Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Arbeidsrecht arrow Zorgvuldige (ontslag)procedure kost weigerachtige Jantien haar baan
Zorgvuldige (ontslag)procedure kost weigerachtige Jantien haar baan

Ziek zijn en het werk weer hervatten lukt in de meeste gevallen. Bij psyschische problematiek en verstoorde relatie kun je soms op klompen aanvoelen dat een zaak voor de rechter tot een uitspraak zal komen. Zorgvuldig alle noodzakelijke stappen zetten en heldere communicatie is dan van het grootste belang.  Jantien werd hier de dupe van. Hoe dat leest u hieronder.

Jantien werkte al  10 jaar bij het Academisch ziekenhuis Maastricht (AzM) als groepssecretaresse (24 uur pwk) toen zij per 30 oktober 2008 uitviel wegens psychische klachten. De bedrijfsarts adviseerde in januari 2009 gedeeltelijke werkhervatting in goed afgebakende werkzaamheden, rekening houdend met de beperkingen. Jantien heeft tweemaal gedeeltelijk hervat in de aangeboden werkzaamheden maar meldde  zich weer ziek.  UWV meldt op 2 april 2009 in een deskundigenoordeel dat het aangeboden werk voor Jantien niet passend is omdat zij geen benutbare mogelijkheden zou hebben. Maar in mei 2009 adviseerde de bedrijfsarts om Jantien weer gedeeltelijk te laten hervatten en het contact tussen Jantien en het AzM te herstellen.

Een arbeidsdeskundige (arbodienst) heeft  een rapport uitgebracht met daarin de conclusie dat Jantien in staat is haar eigen werk via een opbouwschema geleidelijk te hervatten waarbij rekening gehouden wordt met de - tijdelijke - beperkingen in het persoonlijk en sociaal functioneren en een urenbeperking.   Gezien de verstoorde verstandhouding vindt de arbeidsdeskundige het niet verstandig om Jantien te laten hervatten bij de eigen afdeling en adviseert haar voor 2 x vier uur per week elders te laten hervatten en het werk in uren en zwaarte geleidelijk op te bouwen met tussentijdse evaluatiemomenten, te beginnen op 18 augustus 2009.

Op 4 augustus 2009 laat Jantien weten dat zij het niet eens is met de opvatting van de arbeids-deskundige dat zij in staat is te hervatten in passend werk gedurende twee x vier uur per week. Jantien vroeg  opnieuw een deskundigenoordeel bij UWV.  Op 13 augustus 2009 heeft  AzM Jantien per brief meegedeeld dat van haar geen medisch onderbouwde argumenten zijn vernomen op grond waarvan het oordeel dat zij op 18 augustus 2009 kan hervatten zou moeten worden herzien, en haar gesommeerd op het afgesproken tijdstip gehoor te geven aan de oproep tot werkhervatting.

Ook is haar meegedeeld dat het aanvragen van een deskundigenoordeel de hervatting van de werkzaamheden niet opschort en dat volharding in het niet hervatten gevolgen zal hebben voor de aanspraak op bezoldiging en als plichtsverzuim zal worden aangemerkt. Op 18 augustus 2009 heeft Jantien herhaald dat zij zich nog niet tot werkhervatting in staat acht.

Op 19 augustus 2009 heeft AzM de loonbetaling naar rato van de door Jantien te werken uren met ingang van 18 augustus 2009 opgeschort omdat zij zonder deugdelijke grond weigert door AzM aangeboden passende werkzaam-heden te verrichten, waartoe de Arbodienst haar in staat acht.  

AzM heeft op 20 augustus 2009 het voornemen kenbaar gemaakt om haar een disciplinaire straf op te leggen. Op 21 september 2009 heeft Jantien gebruik gemaakt van de gelegenheid haar zienswijze te geven. Op 6 oktober 2009 heeft AzM aangekondigd uit een oogpunt van zorgvuldigheid nog een onderzoek door een deskundige, te weten een hoogleraar psychiatrie en neuropsychologie, verbonden aan het AzM, te willen laten verrichten en Jantien in verband daarmee verzocht een machtiging te tekenen. Een reactie van Jantien hierop is uitgebleven.

Op 15 oktober 2009 heeft het Uwv een deskundigenoordeel gegeven, inhoudende dat het werk dat de werkgever van Jantien heeft aangeboden passend is. Vervolgens heeft AzM  op  21 oktober 2009 Jantien met ingang van 1 november 2009 disciplinaire straf van onvoorwaardelijk ontslag opgelegd aangezien zij Jantien schuldig heeft gemaakt aan plichtsverzuim.

AzM heeft de bezwaren van Jantien tegen de besluiten ongegrond verklaard.  Dit zelfde lot trof het beroep dat door Jantien bij de rechtbank werd ingesteld.

Centrale Raad van Beroep

De Raad laat in het midden of Jantien in de periode voorafgaand aan arbeidsdeskundig re-inte-gratieonderzoek terecht of niet terecht heeft hervat in de aangeboden werkzaamheden. Jantien had echter geen deugdelijke reden om geen gevolg te geven aan de - herhaalde - oproep van AzM om op 18 augustus 2009 gedeeltelijk te hervatten in de door de arbeidsdeskundige geadviseerde aangepaste werkzaamheden.

Daarbij is van belang dat het ging om werkzaamheden waarin Jantien, rekening houdend met haar beperkingen, gedeeltelijk en volgens een opbouwschema  zou kunnen hervatten.    Jantien heeft weliswaar een deskundigenoordeel aangevraagd bij het Uwv, maar AzM heeft haar er terecht op gewezen dat die aanvraag haar niet ontsloeg van de verplichting tot werkhervatting.

Ook na 19 augustus 2009 weigerde Jantien haar werkzaamheden gedeeltelijk te hervatten ondanks de uitdrukkelijke waarschuwing voor disciplinaire maatregelen, de stopzetting van de bezoldiging en het deskundigenoordeel van het UWV.  Deze weigering is aan te merken als ernstig plichtverzuim aangezien de aangedragen (medische) gegevens ook achteraf geen steun bieden voor de stelling dat zij niet in staat was om te re-integreren in het aangeboden werk.

Daarom was AzM bevoegd om Jantien disciplinair te straffen. AzM heeft uiterst zorgvuldig gehandeld, nu men voorafgaand aan de uitvoering van het voornemen een disciplinaire straf op te leggen nog een deskundige heeft willen raadplegen over de mate van arbeidsongeschiktheid en de mogelijkheden om aangepast werk te verrichten. Dit voornemen is niet uitgevoerd omdat een reactie van Jantien, de machtiging, uitbleef.  Aan de verklaring van Jantien dat zij niet met de keuze van de deskundige kon instemmen ging de Raad voorbij.

De opgelegde straf van onvoorwaardelijk ontslag per 1 november 2009  is niet onevenredig aan de ernst van het plichtsverzuim, mede in aanmerking genomen dat AzM Jantien heeft gewezen op de mogelijke gevolgen van haar weigering haar werk deels te hervatten. Gezien het voorgaande slaagt het hoger beroep van Jantien niet en wordt de uitspraak bevestigd.

LJN: BW6231, Centrale Raad van Beroep, 11/548 AW

© L&M sociale zekerheid      mei 2012    auteur:  Ad van Lieshout

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap