Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Re-integratie 2e spoor voorzichtigheid of beter voortvarendheid?
Re-integratie 2e spoor voorzichtigheid of beter voortvarendheid?

Snelle re-integratie is een must voor werknemers met beperkingen, zeker als vaststaat  dat terugkeer bij eigen werkgever niet meer mogelijk is. Onnodig treuzelen beperkt een werknemer in zijn of haar mogelijkheden op passend werk. Het 2e spoor moet in dergelijke gevallen gezien worden als een kans en onverwijld worden ingezet.  Helaas zien werkgevers en werknemers dat niet altijd zo. Zo ook Conny en haar werkgever! UWV straft treuzelen echter keihard af. Is dat terecht in de ogen van de centrale raad van beroep?

De casus

Op 13.01.2009 legt UWV werkgever X. een loonsanctie op omdat werkgever  niet tijdig een compleet re-integratie-verslag kon over leggen. Nadat werkgever alsnog de ontbrekende medische informatie had overgelegd en daarmee de tekortkoming had hersteld, handhaafde UWV de loonsanctie omdat werkgever zonder deugdelijke grond onvoldoende re-integratie-inspanningen had verricht. 

UWV stelde dat het werkgever in ieder geval op 30.06.2008 duidelijk was dat terugkeer van werkneemster Conny naar een functie binnen het eigen bedrijf niet (meer) mogelijk was en dat vanaf dat moment re-integratie in het 2e spoor aangewezen was.  Aanmelding bij re-integratiebedrijf Salto vond pas op 10.11.2008 plaats waarna het eerste gesprek op 11.12.2008 heeft plaatsgevonden en het trajectplan vervolgens op 20.01.2009 is gestart.  Volgens UWV heeft werkgever niet voortvarend gehandeld. Het bezwaar van werkgever heeft UWV ongegrond verklaard.

 

 

De rechtbank verklaarde het beroep van werkgever ook  ongegrond en overwoog  dat er vele maanden zijn verstreken tussen het moment waarop het voor werkgever duidelijk werd dat het 2e spoor zou moeten worden gevolgd en de daadwerkelijke start daarvan.

De omstandigheid dat werkgever zorgvuldig dient te handelen tegenover Conny,  waardoor  werkgever het aangewezen achtte met de nodige voorzichtigheid te opereren, neemt niet weg dat de wet in het kader van re-integratie voortvarendheid eist van werkgever.  Aan die voortvarendheid heeft het volgens de rechtbank ontbroken.

 

In hoger beroep stelt werkgever nogmaals dat zij wel tijdig activiteiten heeft ondernomen ten behoeve van de re-integratie van Conny, zoals een outplacementtraject. Volgens werkgever is er wel sprake geweest van voortvarendheid, maar moest zij juist zorgvuldige stappen zetten om het proces niet te vertragen. In dat verband wordt gewezen op het feit dat Conny een WSW-indicatie heeft en dat druk uitoefenen of een loonsanctie opleggen bij Conny juist het proces van re-integratie zou vertragen en dat dit een averechts effect zou hebben gehad op de voortvarendheid die het UWV en de rechtbank voorstaat.

 

De data voor de actiemomenten op een rij:

Datum

Actienemer en soort actie

24.04.2008  

de bedrijfsarts stelt FML op

30.06.2008

de arbeidsdeskundig onderzoek m.b.t. de re-integratiemogelijkheden

06.08.2008

arbeidsdeskundig rapport geen mogelijkheden eigen werkgever inzet 2e spoor

10.11.2008

aanmelding bij re-integratiebedrijf Salto

20.01.2009

start traject bij Salto

 

UWV heeft naar het oordeel van de Centrale Raad van Beroep terecht geconcludeerd dat er teveel tijd verloren is gegaan met het opstarten van het tweede spoortraject.  Het besluit tot het weigeren van het verkorten van de loonsanctie kan daarom in rechte stand kan houden.

 

LJN: BW5353, Centrale Raad van Beroep , 10/4187 WIA

auteur: ad van lieshout    L&M sociale zekerheid

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap