijd verbetering van de belastbaarheid uitgesloten moet zijn. Deze situatie deed zich in het geval van Cor niet voor.  UWV is ook mening dat het door de rechtbank noodzakelijk geachte (aanvullende) onderzoek niet tot een andere conclusie zou leiden. 

Overwegingen van de Centrale Raad

De regeling van de verkorte wachttijd is bedoeld voor situaties waarbij sprake is van een stabiele situatie. Dat wil zeggen dat er geen mogelijkheden zijn om in arbeid te functioneren en dat er ook geen kans op herstel is. De mogelijkheid bestaat daarom niet voor werknemers die volledig en duurzaam arbeidsongeschikt zijn en waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat. Alleen zieke werknemers die in een evident stabiele situatie verkeren en die volledig arbeidson-geschikt zijn, kunnen in aanmerking komen voor een flexibele keuring. Er moet sprake zijn van een onomkeerbare situatie. Dit betekent dat UWV in het kader van een aanvraag om een verkorte wachttijd slechts dient te beoordelen of sprake is van een stabiele of verslechterende medische situatie. Als herstel nog mogelijk is, kan geen sprake zijn van een toekenning van een verkorte wachttijd.  Voor de invulling van voornoemde wettelijke bepalingen hanteert UWV het beoordelingskader ‘Beoordeling van de duurzaamheid van arbeidsbeperkingen’.

Bij de beoordeling van de prognose van de arbeidsbeperkingen doorloopt de verzekeringsarts een aantal stappen. De eerste stap is onderzoek  of verbetering van de belastbaarheid is uitgesloten. Dit is de duurzaamheid die in het kader van de verkorte wachttijd van belang is.  Dat is het geval als sprake is van:

a. een progressief ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden of

b. een stabiel ziektebeeld zonder behandelmogelijkheden.  

De Raad vindt dat naast de verklaring van de bedrijfsarts die verbetering verwacht, maar normale loonvormende arbeid uitgesloten acht, nadere medische informatie aanwezig is die inzicht verschaft in de prognose van het ziektebeloop van Cor. 

Hierbij doelt de Raad op het neuropsychologische onderzoeksrapport van drs. Koops waaruit blijkt dat sprake is van lichte cognitieve stoornissen, met name waar het tempotaken en verbale belastingstaken betreft. In dit rapport wordt de verwachting uitgesproken dat Cor weer voldoende veilig en zelfstandig thuis zal kunnen functioneren en op termijn weer als rijgeschikt beoordeeld zal worden. Koops geeft aan dat de hervatting van de werkzaamheden in overleg met de werkgever beoordeeld moet worden. Koops kan zich voorstellen dat de motorische beperkingen in combinatie met de cognitieve stoornissen hervatting van die werkzaamheden zullen belemmeren. Er zal naar het oordeel van Koops rekening mee gehouden moeten worden dat Cor zijn werkzaamheden mogelijk niet meer zal kunnen hervatten in eigen of andere arbeid.  

Daarom vindt de Raad dat niet de conclusie kan worden getrokken dat verbetering van de belastbaarheid uitgesloten is. UWV heeft voldoende gemotiveerd dat verbetering van de belastbaarheid van Cor ten tijde van de aanvraag niet was uitgesloten.

Van duurzame arbeidsongeschiktheid kan niet worden gesproken. De Raad is wel met Cor van oordeel dat de communicatie vanuit het UWV gebrekkig is geweest maar deze constatering kan echter niet tot vernietiging van het bestreden besluit leiden omdat uit de beschikbare gegevens terecht is afgeleid dat (enig) herstel niet uitgesloten is.  

LJN: BV2014, Centrale Raad van Beroep, 09/4167 WIA   28 januari 2012 © L&M sociale zekerheid

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap