Home arrow Wet en regelgeving arrow WIA arrow Einde aan mogelijkheid tot deeltijdontslag
Einde aan mogelijkheid tot deeltijdontslag

Op basis van artikel 6 van het Buitengewoon Besluit Arbeidsverhouding 1945 (BBA) behoeft een werkgever voor de opzegging van de arbeidsverhouding voorafgaande toestemming van de Centraleorganisatie werk en inkomen. Het Ontslagbesluit is de ministeriële regeling ter uitvoering van artikel 6, derde en vierde lid BBA en bevat naast procedurevoorschriften inhoudelijke toetsingscriteria voor de beoordeling van een toestemmingsverzoek.

CWI heeft het hierbij te hanteren uitvoeringsbeleid vastgesteld door middel van het Besluit Beleidsregels Ontslagtaak Bij langdurige arbeidsongeschiktheid doet zich regelmatig de situatie voor dat een werknemer zijn eigen werk of ander passend werk verricht, maar voor minder uren dan het overeengekomen aantal uren.

Doorgaans zal de werkgever op enig moment (veelal na twee jaar ziekte) de arbeidsovereenkomst willen aanpassen aan het feitelijk aantal gewerkte uren.

Tot 1 oktober 2006 kon de werkgever deze urenvermindering bewerkstelligen door middel van een ontslagprocedure bij CWI. Vanwege de ondeelbaarheid van de arbeidsverhouding was de werkgever verplicht toestemming te vragen voor het opzeggen van het volledige dienstverband. De gevraagde toestemming voor ontslag werd in die gevallen verleend onder de premisse dat de werknemer aansluitend op de beëindigde dienstbetrekking een nieuwe arbeidsovereen- komst voor minder uren (te weten het deel dat ziet op de werkhervatting) werd aangeboden.

Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft bepaald dat het verlenen van een ontslagvergunning in voornoemde gevallen (ook wel ‘deeltijdontslag’ genoemd) niet langer aan de orde kan zijn, omdat deze ontslagpraktijk niet in overeenstemming is met artikel 5:2 lid 1 onder b van het Ontslagbesluit. Daarnaast blijft de arbeidsverhouding in een dergelijke situatie in stand en kunnen werkgever en werknemer, zonder dat daarvoor een ontslagprocedure noodzakelijk is, de arbeidsovereenkomst in onderling overleg aanpassen aan de nieuwe situatie.

Voor CWI is dit standpunt aanleiding om haar uitvoeringsbeleid te herzien. Een aanvraag voor deeltijdontslag bij langdurige arbeidsongeschiktheid zal voortaan dan ook worden geweigerd met de motivering dat de werkgever in dat geval kennelijk mogelijkheden heeft voor aangepast of ander passend werk en derhalve niet heeft voldaan aan het vereiste van artikel 5:2 lid 1 onder b van het Ontslagbesluit. 

Hoofdstuk 34 ‘Langdurige arbeidsongeschiktheid’, paragraaf 10 van de Beleidsregels Ontslagtaak wordt daartoe gewijzigd door invoeging van een nieuwe subparagraaf met de titel ‘deeltijdontslag niet (langer) mogelijk’.

De wijziging treedt in werking op 1 oktober 2006 en is van toepassing op ontslagaanvragen, die op of na 1 oktober 2006 bij CWI worden ingediend. Ontslagaanvragen, ingediend vóór 1 oktober 2006, zullen worden afgewikkeld conform de tot die datum geldende uitvoeringspraktijk. De bijlage, waarnaar in het besluit wordt verwezen, is te raadplegen op de website van CWI en ligt voor eenieder ter inzage bij de vestigingen van de afdeling Juridische Zaken van CWI. .

Uit: Staatscourant 31 augustus 2006, nr. 169 / pag. 31 1

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap