Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Bedreiging dringende reden voor ontslag! Recht op WW?
Bedreiging dringende reden voor ontslag! Recht op WW?

Op 10 maart 2009 uit Thomas op zijn werkplek ernstige bedreigingen ten aanzien van een aantal collega’s. Dit was voor werkgever aanleiding om de arbeidsovereenkomst te beëindigen om dringende redenen. De werkgever heeft dat schriftelijk bevestigd. Verder werd op 10 maart 2009 aangifte gedaan van de bedreigingen.

 

Aanvraag WW

UWV weigerde de WW aanvraag geheel omdat Thomas volgens UWV had kunnen weten dat zijn gedrag een dringende reden voor ontslag is waardoor hij verwijtbaar werkloos is geworden. Thomas maakte bezwaar gemaakt en voerde aan rond het ontslag diverse psychische klachten ondervond. Thomas werd daarom door een UWV bezwaarverzekeringsarts onderzocht.                                

 

Deze concludeerde  dat psychische problemen mede het gedrag van Thomas hebben bepaald.

Uwv heeft vervolgens het bezwaar van Thomas gegrond verklaard omdat de verwijtbare werkloosheid Thomas niet in overwegende mate kan worden verweten. Om die reden kreeg Thomas alsnog een WW-uitkering maar met een strafkorting van 50% gedurende de eerste 26 weken.

 

Het bezwaar en nadien het beroep van Thomas bij de rechtbank werd ongegrond verklaard. De rechtbank maakte uit de ingebrachte stukken op dat Thomas lijdt of leed aan woedeaanvallen en depressies, maar de rechtbank kon niet de conclusie trekken dat hij in het geheel niet verantwoordelijk kan worden gesteld voor zijn daden.

 

Thomas ging in hoger beroep en zijn stellingname hield in dat hem voor  zijn werkloosheid in het geheel geen verwijt kan worden gemaakt.

 

Veroordeeld voor bedreiging

Van de bedreiging werd aangifte gedaan die door de rechtbank Haarlem en na appel door het gerechtshof Amsterdam bij arrest van 12 december 2011 bewezen werd geacht. Het hof zag geen omstandigheid die strafbaarheid uitsloot terwijl het beroep van Thomas op psychische overmacht werd verworpen.

 

Centrale raad van Beroep

Gelet op de verklaringen van de werkgever, de ontslagbrief en het arrest van het gerechtshof, staat  volgens de CRvB vast dat Thomas zijn collega’s ernstig heeft bedreigd.  

 

Thomas heeft benadrukt dat hem daarvoor geen verwijt treft. Maar bij een ontslag op staande voet gaat het niet om de vraag of de aanleiding voor het ontslag wel of niet aan de werknemer te wijten is maar om de vraag of van werkgever redelijkerwijs kon worden gevergd dat deze de dienstbetrekking zou laten voortduren nadat drie werknemers ernstig waren bedreigd. Die vraag beantwoordt de Raad in dit geval ontkennend. Dit leidt dan ook tot de conclusie dat aan de werkloosheid van Thomas een dringende reden ten grondslag ligt.

 

Het standpunt van het UWV en het oordeel van de rechtbank over de verminderde verwijtbaarheid en de om die reden met toepassing van artikel 27, eerste lid, tweede volzin, van de WW aan Thomas opgelegde maatregel wordt dan ook onderschreven.

 

LJN: BV3484, Centrale Raad van Beroep , 11/906 WW   © L&M sociale zekerheid

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap