Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Ten onrechte geen loonsanctie. Schadevergoeding voor werknemer
Ten onrechte geen loonsanctie. Schadevergoeding voor werknemer

Het gebeurt vast niet erg vaak maar toch verzuimt UWV soms om een loonsanctie op te leggen aan een werkgever die zijn re-integratieverplichtingen ten opzichte van zijn zieke werknemer niet of onvoldoende is nagekomen. Als een loonsanctie wordt opgelegd dan is werkgever verplicht om de werknemer maximaal 52 weken langer loon door te betalen. Gedurende die extra periode geldt ook het opzegverbod bij ziekte.

In dit geval was de werknemer vanuit zijn werk bij TNT Post op 8 oktober 2007 arbeidsongeschikt geworden. Bij besluit van 3 december 2009 heeft UWV vastgesteld dat werknemer, na een wachttijd van 104 weken, met ingang van 5 oktober 2009 in aanmerking komt voor een loongerelateerde WGA-uitkering (LGU). Van het opleggen van een loonsanctie was geen sprake.  

Het niet opleggen van een loonsanctie is over het algemeen nadelig voor werknemer omdat deze mogelijke WIA rechten eerder moet opsouperen. In de meeste gevallen en ook hier zal een loonsanctie niet worden opgelegd omdat het UWV het besluit daarvoor niet heeft genomen voor de 1e WIA dag. De wet sluit het opleggen van een loonsanctie dan uit.

Onlangs kwam deze situatie op de rol bij de Centrale Raad. De werknemer claimde een schadevergoeding van UWV omdat UWV ten onrechte geen loonsanctie had opgelegd aan de werkgever doordat de beoordeling te laat had plaatsgevonden. UWV nam haar verantwoordelijkheid en kende de werknemer een schadevergoeding toe ter hoogte van 70% van het brutosalaris over een periode van tien maanden. Die periode van tien maanden kwam naar voren uit een eigen onderzoek van UWV waaruit bleek dat de gemiddelde duur van een loonsanctie 9,7 maanden bedroeg.

De werknemer wilde echter een hogere schadevergoeding ontvangen voor zijn gemiste inkomsten en claimde een vergoeding over een periode van 12 maanden. Werknemer meende echter dat de werkgever maximaal tekort was geschoten wat betreft de te leveren re-integratie-inspanningen.

In hoger beroep werd UWV in het gelijk gesteld en de vergoeding bleef beperkt tot 10 maanden. De Centrale Raad motiveerde haar besluit door de stelling dat een loonsanctie bedoeld is om tekortkomingen in re-integratie te herstellen en niet om een werknemer financieel voordeel te bieden.

Omdat in deze casus niet duidelijk was wanneer de werkgever de tekortkomingen zou hebben hersteld, vond de Raad het redelijk dat UWV zich voor de berekening van de schadevergoeding baseerde op de gemiddelde duur van een loonsanctie. Een compensatie van 70% van het brutoloon over een periode van tien maanden was daarom voldoende aldus de Centrale Raad.

Centrale Raad van Beroep, 2 oktober 2013, ECLI: 1905

© L&M sociale zekerheid  auteur Ad van Lieshout

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap