Home arrow Wet en regelgeving arrow WAO arrow WAO uitkering terecht van 100% naar 85%?
WAO uitkering terecht van 100% naar 85%?

Volledig arbeidsongeschikte werknemers met een WAO of WIA uitkering die lichamelijk en/of geestelijk niet meer in staat zijn tot verzorging van zichzelf in eigen huis kunnen in aanmerking komen voor verhoging van hun dagloon tot 85% of zelfs 100%.  Lees meer hierover ons artikel ‘Onbekend maakt onbemind ’.  Wat nu als er ook sprake is van een persoonsgebonden budget!

Een werknemer, wij noemen hem Guus, raakte hierover in conflict met het UWV toen UWV een deel van de verhoogde WAO uitkering terugdraaide omdat Guus tevens een PGB ontving.

Guus ontving al jaren een volledige WAO uitkering. Vanaf oktober 2007 ontving Guus ook een persoonsgebonden budget (PGB). Op 8 oktober 2007 vroeg Guus het UWV om in verband met hulpbehoevendheid zijn WAO-uitkering (art. 22 WAO) te verhogen tot 100% van zijn dagloon. UWV verhoogde de WAO-uitkering naar 100%.  Per 14 december 2009 heeft UWV de uitkering van Guus verlaagd naar 85% omdat Guus regelmatig en voor langere tijd hulp en verzorging nodig heeft, maar dat hij daarvoor tevens een PGB ontving.Guus maakte bezwaar wat door UWV ongegrond werd verklaard. Met verwijzing naar artikel 2, tweede lid, van de Beleidsregel verhoging uitkering bij hulpbehoevendheid van 23 oktober 2007, Stcrt. 2007, 241.

Deze Beleidsregel is met ingang van 14 december 2007 in werking getreden; tot die datum had het ontvangen van een PGB geen verlagende werking op de hoogte van het uitkeringspercentage van de WAO-uitkering.

De rechtbank verklaarde het beroep van Guus gegrond vanwege een ondeugdelijke motivering van het besluit maar bepaalde ook dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven. De rechtbank vond net als UWV dat het in de Beleidsregel gebruikte begrip ‘in belangrijke mate’ moet worden uitgelegd als minder dan 50%. Door de verstrekking van het PGB is volgens de rechtbank in belangrijke mate voorzien in Guus behoefte aan oppassing en verzorging. De rechtbank vond dat UWV terecht het WAO percentage heeft verlaagd van 100% naar 85%.

De Centrale Raad:

Guus nam - in hoger beroep - het standpunt in dat er pas sprake is van ‘in belangrijke mate’ voorzien in de behoefte, indien er sprake is van een voorziening die voor het grootste deel in de behoefte voorziet. Daarvan is naar de mening van Guus in zijn geval geen sprake. De Centrale Raad ging niet mee in de stelling van Guus en schaarde zich achter de uitleg van UWV  dat onder het begrip in ‘belangrijke mate’ in de zin van artikel 2, tweede lid, van de Beleidsregel moet worden verstaan: minder dan 50%.  Dit sluit ook aan bij de gangbare betekenis van het begrip ‘in belangrijke mate’.  Het hoger beroep van Guus slaagt daarom niet.

LJN: BV2699, Centrale Raad van Beroep, 11/3138 WAO datum publicatie: 02-02-2012

© L&M sociale zekerheid    alle rechten voorbehouden

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap