Home arrow Wet en regelgeving arrow Jurisprudentie arrow IVA of WGA: Onzorgvuldige beoordeling UWV
IVA of WGA: Onzorgvuldige beoordeling UWV

LJN: BA5409, Rechtbank 's-Hertogenbosch , Datum publicatie: 21-05-2007 Inhoudsindicatie: WIA, verweerder heeft niet zonder nader onderzoek kunnen concluderen dat geen sprake is van duurzame arbeidsongeschiktheid.

 

Uitspraak RECHTBANK ‘s-HERTOGENBOSCH Zaaknummer: AWB 06/4506

Procesverloop:

Bij besluit van 2 juni 2006 heeft verweerder ingevolge de Wet Werk en Inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) met ingang van 5 juni 2006 aan eiser een loongerelateerde werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsgeschikten (WGA) toegekend. Eiser is bij dit besluit volledig, maar niet duurzaam arbeidsongeschikt geacht.

Tegen laatstgenoemd besluit is beroep ingesteld.

Werknemer viel op 7 juni 2004 voor zijn werk als kwaliteitscontroleur voor 32 uur per week wegens vermoeidheidsklachten, welke, naar later is gebleken, kunnen worden teruggevoerd op een zogenoemd stil hartinfarct dat eiser eerder heeft meegemaakt.

Op 11 mei 2006 heeft een verzekeringsgeneeskundig onderzoek plaatsgevonden. De verzekeringsarts heeft na onderzoek geconcludeerd dat sprake is van een beperking van de mogelijkheden om te functioneren als rechtstreeks en medisch objectief vast te stellen gevolg van ziekte. De verzekeringsarts heeft een functionele mogelijkhedenlijst opgesteld, waarin onder meer een urenbeperking van twee uur per dag is opgenomen. In de rapportage is opgenomen dat de prognose van de mogelijkheden om te functioneren stationair is, daar reeds over langere tijd geen wijzigingen in de mogelijkheden om te functioneren zijn opgetreden en het medisch beeld van dien aard is dat dit ook niet binnen afzienbare tijd is te verwachten.

De arbeidsdeskundige heeft vervolgens na onderzoek vastgesteld dat voor eiser geen passende functies zijn te duiden. Op grond daarvan wordt eiser na afloop van de wettelijk voorgeschreven wachttijd, 4 juni 2006, voor 80 tot 100% arbeidsongeschikt beschouwd.

Omdat hij wel volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt wordt geacht, wordt hij in aanmerking gebracht voor een uitkering ingevolge de WGA.

Eiser kan zich niet verenigen met het bestreden besluit en heeft het rapport van de bezwaarverzekeringsarts voorgelegd aan revalidatiearts W.C.G. Blanken.

Deze heeft in zijn rapportage zonneklaar bevestigd dat de rapportage van de bezwaar verzekeringsarts gebrekkig is. De revalidatiearts heeft onder andere erop

gewezen dat er door het UWV geen eigen onderzoek is verricht en ook geen informatie is opgevraagd bij de behandelend artsen. Verder acht eiser een toename van de belastbaarheid, gelet op de aard van zijn aandoeningen, niet reeel. De revalidatiearts heeft aangegeven dat de arteriosclerotische afwijkingen in de toekomst alleen maar toe zullen nemen en dat de pompfunctie zich niet zal herstellen.

De rechtbank overweegt als volgt.

Ingevolge artikel 4, eerste lid, van de WIA is volledig en duurzaam arbeidsongeschikt hij die als rechtstreeks en objectief medisch vast te stellen gevolg van ziekte, gebrek, zwangerschap of bevalling duurzaam slechts in staat is om met arbeid ten hoogste 20% te verdienen van het maatmaninkomen per uur. In het tweede lid van artikel 4 van de WIA is bepaald dat onder duurzaam wordt verstaan een medisch stabiele of verslechterende situatie. Ingevolge het derde lid van artikel 4 van de WIA wordt onder duurzaam mede verstaan een medische situatie waarbij op lange termijn een geringe kans op herstel bestaat.

De rechtbank stelt vast dat bij een essentieel onderdeel niet de vereiste zorgvuldigheid in acht is genomen door het UWV. Nu de bezwaarverzekeringsarts in zijn rapportage van 21 december 2006 de conclusies van revalidatiearts Blanken heeft onderschreven dat de ateriosclerotische afwijkingen en de verminderde pompfunctie van het hart in de toekomst geen verbeteringen te zien zullen geven.

De bezwaarverzekeringsarts heeft echter ook opgemerkt dat wanneer alsnog (vaat)chirurgisch zal worden ingegrepen, een aanmerkelijke verbetering van de belastbaarheid is te verwachten. De behandelend cardioloog heeft hierop in zijn schrijven van 12 maart 2007 aangegeven dat de vraag of een operatie aan de buikaorta/bekkenslagaders op de lange termijn tot de mogelijkheden behoort en een verbetering van de conditie kan geven, niet bij hem hoort, maar bij de vaatchirurg.

De cardioloog heeft geadviseerd het oordeel van vaatchirurg dr. Cuypers te vragen. Voorts heeft de cardioloog in zijn schrijven aangegeven dat indien de beperkingen uitsluitend zijn toe te schrijven aan de hart- en vaatafwijkingen, het niet in de rede ligt te veronderstellen dat in deze toestand verbetering zal optreden.

De cardioloog heeft erop gewezen dat de vaatchirurg tot dusverre geen indicatie zag voor ingrijpen. Daarbij heeft hij aangegeven dat atherosclerose en/of arteriosclerose chronische kwalen zijn, waarvan eerder een verslechtering dan een verbetering is te verwachten. De bezwaarverzekeringsarts heeft hierop gereageerd en vermeld:

‘De vaatchirurg zag inderdaad totnogtoe geen aanleiding hiertoe, echter de overwegingen hiertoe zijn niet bekend. Ik sluit niet uit dat de vaatchirurg de situatie m.b.t. de bloedvoorziening van de benen nog niet als ernstig genoeg inschatte, als gevolg waarvan er nog geen indicatie bestond om chirurgisch in te grijpen.

Terecht verwijst de cardioloog voor de beantwoording van de vraag of een operatie aan de buikaorta en/of de bekkenslagaders in de toekomst tot de mogelijkheden behoort en of een dergelijke ingreep tot verbetering van de belastbaarheid zou kunnen leiden naar de vaatchirurg. Hoewel gemachtigde anders lijkt te suggereren is diens visie niet bekend: vooralsnog zag deze weliswaar geen aanleiding tot een vaatoperatie, echter de conclusie dat zulks ook in de toekomst niet aan de orde zou zijn acht ik prematuur en onjuist.?

De rechtbank oordeelt dat het betoog van de bezwaarverzekeringsarts dermate veel onzekerheden en speculaties bevat dat verweerder niet zonder nader onderzoek heeft kunnen concluderen dat geen sprake is van duurzame arbeidsongeschiktheid.

Het had gelet hierop, alsmede gelet op het advies van de cardioloog, op de weg van de bezwaarverzekeringsarts gelegen om nadere informatie op te vragen bij de behandelend vaatchirurg.

Nu dit is nagelaten berust het bestreden besluit, in strijd met artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), niet op een voldoende zorgvuldig onderzoek en ontbeert het, in strijd met artikel 7:12, eerste lid, van de Awb, een deugdelijke motivering.

Beslissing de rechtbank:

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit;

- bepaalt dat verweerder een nieuw besluit dient te nemen met inachtneming van

hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

 
HomeVoorwaardenDisclaimerPrivacySitemap