Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow Wel of niet ziek op moment ontslagaanvraag CWI
Wel of niet ziek op moment ontslagaanvraag CWI

LJN: BA2857,Sector kanton Rechtbank Haarlem , 341386/VV EXPL 07-58 

Datum publicatie: 12-04-2007 Soort procedure: Kort geding

Inhoudsindicatie: Arbeidszaak. Vordering van loon tijdens ziekte. Eiseres Mw. X heeft zich op dezelfde dag dat gedaagde Futura Care bij het CWI een ontslagverguning voor mw. X had aangevraagd, ziek gemeld. Futura Care heeft na verkregen toestemming van het CWI de arbeidsovereenkomst met mw. X opgezegd.

Mw. X beroept zich op het opzegverbod tijdens ziekte. Naar het voorlopig oordeel van de kantonrechter kan niet worden geconcludeerd dat Futura Care het opzegverbod tijdens ziekte heeft geschonden, nu mw. X haar werkzaamheden heeft uitgevoerd tot aan het tijdstip waarop zij haar werkplek heeft verlaten om de huisarts te bezoeken en Futura Care mw. X, voordat deze haar werkplek verliet, van de aanvraag van de ontslagvergunning op de hoogte heeft gebracht. De vordering wordt afgewezen.

VONNIS VAN DE KANTONRECHTER IN KORT GEDING

inzake     eisende partij, mw. X

tegen      gedaagde, FUTURE CARE,   

De procedure

mw. X heeft Futura Care gedagvaard. De mondelinge behandeling, waarbij Futura Care vrijwillig is verschenen, heeft plaatsgevonden op 2 april 2007.

De feiten

a. mw. X, geboren 21 mei 1966, is sinds 1 oktober 2004 bij Futura Care in dienst, laatstelijk in de functie van Office manager tegen een salaris van € 2.400,-- bruto per maand, exclusief 8% vakantietoeslag en dertiende maand.

b. Op 27 november 2006 te 10.26 uur heeft werkgever middels de fax het CWI verzocht toestemming te verlenen om de overeenkomst met mw. X op te zeggen.

c. Op 27 november 2006, na de verzending van het faxbericht, heeft Futura Care mw. X op de hoogte gebracht van de aanvraag ontslagvergunning.

d. Op 27 november 2006 in de middag heeft mw. X zich ziek gemeld en sedert deze datum is zij volledig arbeidsongeschikt.

e. Op 22 december 2006 heeft het CWI Futura Care toestemming verleend om de arbeidsovereenkomst met mw. X op te zeggen.

f. Futura Care heeft bij brief van 28 december 2006 de arbeidsovereenkomst van partijen opgezegd tegen 1 februari 2007.

De vordering

Mw. X vordert bij voorlopige voorziening veroordeling van Futura Care, tot betaling van het loon over de maand februari 2007 en over de daarop volgende maanden tot de datum waarop de arbeidsovereenkomst van partijen rechtsgeldig eindigt, te vermeerderen met de wettelijke verhoging en wettelijke rente. Mw. X stelt daartoe het volgende. De opzegging van de arbeidsovereenkomst per 1 februari 2007 is niet rechtsgeldig. Mw. X heeft zich op 27 november 2006 ziek gemeld. Op dezelfde dag heeft Futura Care het CWI verzocht om haar toestemming te verlenen de arbeidsverhouding met Mw. X op te zeggen. Op de dag van de opzegging dient Mw. X door haar ziekmelding de gehele dag als arbeidsongeschikt te worden aangemerkt. De opzegging heeft daarom plaats gevonden in strijd met het ontslagverbod tijdens ziekte en Futura Care heeft ten onrechte de loonbetalingen aan Mw. X gestaakt met ingang van 1 februari 2007.

Het verweer

De beoordeling van het geschil

1. De gevorderde voorlopige voorziening komt slechts voor toewijzing in aanmerking als in dit geding aan de hand van de thans bekende feiten en omstandigheden de verwachting gewettigd is dat in een eventueel tussen partijen nog te voeren bodemprocedure een soortgelijke vordering van Mw. X als die in de thans voorliggende zaak tot een toewijzing daarvan zal leiden.

2. Het geschil van partijen spitst zich toe op de vraag of er sprake is geweest van een schending door Futura Care van het opzegverbod tijdens ziekte. Mw. X stelt dat deze schending er is geweest en voert ter onderbouwing daarvan aan dat zij voor de aanvang van de werkzaamheden op 27 november 2006 bij Futura Care heeft gemeld dat zij al enige tijd gezondheidsproblemen ondervond en dat zij terzake deze problemen voor later op die dag (in de middag) een afspraak had gemaakt met haar huisarts. Dat Mw. X zich pas na het bezoek aan haar huisarts en na de verzending van het verzoek om een ontslagvergunning door Futura Care heeft ziek gemeld, is volgens Mw. X bij de beoordeling of er sprake is geweest van een opzegverbod niet relevant. Mw. X dient immers op 27 november 2006 de gehele dag als ziek aangemerkt te worden. Het tijdstip van de ziekmelding is niet bepalend voor de vraag wanneer de arbeidsongeschiktheid is ingetreden.

In haar verweer voert Futura Care aan dat de arbeidsongeschiktheid van Mw. X een aanvang heeft genomen, nadat het CWI het verzoek van Futura Care om een ontslagvergunning heeft ontvangen en nadat Mw. X mondeling door Futura Care is medegedeeld dat er een ontslagvergunning is aangevraagd. Van het schenden van een opzegverbod is daarom volgens Futura Care geen sprake.

3. Vast staat dat Mw. X op 27 november 2006 haar werkzaamheden bij Futura Care heeft uitgevoerd tot aan het tijdstip in de middag waarop zij haar werkplek heeft verlaten om de huisarts te bezoeken. Tevens staat vast dat het CWI het faxbericht van Futura Care met het verzoek om een ontslagver-gunning voor Mw. X op 27 november 2006 te 10.26 uur heeft ontvangen en dat Futura Care na de verzending van de ontslagvergunning en voordat Mw. X haar werkplek heeft verlaten om de huisarts te bezoeken Mw. X van de aanvraag van de ontslagvergunning op de hoogte heeft gebracht. Onder deze omstandigheden kan, naar het oordeel van de kantonrechter, niet worden geconcludeerd dat Futura Care het opzegverbod tijdens ziekte zou hebben geschonden.

De (theoretische) mogelijkheid bestaat dat mw. X heeft geprobeerd om in verband met het in de lucht hangende ontslag te vluchten in ziekte althans dat mw. X  ziekmelding (mede) is ingegeven door de ontslagaanzegging.  De wettelijke bepaling dat het opzegverbod tijdens ziekte toepassing mist wanneer de werknemer ziek wordt nadat het CWI een verzoek om een ontslagvergunning heeft ontvangen, is juist bedoeld om een dergelijke gevolgen te voorkomen ontvangen.

4. Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen is de kantonrechter voorshands van oordeel dat de verwachting, dat een soortgelijke vordering als de thans voorliggende in een bodemprocedure zal worden toegewezen, niet gewettigd is. De gevorderde voorlopige voorziening zal daarom worden geweigerd.

Beslissing

De kantonrechter weigert de gevorderde voorlopige voorziening en veroordeelt mw. X. in de kosten van het geding

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap