Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Arbeidsrecht arrow Fysieke beperkingen en goed werkgeverschap!
Fysieke beperkingen en goed werkgeverschap!

Tineke werkt sinds 1992 bij V&D den Haag als verkoopadviseur B waarbij staan en veel lopen aan de orde was. Vanaf 2005 is zij daartoe door medische klachten niet meer in staat. Zij werd toen met haar instemming tewerkgesteld op de afdeling Klantenservice, waar zij zittend werk kon doen. 

V&D heeft voor die afdeling een nieuw concept ontwikkeld genoemd Service Area. Voorheen werden de klanten vanachter een balie te woord gestaan maar in de nieuwe opzet bevinden de servicemedewerkers zich in de open ruimte van de area.  Zij begeven zich actief naar de klanten die daar binnen komen. In augustus 2011 werd dit concept in den Haag geïmplementeerd en werd de inrichting van de ruimte gewijzigd. De nieuwe werkwijze brengt voor de servicemedewerkers veel staan en lopen met zich.

 

Omdat Tineke daartoe niet in staat is, heeft V&D opnieuw een alternatief gezocht en gevonden met een werkplek aan de kassa van de afdeling Herenmode. De werkplek is aangepast door het plaatsen van een stoel plus voetensteun. Tineke heeft bezwaar tegen deze gang van zaken. Zij voert aan dat zij is aangesteld in de functie van Medewerker Klantenservice en dat die aanstelling niet eenzijdig ongedaan mag worden gemaakt.

Tineke vordert bij de rechtbank dat V&D wordt veroordeeld haar weer te werk te stellen in haar functie van medewerker Klantenservice door haar op die werkplek een zitmogelijkheid te bieden.


De beoordeling
V&D heeft terecht aangevoerd dat zij de vrijheid heeft om de bedrijfsvoering in de warenhuizen naar eigen goeddunken in te richten. Werknemers kunnen daartegen alleen bezwaar maken, wanneer de wijze waarop van die bevoegdheid gebruik wordt gemaakt, in strijd zou zijn met goed werkgeverschap. V&D was jegens haar werknemers gerechtigd om voor de afdeling Klantenservice het nieuwe concept van de Service Area in te voeren en de inrichting van de betreffende ruimte te wijzigen. De kantonrechter vindt dat goed werkgeverschap niet zo ver gaat dat V&D van die maatregelen had moeten afzien omdat Tineke door haar beperkte mobiliteit niet op de beoogde wijze in het nieuwe concept kon participeren.

Wel bracht goed werkgeverschap met zich mee dat V&D zich ten behoeve van Tineke zou inspannen om haar na het wegvallen van haar werkplek een passend alternatief te bieden.  Of de tewerkstelling bij de kassa van de afdeling Herenmode in dit kader als een passende maatregel mag worden beschouwd, kan hier in het midden blijven. Die vraag is immers niet van belang voor de beslissing omtrent de vordering van Tineke, die uitsluitend gericht is op tewerk-stelling in de Service Area. Tineke heeft aangevoerd dat haar vordering dient te worden toegewezen, nu zij in het nieuwe concept voor die afdeling kan participeren “vanuit een deels zittende en staande positie”.

De overwegingen van de rechtbank

Natuurlijk zou het feitelijk mogelijk zijn om in de Service Area voor Tineke een voorziening te treffen als door haar bedoeld en om haar deels zittend/staand bij de serviceverlening in te zetten, maar in redelijkheid kan van V&D niet worden verlangd dat zij Tineke daarin ter wille is. Dan zou immers het nieuwe concept dat V&D voor de Service Area heeft geïmplementeerd, worden doorkruist en zou de doelstelling daarvan ernstig onder druk komen staan. Het vereiste van goed werkgeverschap gaat niet zo ver dat V&D dat zou moeten aanvaarden. Dit leidt tot afwijzing van de vordering van Tineke.

 

Bron:  LJN: BZ2855,  Kanton Rechtbank Amsterdam, CV 12-22892

 
 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap