Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Sociale zekerheid arrow Bezwaar maken of toch niet?
Bezwaar maken of toch niet?

Henry was gitarist in hart en nieren en onafscheidelijk van zijn gitaar. Onderweg naar optredens met zijn eigen trio, druk met privégitaarles of werkzaam als gitaardocent in loondienst  op verschillende twee scholen. Daar kwam een pijnlijk eind aan toen Henry te maken kreeg met steeds toenemende klachten die pas later werden gediagnosticeerd als de ziekte van Parkinson. 

Er ontstonden steeds forser wordende beperkingen zowel lichamelijk als mentaal waarvoor behandeling plaatsvond door neuroloog, psychiater en geriater.               Henry reageerde matig op medicatie en de prognose voor de progressief verlopende ziekte was slecht. De beperkingen dwongen Henry om met zijn privélessen en optredens te stoppen. De ziekmelding bij de scholen vond later plaats, eind oktober 2014. Twee bedrijfsartsen,  iedere school had zijn eigen bedrijfsarts, gingen      uit van volledige arbeidsongeschiktheid.

Gezien het ziekteverloop en de slechte prognose werd in maart 2016 een aanvraag verkorte wachttijd IVA bij UWV ingediend. Henry werd gezien door een verzekeringsarts hierna VA. Deze arts beschreef de functionele mogelijkheden van Henry als veel te rooskleurig.    

Anders dan de bedrijfsartsen vond de UWV arts dat het nog niet mogelijk was om een definitief besluit over de duurzaamheid van de arbeidsongeschiktheid.         Tegen dit besluit werd bezwaar aangetekend dat UWV ongegrond verklaarde. Tijdens het bezwaar stelde de bezwaarverzekeringsarts (BVA) dat er twijfels waren           over de volledige arbeidsongeschiktheid  en dat er dientengevolge aandacht zou moeten worden besteed aan re-integratie teneinde een mogelijke loonsanctie te voorkomen.   

Aan het einde van het tweede ziektejaar werd Henry opnieuw gezien door een verzekeringsarts. Deze VA volgde de visie van de BVA en stelde dat er re-integratie-kansen waren gemist doordat er niets aan re-integratie was gedaan. Het gevolg was een loonsanctie voor beide scholen.  Eén van de scholen vroeg ons om de UWV besluiten te toetsen en te adviseren over de mogelijkheden. Wij adviseerden, gezien de ernst van de beperkingen en de slechte prognose,  om bezwaar te maken tegen de loonsanctie en in beroep te gaan tegen de afwijzing van de verkorte wachttijd.

New layer...

 

 

 

 

 

 

 

In bezwaar werd samen met Henry opgetrokken en werd nieuwe medische informatie ingebracht van de neuroloog en de behandelende fysiotherapeut. Hieruit bleek dat de beperkingen in de fijne motoriek, bij beslissen, denken en vermoeidheid, bij einde van de wachttijd na twee jaar, ernstiger waren dan door UWV werd aangenomen. Van verbetering van functionele mogelijkheden was ondanks medicatie, training en begeleiding door de fysiotherapeut helaas geen sprake. Verder brachten wij in dat UWV wel stelde dat Henry nog licht productiewerk zou kunnen doen maar dat bewijs daarvoor ontbrak. Na het bezwaar wijzigde UWV haar opinie en stelde dat er bij einde wachttijd geen benutbare mogelijkheden waren. Omdat herstel ook niet meer werd verwacht werd de loonsanctie ingetrokken en werd per einde wachttijd alsnog een IVA-uitkering toegekend. Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag verkorte wachttijd liep nog toen UWV alsnog een IVA uitkering toekende. De rechtbank gaf bij de behandeling van het beroep aan dat als herstel - per datum in geding - nog mogelijk is, er géén sprake kan zijn van een verkorte wachttijd. Maar eerst moest worden vastgesteld of er wel sprake was van volledige arbeidsongeschiktheid. Volgens de VA zouden er functionele mogelijkheden zijn maar door UWV werd geen FML opgesteld terwijl er ook geen arbeidsdeskundig onderzoek plaatsvond. Daarom bepaalde de rechtbank dat de functionele mogelijkheden niet zorgvuldig waren vastgesteld. De rechter merkte verder op dat de BVA eerst leek te twijfelen aan de volledige arbeidsongeschiktheid terwijl de arts korte tijd later op basis van de beperkingen in de ADL wel leek te erkennen dat er sprake was van volledige arbeidsongeschiktheid. De rechtbank was verder van mening dat de beoordeling door de VA’en van de kansen op herstel niet voldeed aan de vereisten omdat het UWV haar standpunt baseerde op informatie van de behandelend neuroloog die betrekking had op een tijdvak dat ruim lag voor de datum in geding, anders gezegd verouderde informatie. De VA’en hadden meer recente informatie moeten opvragen. Uit de in beroep namens Henry en de school ingebrachte informatie van de neuroloog bleek dat Henry matig reageerde op de medicatie. Gelet hierop, de ernst van het ziektebeeld en de verstreken tijd verklaarde de rechtbank het beroep gegrond. De rechtbank liet UWV het gebrek niet zelf herstellen. Omdat UWV in tweede instantie alsnog, bij einde van de reguliere wachttijd, een IVA uitkering had toegekend, bepaalde de rechtbank dat er óók recht bestond op een IVA-uitkering met verkorte wachttijd. Het kan dus wel degelijk verkeren. Sommige werkgevers twijfelen aan het nut van bezwaar maken of in beroep gaan. Ook bezwaarmakers, zoals juristen en andere rechtshulpverleners, geven soms wisselende signalen over het nut van bezwaar of beroep. Maar bezwaar maken is pure noodzaak als je meer zicht wil krijgen over de overwegingen van het UWV. In deze zaak overwogen twee scholen om stappen te zetten en maakte er één daadwerkelijk de stap. De reden voor succes in deze zaak was ondeugdelijk UWV onderzoek tijdens de primaire fase terwijl het niveau van het UWV onderzoek tijdens de bezwaar- en de beroepsfase niet echt beter werd. Als BVA stellen dat iemand, die worstelt tremoren, trager wordende bewegingen en een daardoor een fors verstoorde fijne motoriek, nog als productiemedewerker kan worden ingezet, is op weinig realistisch maar daardoor ook niet of nauwelijks te onderbouwen. Henry moet verder met zijn beperkingen. Daar past een IVA-uitkering nog het best bij. De voordelen voor de school die in verzet ging zijn duidelijk. Maar er is in deze zaak een lachende derde. Dat is de school, die na overleg met haar adviseur, tot de conclusie kwam dat er geen eer te behalen viel middels bezwaar en beroep maar wel profiteerde van de inzet van de proactieve school. Ook voor deze school werden de bestreden UWV besluiten teruggedraaid.auteur: Ad van Lieshout www.lenm-advies.nl bron: zaaknummer HAA 16/4248
 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap