Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Arbeidsrecht arrow Pijnlijk. Niet tijdige opzegging tijdelijk contract
Pijnlijk. Niet tijdige opzegging tijdelijk contract

Jupiter Uitzendbureau en John sloten een arbeidsovereenkomst als vestigingsmedewerker voor zes maanden, 12 september 2011 tot en met 11 maart 2012.

In de loop van de middag van 12 maart 2012, rond 15:00 uur, kreeg John een brief, gedateerd 9 maart 2012, van de directeur van Jupiter overhandigd, waarin stond vermeld: “Op 12 maart 2012 loopt uw tijdelijke arbeidsovereenkomst af. Deze overeenkomst wordt niet verlengd. Uw laatste werkdag is derhalve maandag 12 maart. Met deze brief bevestigen wij het beëindigen van uw dienstverband”.

Kort geding door John

John accepteerde de gang van zaken niet en startte een kort geding bij de kantonrechter waarin John stelde dat zijn arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd stilzwijgend was voortgezet en daarom niet van rechtswege was geëindigd en vorderde loondoorbetaling. Jupiter voerde aan dat de overeenkomst van rechtswege is geëindigd op 11 maart 2012 en dat geen sprake is van een voortzetting zonder tegenspraak.

De kantonrechter stelde John in het gelijk. De kantonrechter oordeelde dat er vooralsnog sprake is van voortzetting van het dienstverband op de voet van artikel 7:668 lid 1 BW voor de duur van zes maanden. Ook wees de kantonrechter de vordering tot tijdige voldoening van het loon toe. De vordering tot wedertewerkstelling wees de kantonrechter af.

Hoger beroep Jupiter

In het hoger beroep ingesteld door Jupiter oordeelde het Hof dat John op grond van de gedragingen van Jupiter had mogen aannemen dat zijn arbeidsovereenkomst voor bepaalde tijd stilzwijgend werd voortgezet. De werkgever had John op 12 maart 2012  toegelaten tot zijn werk en hem zijn gebruikelijke werkzaamheden tot ongeveer 15.00 uur laten uitvoeren. Daarmee had de werkgever bij de werknemer het vertrouwen gewekt dat zijn arbeidsover-eenkomst voor bepaalde tijd stilzwijgend werd voortgezet, aldus het Hof.

Dat Jupiter zich één dag had vergist in de einddatum van de arbeidsovereenkomst (de werkgever verkeerde in de veronderstelling dat de arbeidsovereenkomst op 12 maart 2012 afliep in plaats van op 11 maart 2012), was spijtig, maar volgens het Hof een omstandigheid die voor rekening en risico van de werkgever behoorde te blijven. De vordering van de werknemer tot doorbetaling van zijn loon werd toegewezen.

LJN: BY1764, Gerechtshof 's-Hertogenbosch, HD 200.108.983

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap