Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Ontslagname wegens psychische klachten. Bezint eer gij begint
Ontslagname wegens psychische klachten. Bezint eer gij begint

John nam per 30 september 2008 ontslag  bij zijn werkgever A. B.V en begon per 20 oktober 2008 bij B. B.V. Dat dienstverband duurde slechts kort want op 28 oktober 2008 beëindigde John het dienstverband. John vroeg UWV om een WW uitkering. Uwv weigerde dit omdat  John verwijtbaar werkloos was. Het ontslag was niet noodzakelijk!

John ging in beroep bij de rechtbank maar ook de rechtbank verklaarde het beroep ongegrond omdat niet aannemelijk is geworden dat aan de voortzetting van het dienstverband met  B. B.V. dusdanige bezwaren waren verbonden dat die voortzetting niet van John kon worden gevergd.

In hoger beroep herhaalde John dat hij ten tijde van zijn ontslagname als gevolg van omstandigheden op het werk en in zijn privesituatie burnoutklachten had, depressief en suïcidaal was, zodat hem zijn ontslagname niet kan worden aangerekend en van verwijtbare werkloosheid geen sprake is. De Centrale Raad stelde dat John zijn stelling moest onderbouwen dat hij door ernstige psychische klachten ten tijde van het ontslag de gevolgen van zijn beslissing niet kon overzien, zodat hem zijn handelen niet kan worden aangerekend.

Uit onderzoek van de Raad bleek dat John kort voor en ten tijde van zijn ontslagname niet onder behandeling was en geen medicatie gebruikte voor psychische problematiek. Nadat hij zijn werkzaamheden had aangevangen heeft John zijn leidinggevende aangesproken en toen kenbaar gemaakt dat hij ontslag nam en daarna heeft hij het werk verlaten. John is in verwarde toestand naar huis gegaan. Hij heeft vervolgens thuis op normale wijze voor zijn zieke moeder gezorgd.

Bij de dssierstukken bevinden zich een e-mailbericht en een brief waaruit blijkt dat John op 28 en 30 oktober 2008 met helder gestelde geschriften heeft gesolliciteerd naar betrekkingen elders.  Deze gegevens wijzen niet in de richting van een zodanige paniektoestand dat John niet kan worden aangerekend dat hij zijn arbeidsovereenkomst heeft prijs gegeven.

John heeft een brieven ingebracht van behandelend psychiaters K en A. John is op 30 oktober 2008 met spoed is gezien in verband met suïcidale klachten en paniek. Psychiater K. noteerde dat John zijn baan min of meer in paniek na een week heeft beëindigd, daarna geen zekerheid meer had, daarover piekerde en rampscenario's voorzag.  John dacht het niet meer aan te kunnen als er nog meer tegen zou zitten. K. leidde hieruit af er dat geen sprake is geweest van een weloverwogen beslissing.

De Raad stelt dat met de brief van psychiater  A. die inzicht heeft gegeven in het verloop van de behandeling, niet aannemelijk is gemaakt dat John tijdens het ontslag als gevolg van zijn depressieve klachten en suïcidale gedachten niet in staat was zelfstandig te handelen.

Anders dan John meent, is ook met de brief van K. niet de stelling onderbouwd dat John op 28 oktober 2008 in een zodanige psychische toestand verkeerde dat van hem niet kon worden gevergd zijn arbeidsovereenkomst met B. B.V. voort te zetten. K. heeft John op 28 oktober 2008 niet gezien en heeft over de door John gestelde paniektoestand op die dag niet kunnen verklaren. Uit de informatie van K. is geen verband naar voren gekomen tussen de omstandigheden waarin John bij B. B.V. zijn werkzaamheden heeft verricht en de paniektoestand die na zes dagen werken op 28 oktober 2008 zou zijn ontstaan.

Net als de rechtbank komt daarom ook de Raad tot de conclusie dat John verwijtbaar werkloos is geworden.  Ook van een verminderde mate van verwijtbaarheid is geen sprake. De Centrale Raad van Beroep bevestigt de aangevallen uitspraak.

10/6403 WW Centrale Raad van Beroep

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap