Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Acties bedrijfsarts onder de maat. Werkgever betaalt het gelag ondanks deskundigen oordeel.
Acties bedrijfsarts onder de maat. Werkgever betaalt het gelag ondanks deskundigen oordeel.

Corinne  meldde zich op 1 april 2008 ziek vanwege klachten als gevolg van een hersentumor. Corinne had postoperatief vooral visus- en vermoeidheidsklachten.  De bedrijfsarts vond Corinne vanaf 20 mei 2008 ongeschikt voor eigen en of aangepaste arbeid.

Deskundigen oordeel

Op 2 april 2009 vroeg Manpower, de werkgever van Corinne, UWV in een deskundigen oordeel of er re-integratiemogelijkheden voor Corinne waren en of er tot dat moment voldoende re-integratie-inspanningen zijn verricht. UWV liet op 7 mei 2009 weten dat de re-integratie-inspanningen tot dan toe voldoende zijn geweest.

 

Corinne vroeg op 11 december 2009 een WIA uitkering aan en werd onderzocht door een UWV verzekeringsarts die vaststelde dat er sprake was van slechtziendheid. Maar dat op basis van de ingewonnen informatie van oogarts X. niet gesproken kan worden van een sterk ingeperkt gezichtsveld. Daarom is Corinne is volgens UWV minder beperkt dan door de bedrijfsarts werd aangenomen. De arbeidsdeskundige  stelde vervolgens dat er onvoldoende re-integratie-inspanningen werden verricht en heeft daarom een loonsanctie opgelegd.  

In beroep

In beroep heeft Manpower aangevoerd dat zij wel voldoende re-integratie-inspanningen heeft verricht, door in het tweede jaar regelmatig te informeren naar de actuele stand van zaken. Manpower meent verder te hebben mogen vertrouwen op het medische oordeel van de bedrijfsarts dat Corinne naast haar visusklachten ook niet belastbaar was voor arbeid vanwege vermoeidheids-klachten. Dit te meer nu UWV een positief deskundigenoordeel had gegeven, waarbij een medisch onderzoek door een verzekeringsarts achterwege is gelaten. Manpower meent verder dat UWV het oordeel over de arbeidsmogelijkheden ten onrechte alleen heeft gebaseerd op de visusklachten, terwijl moet worden uitgegaan van de algemene medische belastbaarheid.

 

De UWV bezwaarverzekeringsarts zag geen aanleiding om het primaire oordeel voor onjuist te houden omdat het specialistische oordeel van de oogarts prevaleert boven het oordeel van de bedrijfsarts. Voor wiens oordeel Manpower ook verantwoordelijk kan worden gehouden. Het deskun-digen oordeel ontslaat Manpower niet van de verplichting om Corinne in het tweede jaar ook te blijven volgen en begeleiden in haar re-integratie.

Beoordeling van het beroep

Volgens de jurisprudentie  mag een werkgever in beginsel uitgaan van de juistheid van een deskundigen oordeel, indien een bevestigend antwoord is verkregen op de vraag of de inspanningen tot re-integratie van werkgever en werknemer tot op dat moment voldoende zijn geweest. Dit uitgangspunt staat er echter niet aan in de weg dat UWV bij de beoordeling van de WIA-aanvraag alsnog onderbouwd tot de conclusie kan komen dat de werkgever in de resterende periode tekort is geschoten in het nakomen van de re-integratie-verplichtingen.

 

De rechtbank ziet zich voor de vraag gesteld of de inspanningen die Manpower in de resterende periode tot aan de WIA-aanvraag heeft verricht, voldoende zijn geweest. In dit verband wordt opgemerkt dat Manpower in de arbeidsdeskundige rapportage bij het deskundigen oordeel, er op is gewezen dat zij in het tweede ziektejaar de belastbaarheid van Corinne strikt moet blijven volgen én alsnog re-integratie in gang moet zetten als er verbetering optreedt.

De rechtbank stelt voorop dat de werkgever verantwoordelijk is voor de re-integratie van de werknemer. Onder de verantwoordelijkheid van de werkgever vallen ook de werkzaamheden van de door de haar ingeschakelde deskundigen, zoals de bedrijfsarts. Manpower heeft ter zitting ook erkend dat het handelen van de bedrijfsarts voor haar rekening en risico komt.

De rechtbank heeft Manpower verzocht om alle rapportages van de bedrijfsarts, in het bijzonder die met betrekking tot zijn oogmetingen, te overleggen. Manpower heeft hierop zes rapportages van de bedrijfsarts van 20 mei 2008, 17 juli 2008, 5 november 2008, 30 januari 2009, 3 maart 2009 en 14 december 2009 overgelegd.

De rechtbank stelt vast dat de eerste vijf rapportages verslagen zijn van telefonische spreekuren, waarbij de bedrijfsarts steeds kort een beschrijving heeft gegeven van de medische stand van zaken. De rapportage van 14 december 2009 betreft een actueel oordeel, maar hieruit blijkt niet dat de bedrijfsarts op die datum contact met Corinne heeft gehad tijdens een (telefonisch) spreekuur. De bedrijfsarts is in alle rapportages tot de conclusie gekomen dat Corinne niet belastbaar was voor eigen dan wel aangepaste arbeid.

Manpower heeft verder een brief van de bedrijfsarts van 14 maart 2012 aan de rechtbank overgelegd waarin deze schrijft dat hij Corinne op 27 februari 2009 op het spreekuur heeft gezien en dat hij indertijd, wellicht niet onder de meest ideale omstandigheden zoals bij een oogarts, een visus heeft kunnen vaststellen van links 0.12, rechts 0.15.  Andere medische informatie van de bedrijfsarts is niet aanwezig.

De rechtbank stelt vast dat Corinne in de periode na het deskundigenoordeel door UWV in mei 2009 tot de WIA-aanvraag in december 2009, niet meer is gezien door de bedrijfsarts. Ook is niet gebleken dat er in die periode nog informatie door Manpower of de bedrijfsarts bij de behandelend oogarts dan wel huisarts van Corinne is opgevraagd.  De rechtbank stelt dan ook vast dat de re-integratie na het deskundigenoordeel niet alleen niet op de ingeslagen weg is voortgezet, maar dat er na dat moment zelfs geen enkele medische beoordeling van de functionele mogelijkheden dan wel beperkingen voor arbeid van Corinne heeft plaatsgevonden.

De omstandigheid dat  Manpower in deze periode op regelmatige basis telefonisch contact met Corinne heeft gehad, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende om te spreken van re-integratie-inspanningen. Telefonisch contact is immers geen vervanging voor een medische beoordeling. De stelling van Manpower dat er tussentijds overduidelijk geen sprake is geweest van een verbetering in de medische situatie, zodat een oordeel van de bedrijfsarts of de behandelaar ook niet nodig was, is onvoldoende.  Deze beoordeling is immers alleen gebaseerd op de subjectieve beleving van de klachten door Corinne zelf.

Gezien het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de re-integratie-inspanningen van Manpower in het tweede jaar onvoldoende zijn geweest. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

LJN: BX0926, Rechtbank Amsterdam , AWB 10/6225 WIA   © L&M sociale zekerheid

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap